ruggenprik

Ruggenprik bij bevalling: de voor- en nadelen

Een ruggenprik tijdens je bevalling werkt snel tegen de pijn en wordt alleen gegeven in het ziekenhuis. Maar wat houdt een ruggenprik precies in? En wat zijn de voor- en nadelen?

Wat is een ruggenprik?

Een ruggenprik is een van de verschillende vormen van pijnstilling die je tijdens de bevalling kunt krijgen. Een ruggenprik wordt ook wel een epidurale verdoving genoemd. Door het inspuiten van een verdovingsvloeistof onderin je rug ben je vanaf je borsten verdoofd. Het middel kan alleen worden gegeven in een ziekenhuis en kan dus alleen mogelijk bij een ziekenhuisbevalling. Is bevallen in het ziekenhuis veiliger?

Wanneer wordt een ruggenprik gegeven?

Als je pijnstilling tijdens je bevalling wilt en de artsen verwachten dat het nog een paar uur duurt voordat je gaat persen, kan een ruggenprik een goede pijnbestrijder zijn. Meestal wordt niet meer gestart met het geven van een ruggenprik na 7 à 8 centimeter ontsluiting. Het kan namelijk even duren voordat de verdoving wordt gegeven, bijvoorbeeld doordat de anesthesist opgeroepen moet worden. Voordat de verdoving werkt, is de baby dan meestal al geboren. 

Als er een medische reden is om een ruggenprik te geven, kan er ook nog na 7 centimeter een ruggenprik gegeven worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn als je totaal bent uitgeput of als de weeën niet meer doorzetten en er een weeënopwekkend hormoon nodig is. Lees hier alles over de verschillende soorten weeënen hoe je ze het beste opvangt. 

Hoe wordt een ruggenprik gezet?

De ruggenprik wordt gezet door een anesthesist. Deze arts is binnen het ziekenhuis verantwoordelijk voor pijnstilling. Meestal krijg je eerst een vochtinfuus om je bloeddruk op peil te houden. Vervolgens ontsmet en verdoofd de anesthesist de plek op je onderrug, waar hij de naald gaat zetten. Meestal moet je gekromd en zo stil mogelijk zitten, zodat de anesthesist de naald tussen de ruggenwervels kan plaatsen. Vervolgens wordt er door de naald een slangetje in de rug geplaatst en wordt via een pompje de verdovingsvloeistof toegediend. Gemiddeld duurt het tussen de 5 en 15 minuten voordat de verdoving werkt. Bij 9 à 10 centimeter ontsluiting wordt de verdoving van de ruggenprik meestal stopgezet, omdat je zonder de verdoving beter kan persen. De ontsluitingsfase: wat gebeurt er per centimeter?

Hoe werkt een ruggenprik?

De ruggenprik zorgt dat er een verdovingsvloeistof in je lichaam wordt gespoten die de pijnprikkels in de zenuwen platlegt. Het is echter niet zo dat je je lichaam niet meer kunt bewegen, je hebt nog wel controle over je spieren. Je kunt dus nog gewoon persen. Je lichaam is hierna van onder je borsten verdoofd en je voelt geen (of minder) pijn. 

Als je een ruggenprik krijgt, krijg je ook een blaaskatheter omdat je niet meer voelt wanneer je moet plassen. Ook worden je bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed, temperatuur en hartslag regelmatig gecontroleerd. De hartslag van de baby wordt continu bewaakt via een CTG oftewel een hartfilmpje.

Ook bij een keizersnede wordt een ruggenprik toegepast, maar dan in een andere vorm: een spinale anesthesie. De verdoving zit dieper waardoor je de controle verliest over je spieren zit. Je onderlichaam is bij deze vorm als het ware verlamd. Omdat dit niet handig is bij het persen, wordt deze vorm niet toegepast bij een vaginale bevalling.

Is het schadelijk voor de baby?

De ruggenprik is in principe niet schadelijk voor je baby. Wel kan je bloeddruk door de verdovingsvloeistof dalen. Een infuus met veel vocht gaat zo’n lage bloeddruk tegen. Daalt je bloeddruk toch? Dan kan de baby daar last van hebben, maar dat is te zien aan de hartslag van je baby. De anesthesist kan in dat geval een bloeddrukverhogend medicijn geven. Als jouw bloeddruk weer stijgt, herstelt bijna ook altijd de hartslag van de baby.

  • Door de ruggenprik kunnen weeën wegvallen, waardoor soms het hormoon oxytocine wordt toegediend. Dit kan effect hebben op de hartslag van de baby. Is dit het geval dan wordt geprobeerd om de baby zo snel mogelijk te halen met een vacuümpomp of tang.
  • De Apgar-score van baby’s van moeders die een ruggenprik hebben gehad, is vaak iets lager dan van baby’s wier moeder geen ruggenprik heeft gehad.

Werkt een ruggenprik altijd?

Een ruggenprik werkt voor de meeste vrouwen goed, maar het slaat niet altijd aan. Voor ongeveer 5 procent werkt de pijnstilling niet voldoende. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat je na een ruggenprik nog wel pijn aan één kant van je lichaam voelt. 

Door de verdoving komt er een ontspanning over je lichaam die positief kan zijn voor de ontsluiting. Maar die ontspanning kan er ook voor zorgen dat de weeën juist afnemen, waardoor de bevalling langer gaat duren. In dat geval krijg je het hormoon oxytocine toegediend om de weeën weer op gang te helpen. 

Een ruggenprik kan niet altijd in elk ziekenhuis worden gegeven. Er moet eerst een anesthesist aanwezig zijn. Ook kunnen er specifieke oorzaken zijn waardoor er wordt besloten om geen ruggenprik te geven, zoals: overgevoeligheid voor pijnstillers of afwijkingen aan de wervelkolom.

Wel of geen ruggenprik?

Het fijne van een ruggenprik is dat het goed helpt tegen de pijn bij een bevalling. Maar er zijn ook nadelen en mogelijke complicaties en bijwerkingen. 

Voordelen van een ruggenprik

  1. Je voelt tijdens de bevallig veel minder pijn.
  2. Een ruggenprik werkt sneller dan andere soorten pijnbestrijding. Tenminste, als hij eenmaal gezet is: het kan soms even duren voordat de anesthesist er is.
  3. Je wordt niet suf van een ruggenprik en maakt de bevalling dus bewust mee.
  4. Voor zover bekend heeft een ruggenprik geen nadelige gevolgen voor de baby of het geven van borstvoeding.

Nadelen van een ruggenprik

  1. Je hebt kans op mogelijke bijwerkingen (koorts, dalende bloeddruk) en complicaties.
  2. Vanwege de risico’s moeten jij en je baby na de bevalling goed in de gaten worden gehouden. Je krijgt dus meer controles en moet waarschijnlijk langer in het ziekenhuis blijven. 
  3. Je kunt tijdens de bevalling niet meer ongestoord rondlopen, want je zit vast aan een infuus en bent verdoofd door de pijnstilling.
  4. Het persen duurt vaak iets langer dan bij een bevalling zonder ruggenprik. Lees hier hoe dat gaat: persen tijdens de bevalling. 
  5. Bij een ruggenprik wordt vaker het hormoon oxytocine toegediend om weeën te versterken, waardoor ook de hartslag van je baby kan afwijken. 
  6. De bevalling eindigt (daardoor) vaker in een kunstverlossing (dus met vacuümpomp of tangverlossing).

Bijwerkingen en mogelijke complicaties 

  • Zo’n 15 tot 20 procent van de vrouwen die met een ruggenprik bevalt, kan koorts krijgen door de verdoving. Aangezien koorts ook kan wijzen op een infectie kan jij en/of je kind bij koorts soms uit voorzorg antibiotica krijgen. Het kan zijn dat je baby naar de couveuseafdeling moet. Bij een bevalling zonder medicijnen gebeurt dit bij 1 procent.
  • Je bloeddruk kan dalen, waardoor je je misselijk of duizelig kunt voelen. Hiervoor kun je medicijnen krijgen. Ook de baby kan last hebben van jouw dalende bloeddruk, doordat dan ook de zuurstoftoevoer naar de placenta daalt.
  • Soms raak je ook boven je borsten verdoofd. Hierdoor kun je moeite krijgen met ademhalen. In dat geval kan je zuurstof krijgen toegediend. 
  • Er bestaat een heel klein risico dat de ruggenprik verkeerd wordt geplaatst. Daardoor kan een bloeding ontstaan of kan een zenuw geraakt worden. In dit geval kun je op de plek waar de zenuw is geraakt een gevoelsstoornis krijgen of kun je prikkelingen voelen. Dit verdwijnt in de meeste gevallen vanzelf na enkele weken of maanden.
  • Het kan voorkomen dat je na de bevalling je benen even tijdelijk niet kunt bewegen. Dit gaat vanzelf weer over.
  • Door het verdovingsmiddel kun je last van jeuk of hoofdpijn krijgen.
Goed om te weten:

Levensbedreigende problemen en sterfgevallen door een ruggenprik zijn extreem zeldzaam.

tip

Een ruggenprik heeft geen invloed op:

  • Hoe tevreden moeders terugkijken op hun bevalling.
  • De kans op een keizersnee.
  • De gezondheid van je baby (behalve bij een eventuele temperatuurstijging en toediening van antibiotica).