flapuit

Do’s en don’ts bij een vrolijke flapuit

Zit je samen in het park, roept je kind opeens: ‘Kijk mama, die mevrouw is dik.’ Of tegen de meneer achter de kassa: ‘Waarom heeft u een pukkel op uw neus?’ Spontaniteit is leuk, maar wat doe je als je kind er te veel uitflapt?

Peuters zeggen vaak zomaar wat er in ze opkomt. Ze hebben nog niet het vermogen om te begrijpen dat een opmerking pijnlijk kan zijn. Bij kleuters begint dat een beetje te komen. Vier-, vijfjarigen kun je uitleggen dat sommige dingen niet leuk zijn om te zeggen. Dat mensen daarvan kunnen schrikken. Peuters snappen dat nog niet.

Neutraal reageren

Bij een peuter kun je het beste neutraal reageren. Probeer niet te schrikken of te stamelen. Dat merkt je peuter en dan gaat hij dat soort uitspraken misschien juist vaker doen. Hé, als ik dit zeg, gaat mama zo doen, denkt hij dan. Te leuk om niet nog een paar keer uit te proberen. Wat je wel kunt doen, is uitzoomen en afleiden.

Uitzoomen

Zegt je peuter bijvoorbeeld tegen je collega: ‘Jij hebt een grote buik’, dan kun je reageren met: ‘Ja, er zijn allerlei soorten buiken. Grote, kleine, bolle en platte buiken. Alle mensen zijn verschillend. Laat me eens kijken naar jouw buik!’ Met dat laatste leid je je kind af.
Tegen je collega kun je dan zeggen: ‘Sorry, ik merk dat het je raakt, dat vind ik vervelend voor je. Mijn kind is bezig alles te benoemen wat hij ziet. Hij bedoelt er niks kwaads mee’.

Thuis boekjes lezen

Eenmaal thuis, uit de ‘gevarenzone’, is het handig nog eens naar het onderwerp uiterlijk te kijken. Ook met kleuters is dit leuk om te doen. Terwijl je samen naar plaatjes kijkt, kun je uitleggen dat dikke mensen niet altijd dik zijn omdat ze te veel eten. Dat er ook vrouwen zijn die een baby in hun buik hebben. Dat er mensen zijn die weinig eten, maar toch zwaar worden.

Goed voorbeeld

Wat natuurlijk bij alle kinderen helpt, is zelf het goede voorbeeld geven. Of in elk geval niet het slechte. Let op je eigen uitspraken, bijvoorbeeld over mensen op televisie. Het is verleidelijk om tegen je partner te roepen: ‘Wat een grote tanden, wat een dikke borsten, et cetera.’ Dat hoort je kind ook en waarschijnlijk zal hij je gedrag kopiëren, of in elk geval de indruk krijgen dat het prima is om uiterlijkheden luidop te benoemen. Vertel je hem op een ander moment dat hij dat niet mag doen, dan is dat verwarrend.

Dit werkt meestal niet

Hoe raak of grappig de opmerkingen van je flapuit misschien ook zijn, probeer er niet om te lachen. Je uit de voeten maken zonder iets te zeggen is ook niet handig. Het kan pijnlijk zijn voor de persoon over wie het gaat. Doen alsof je je kind niet hebt gehoord is ook geen aanrader. Je kind gaat het dan waarschijnlijk vrolijk nog een keer herhalen, omdat hij wil weten hoe je reageert.

MEER LEZEN?

Speciaal voor jou