Nutsonderwijs

Wat is nutsonderwijs?

Op een nutsschool krijgen kinderen onderwijs dat op geen enkele manier gebaseerd is op een bepaalde geloofsovertuiging of andere stroming binnen de maatschappij. Vooral waarden als respect en gelijkheid staan hier centraal.

Belangrijkste uitgangspunten nutsonderwijs

Nutsscholen vallen onder het algemeen bijzonder onderwijs. Het doel van nutsonderwijs is dat iedereen uiteindelijk een volwaardig lid van de samenleving moet kunnen zijn, waarbij er vooral wordt uitgegaan van iemands kwaliteiten en beperkingen.

In het nutsonderwijs staat de ontwikkeling van het kind centraal, waarbij vooral de volgende uitgangspunten een belangrijke rol spelen:

  1. Onderwijskundig
  2. Didactisch
  3. Sociaal-cultureel

1. Onderwijskundig

Om ervoor te zorgen dat een kind volledig tot zijn recht komt, is het belangrijk dat hij onderwijs krijgt in een stimulerende leeromgeving, waar veiligheid, vertrouwen en wederzijds respect centraal staan.

2. Didactisch

Op een nutsschool wordt veel waarde gehecht aan vernieuwingen binnen het onderwijs en een voortdurende ontwikkeling, waarbij de leerling als mens centraal staat.

3. Sociaal-cultureel

In het nutsonderwijs is er veel aandacht voor het individu en de ontwikkeling van een eigen identiteit. Verschillen tussen leerlingen worden geaccepteerd en gerespecteerd, en er ligt veel nadruk op onderlinge samenwerking. Kritiek op elkaar geven mag, mits het opbouwend is.

Eigen bestuur

Nutsscholen zijn bestuurlijk gezien geen openbare scholen, maar hebben een ‘bijzonder neutraal’ karakter. Dat wil zeggen dat het beleid in handen is van een vereniging of stichting met een eigen (school)bestuur, dat vaak bestaat uit ouders van leerlingen.

Geschiedenis van het nutsonderwijs

In 1784 werd de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht, ook wel afgekort tot ’t Nut. Het doel van deze maatschappij was om mensen te helpen om zich te ontwikkelen. Mensen die daar zelf niet de middelen voor hadden, kregen toegang tot eenvoudig geschreven (school)boeken. Ook werden er kleuter- en lagere scholen opgericht. Een van de stichters van ’t Nut was Jan Nieuwenhuyzen. Zijn zoon Martin Nieuwenhuyzen maakte zich hard voor de hervorming van het onderwijs, een van de belangrijkste wapenfeiten van ’t Nut.

In 1848 werd ’t Nut geconfronteerd met een belangrijke wetswijziging: voortaan was in de grondwet opgenomen dat iedereen scholen mocht oprichten die aansloten bij zijn of haar geloofsovertuiging. Hierbij ontstond de angst dat het onderwijs voortaan vooral door godsdienst gekleurd zou worden. Deze angst werd in 1857 weggenomen door een nieuwe wetswijziging die aan ’t Nut te danken was: de overheid zou er voortaan voor zorgen dat algemeen openbaar onderwijs voor iedereen toegankelijk was.

Zit er een nutsschool bij jou in de buurt­?

Er zijn zo’n 55 nutsscholen, verspreid over de provincies Zuid-Holland, Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel. Check via de website van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen of er een nutsschool bij jou in de buurt zit.