Leren buiten spelen

Veilig buiten spelen in 8 stappen

Als je kind een jaar of 6 is, wil hij buiten spelen in de buurt. Hoe bereid je je kind en jezelf goed voor op de grote, wijde wereld?

1. Bouw het buiten spelen langzaam op

Kies een veilige plek uit waar je kind met zijn vriendje buiten kan spelen. Blijf erbij, maar loop af en toe even weg, zodat hij maximaal 5 minuten alleen is. Zo kun je testen of je kind (en het vriendje) op de afgesproken plek blijft. Gaat dat goed, dan kun je de tijd langzaam een beetje oprekken naar 10 minuten of een kwartier. Natuurlijk is dit afhankelijk van je woonomgeving. Woon je in een grote stad, in een straat met veel verkeer, dan is dit lastiger en zul je je kind waarschijnlijk pas alleen laten spelen als hij wat ouder is. Volg daarin je eigen gevoel.

2. Maak concrete afspraken

Wijs duidelijke punten in je wijk aan als grens. Paaltjes, ‘het huis met de kikker’ of het einde van de stoep. Hoe concreter, hoe beter. Vertel ook dat hij nooit met iemand mag meegaan, dat hij eerst aan mama of papa vraagt of hij een snoepje mag aannemen, dat hij niet in zijn eentje buiten mag spelen en het even moet melden als hij bij een vriendje thuis gaat spelen.

3. Help hem met zijn tijdsbesef

Kan je kind nog niet klokkijken of vergeet hij zijn horloge vaak? Help hem dan door bijvoorbeeld af te spreken dat hij thuiskomt als de lantaarnpalen aan gaan. Een kookwekker in zijn zak is ook een goede oplossing als je niet wilt dat-ie al te lang weg is. Maar houd er rekening mee dat je je kind meestal zelf even moet halen.

4. Kijk om het hoekje

Twijfel je of word je opeens onrustig, dan neem je natuurlijk (ongezien) een kijkje om te controleren of je kind op de afgesproken plek is. Het is een goede graadmeter voor jezelf om gecontroleerd los te laten en te kijken hoeveel vrijheid je kind aankan – want daar kun je ook te voorzichtig in zijn.

5. Prijs je kind als hij zich aan de afspraken houdt

Zeg bijvoorbeeld: ‘Wat fijn dat je op de afgesproken tijd thuis bent.’ Of: ‘Wat goed dat je naar huis bent gekomen toen je vriendjes ook naar huis gingen.’ Heeft hij zich niet aan de afspraak gehouden, laat hem dan meteen de gevolgen merken. Dat kan door hem een middag in de achtertuin te laten spelen, of door zelf weer mee te gaan naar de speeltuin: dat is voor veel kinderen niet echt stoer.

6. Blijf trouw aan je regels

Als het vriendje van 5 huizen verderop meer mag dan jouw kind, is het goed om je af te vragen of je niet te voorzichtig bent. Als jij vindt dat dat niet zo is, laat je dan ook niet verleiden tot het oprekken van je regels. Vertel je kind dat jullie je eigen regels hebben, en dat de papa en mama van zijn vriendje weer andere regels hebben.

7. Vertrouw niet te veel op zijn mobieltje

Vraag je kind om toch even thuis te komen na schooltijd, ook al heeft hij een mobiele telefoon. Veel kinderen van 8 en 9 jaar kunnen nog niet echt verantwoording dragen voor het ding. Hij wordt vergeten, niet opgeladen of hij zit nog in de jas die ze net hebben uitgetrokken tijdens het voetballen. Jij kunt je dan suf bellen en je zorgen maken, terwijl je kind heerlijk aan het spelen is. Als je kind eerst naar huis komt, kun je overleggen, zodat je meer grip op de situatie houdt. En je voorkomt dat je kind lang van huis is.

8. Neem scenario’s door

Vertel je kind wat hij kan doen als hij wordt geplaagd (naar huis komen of hulp inroepen van een andere moeder) of als hij valt (laat het vriendje naar jou komen). Als hij wat verder weg speelt, dan woont er misschien wel een vriendje in de buurt waar hij kan aanbellen. Sowieso is het altijd handig om hem jouw mobiele nummer uit z’n hoofd te laten leren of mee te geven. Het geeft hem een veiliger gevoel en jou meer rust.

LEES OOK: Zo maak je je kind zelfredzaam, 10 tips

Video: Met een vreemde praten

Dat het goed is om met je kind afspraken te maken over wat hij moet doen als een vreemde hem aanspreekt, zie je in deze video:


M.m.v. psycholoog Tamar de Vos – van der Hoeven.

Speciaal voor jou