zindelijkheidsfase

7 fouten die je vooral níét moet maken tijdens de zindelijkheidsfase

Het is natuurlijk fijn als je kind zo snel mogelijk zindelijk is. Toch werkt het in de praktijk lang niet altijd volgens het boekje. Bij de meeste kinderen duurt het wel een tijd voordat ze op het potje gaan. Wil jij het proces toch graag een beetje stimuleren? Probeer deze fouten dan te voorkomen.

1. Je denkt dat het appeltje-eitje is

z 1

Je hebt vast weleens van die mooie verhalen gehoord over kinderen die binnen no-time zindelijk waren. Realiseer je dat dit voor de meeste ouders echter niet de realiteit is. Als je te hoge verwachtingen hebt, kan het bijna niet anders dan dat het tegenvalt. Probeer er daarom met realistische verwachtingen in te gaan en prijs jezelf gelukkig als je kind een snelle leerling blijkt te zijn.

2. Je laat je te veel beïnvloeden door wat anderen zeggen

z 2

Er zijn maar twee personen die je kind door en door kennen: jij en je partner. Dwing je kind niet om iets te gaan doen waar hij eigenlijk nog niet klaar voor is, alleen maar omdat anderen zeggen dat hij er oud genoeg voor is. Hou er ook rekening mee dat je kind er misschien al veel eerder klaar voor is dan zijn leeftijdgenootjes. In zo’n geval hoef je echt niet te wachten tot hij de ‘juiste’ leeftijd heeft bereikt.

3. Je verwacht te veel van een beloningssysteem

z 3

Wc-stickers en cadeautjes als beloning zijn natuurlijk hartstikke leuk. Maar ga er niet vanuit dat deze dingen het proces ook gaan versnellen, want zo werkt het meestal niet. De overgang naar zindelijkheid gaat over het algemeen niet vanzelf.

4. Je legt te veel de nadruk op het potje

z 4

Soms wil je zó graag je kind op het potje krijgen, dat je er onbewust misschien een iets te groot ding van maakt. Die hoge verwachtingen hebben ook effect op je kind: voordat hij überhaupt begonnen is, voelt hij al de druk om te slagen. Hierdoor kan hij zich snel geïntimideerd gaan voelen, wat natuurlijk alleen maar averechts werkt. Laat je kind daarom op een positieve en luchtige manier kennismaken met het potje.

5. Je vergelijkt je kind te veel met leeftijdsgenootjes

z 5

Het kan heel fijn zijn om ervaringen met andere ouders uit te wisselen. Maar hou er toch vooral rekening mee dat ieder kind uniek is. Wat voor het ene kind werkt, hoeft niet per se ook voor het jouwe te gaan werken. Probeer je kind dus zo min mogelijk te vergelijken met andere kinderen.

6. Je gebruikt alleen maar trainingsbroekjes

z 6

Tijdens de overgang naar luiers kunnen trainingsbroekjes uitkomst bieden. Ze zijn makkelijker door je kind zelf uit te trekken en hij voelt een ongelukje beter dan wanneer hij een wegwerpluier draagt. Een maillot of legging kan ook handig zijn: vocht wordt goed opgevangen en poep is makkelijker op te ruimen. Toch is het verstandig om hier niet te lang mee door te gaan. Zelfs als je kind nog af en toe ongelukjes heeft, kun je hem zo nu en dan ‘normaal’ ondergoed laten dragen. Als hij dan besluit om niet op het potje te gaan, ervaart hij meteen de consequentie, namelijk een natte onderbroek.

7. Je viert succes nét iets te snel

z 7

Het is natuurlijk geweldig als je kind een paar dagen achter elkaar op het potje is gegaan. Maar dit betekent helaas niet dat de tijden van ongelukjes voorbij zijn. Stop dus niet meteen met de zindelijkheidstraining na een paar successen, maar blijf er nog even mee doorgaan. En laat je teleurstelling bij een ongelukje niet te duidelijk aan je kind merken.

MEER LEZEN?

Speciaal voor jou