eisprong

Alles over de eisprong

De ovulatie of de eisprong is het loskomen van een eitje uit de eierstok. Dit gebeurt maar één keer per menstruatiecyclus. Als de vrijgekomen eicel op het juiste moment wordt bereikt door een zaadcel, kun je zwanger worden. Wil je dit graag, dan is het goed om te weten wat precies jouw vruchtbare dagen zijn.

De eicel

De eierstokken bevinden zich links en rechts van de baarmoeder. Per menstruatiecyclus rijpt er één eicel in één van de eierstokken. Heel af en toe rijpen er spontaan twee of meer eicellen. Met de eisprong bedoelen we dat deze eicel ‘springt’; oftewel de eicel komt vrij en kan via de eileider naar de baarmoeder afdalen. De vrijgekomen eicel kan vervolgens door een zaadcel bevrucht worden.

Hormonen

Het hormoon dat zorgt voor de rijping van dat ene eitje per cyclus, heet FSH (Follikel Stimulerend Hormoon). Dit is een lichaamseigen hormoon dat gemaakt wordt door je hypofyse (een klier in de hersenen) en zorgt voor het uitrijpen van ‘follikels’. Follikels zijn een soort met vloeistof gevulde blaasjes waarin de eicellen kunnen rijpen en worden ook wel eiblaasjes genoemd. De groeiende en rijpende follikel maakt vervolgens het hormoon oestrogeen aan. Oestrogeen zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt.

Gewoonlijk laat je lichaam één follikel uitrijpen en groeien; dit wordt ook wel de dominante follikel genoemd. Deze follikel maakt steeds meer oestrogeen aan naarmate hij rijper wordt. Dit is een signaal voor je hypofyse om minder FSH te maken en de productie van LH (Luteïniserend Hormoon) op te voeren. Zo ontstaat de LH-piek. Deze LH-piek zorgt ervoor dat het eitje de laatste uitrijping doormaakt en vervolgens tot een eisprong komt.

Vruchtbare dagen

Het gehalte LH-hormoon stijgt ongeveer 36 uur voor de eisprong. Met een ovulatietest kun je dit zien: zo’n test meet het LH-gehalte in je urine of speeksel en geeft aan wanneer jouw LH-gehalte piekt. Op het moment dat je een LH-piek meet, zo’n een à twee dagen voor je eisprong, ben je op je vruchtbaarst.

Vruchtbare dagen berekenen

De eisprong

24 tot 36 uur na de LH-piek barst de dominante follikel open: dit is het moment van de eisprong. De rijpe eicel komt vrij en wordt door de eileider opgevangen. De vrijgekomen eicel kan worden bevrucht. Heel soms barsten er twee follikels open. Worden deze twee eicellen allebei bevrucht, dan kan er een twee-eiige tweeling ontstaan.

De achtergebleven follikel waarin het eitje gegroeid is, heet het corpus luteum. Dit gaat nu het hormoon progesteron aanmaken. Dit zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies klaar is om de bevruchte eicel te ontvangen.

Want na de bevruchting zoekt de bevruchte eicel een plekje in het dik opgebouwde baarmoederslijmvlies in de baarmoederholte. Dit wordt de innesteling genoemd. Als de bevruchte eicel zich innestelt, gaat het daarna hormonen produceren waardoor het gesprongen eitje ook progesteron blijft maken. Daardoor word je vanaf dat moment niet meer ongesteld.

Is de eicel niet bevrucht, of vindt er geen goede innesteling plaats, dan valt het progesteron weg en wordt het slijmvlies in je baarmoeder afgebroken en afgevoerd via je vagina: dit is de menstruatie.

menstruatiecyclus

Op welke dag vindt de eisprong plaats?

Het verschilt per vrouw wanneer de eisprong plaatsvindt. Meestal vindt de eisprong 11-14 dagen voor de menstruatie plaats. Bij een gemiddelde cyclus van 28 dagen is de eisprong vaak rond dag 14 van de cyclus (je telt vanaf de eerste dag van je menstruatie). Heb je een cyclus van 26 dagen, reken dan op dag 12. Heb je juist een cyclus van 30 dagen? Dan vindt de eisprong rond dag 16 plaats.

Is er helemaal geen regelmaat in je menstruatie? Neem dan contact op met je huisarts. Die geeft je zo nodig een verwijzing naar de gynaecoloog om uit te zoeken of er wel een eisprong plaatsvindt.

Ovulatiesymptomen

In de winkel zijn ovulatietesten te koop, maar je kunt ook zelf ‘berekenen’ wanneer jouw vruchtbaarste periode is. Sommige vrouwen kunnen aan hun lichaam voelen of merken wanneer hun eisprong is. Er zijn een aantal symptomen waar je op kunt letten:

  • Ovulatiepijn
    Sommige vrouwen hebben rond hun eisprong last van ovulatiepijn. Dit is een duidelijk aanwijsbare pijn (een soort kramp) links of rechts in de onderbuik. De pijn komt door de spanning in de follikel en de eierstok en het vrijkomen van de follikelvloeistof.
  • Cervixslijm
    Als de eisprong nadert, verandert ook je vaginale afscheiding: de afscheiding wordt helderder, elastischer en vloeibaarder. Het lijkt een beetje op het eiwit van een rauw ei. Als je niet vruchtbaar bent, is het slijm minder helder, witter of gelig en wat klonteriger.
  • Stijging lichaamstemperatuur
    Ongeveer 12 tot 24 uur na je eisprong stijgt je lichaamstemperatuur met 0,3 tot 0,5 graden. Door elke dag je temperatuur op hetzelfde tijdstip te meten, kun je zien wanneer je eisprong heeft plaatsgevonden. Je hebt hier niets aan in deze cyclus, maar het kan je wel helpen om uit te rekenen wanneer jouw eisprong gemiddeld plaatsvindt.

Fertiliteitsartsen geven het advies om in de week van de geschatte eisprong (ongeveer drie dagen ervoor en drie dagen erna) minstens om de dag of om de twee dagen te vrijen. Het is dan niet nodig om op andere manieren je eisprong bij te houden.

Als het voor jullie lastig is om zo regelmatig te vrijen, bijvoorbeeld door jullie werk of andere omstandigheden, kun je ook gebruik maken van ovulatietesten. Let er dan wel op dat je minstens één keer seks hebt op de dag dat de test positief is of de dag daarna.

Zwanger worden

De dagen voor en de dag van je ovulatie ben je het vruchtbaarst. Wil je graag zwanger worden, dan is dit de periode om te vrijen. Zaadcellen kunnen namelijk meerdere dagen overleven in het lichaam van een vrouw (gemiddeld drie tot vijf dagen). Je hoeft dus niet precies op het moment van de eisprong of elke dag te vrijen. Als je één tot twee dagen voor je eisprong vrijt, heb je de meeste kans op een bevruchting. Dan zijn de zaadcellen al in de eileider aanwezig op het moment dat de eisprong plaatsvindt.

Bevruchting

De bevruchting of conceptie

Je kunt alleen zwanger (bevrucht) raken tijdens de vruchtbare periode van je cyclus. Als je seks hebt, komen tijdens de zaadlozing miljoenen zaadcellen in je vagina terecht. Veel zaadcellen sterven al snel af. Alleen de sterkste en snelste zaadjes zwemmen via de baarmoedermond door de baarmoeder richting de eileiders. Daar zal maar één zaadcel de eicel kunnen doorboren. Vervolgens smelten deze twee cellen samen tot één nieuwe cel. Dit heet de conceptie of bevruchting. Zaadcellen die al in de buurt zijn op het moment van de eisprong hebben de meeste kans op het bevruchten van de eicel.

Per maand heb je maar 20% kans dat je zwanger wordt. Gelukkig is de opgetelde kans op zwangerschap in een jaar ongeveer 80%.

Dat de conceptie is gelukt wil overigens niet altijd zeggen dat je zwanger bent. Soms gaat er tijdens de innesteling iets mis en wordt de bevruchte eicel afgestoten.

Video: Van bevruchting tot baby mooi in beeld gebracht

Simone Broer

Gynaecoloog

Simone Broer is gynaecoloog in het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Ze houdt zich vooral bezig met vruchtbaarheid en ziektes en aandoeningen die je vruchtbaarheid beïnvloeden, zoals hormoonstoornissen, cystes of verklevingen. Simone heeft veel onderzoek gedaan naar het meten van vrouwelijke vruchtbaarheid.