Inentingen baby

Inentingen baby

Je kunt je baby vanaf dat hij geboren is tot 4 jaar laten vaccineren bij het consultatiebureau. Hoe gaat dat precies in zijn werk? Om welke inentingen en vaccinaties gaat het en wat kunnen ze veroorzaken?

Wat is inenten?

Als je kind een kinderziekte heeft, zoals waterpokken, bouwt zijn lichaam afweerstoffen op die altijd in het bloed blijven zitten. Hierdoor is je kind voor de rest van zijn leven niet meer vatbaar voor de ziekte. Bij een inenting of vaccinatie wordt het lichaam van je kind ‘besmet’ met een kleine dosis afgezwakte of dode ziektekiemen.

Bij de BMR-prik gaat het bijvoorbeeld om ziektekiemen van de bof, mazelen en rodehond. Je kind krijgt deze ziekte dan niet letterlijk, maar zijn lichaam krijgt wel het sein dat het antistoffen moet aanmaken. Hij wordt immuun voor de betreffende ziekten of, wat heel af en toe gebeurt, krijgt de ziekte(n) in een milde vorm.

Tegen de meeste ziekten is je kind pas na een aantal inentingen optimaal beschermd. Zo krijgt hij vier keer een Hib-prik. Tot die laatste prik kan hij nog steeds een Hib-ziekte krijgen, al wordt de kans bij iedere vaccinatie kleiner.

In zijn eerste levensjaar wordt je baby tegen zeven verschillende ziektes ingeënt. De eerste vijf zitten in een combinatievaccin, een zogenaamde cocktail DKTP-Hib. Het gaat hierbij om difterie, kinkhoest, tetanus, polio en Haemophilus Influenzae type b. De zesde is Hepatitis-B en wordt als combinatievaccin DKTP-Hib-HepB gegeven aan alle kinderen die na 1 augustus 2011 zijn geboren. Nummer zeven is het pneumokokkenvaccin en wordt apart gegeven.

Vaccinaties op het consultatiebureau

Als je besloten hebt om met je baby deel te nemen aan het Rijksvaccinatieprogramma, ontvang je thuis een oproepkaart voor iedere prik. Deze kaart moet je meenemen naar het consultatiebureau. Dit is de instantie die de vaccinaties van je kindje verzorgt.

De consultatiebureau-arts legt je bij iedere inenting uit wat er precies gaat gebeuren. Ook krijg je bij elke prikafspraak een brochure mee. Hierin staat wat voor vaccinatie het is, waartegen het beschermt en wat de mogelijke bijwerkingen zijn.

Hieronder staat een overzicht van de inentingen. Waar beschermen ze je kindje tegen en wanneer krijgt je baby de prikken als je het Rijksvaccinatieprogramma volgt?

Schema inentingen baby

Als je voor het Rijksvaccinatieprogramma kiest, kun je in het onderstaande schema ‘inentingen baby’ zien wanneer jouw kind welke prik krijgt:

Binnen 48 uur Hepatitus B (sinds 1 augustus 2011)
2 maanden DKTP-Hib-HepB en Pneu
3 maanden DKTP-Hib-HepB en Pneu
4 maanden DKTP-Hip-HepB en Pneu
11 maanden DKTP-Hip-HepB en Pneu
14 maanden BMR en MenC
4 jaar DKTP
9 jaar DTP en BMR
12 jaar HPV (alleen meisjes)

Uitleg  afkortingen

  • Hib     = Haemophilus influenzae type b
  • HepB  = Hepatitis B
  • Pneu   = Pneumokokken
  • BMR   = bof, mazelen en rodehond
  • MenC  = Meningokokken C
  • DKTP  = difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis
  • DTP    = difterie, tetanus, poliomyelitis
  • HPV    = Humaan papilloma virus

Tegen welke ziekten wordt je baby ingeënt?

Je kind tot zijn vierde jaar in totaal drie ‘cocktails’:

Op 9-jarige leeftijd worden kinderen niet meer ingeënt tegen kinkhoest. Ze krijgen dan nog wel een vaccinatie tegen difterie, tetanus en polio (de DTP-prik).

Baby’s krijgen op de leeftijd van twee, drie, vier en elf maanden de pneumokokkenvaccinatie. Ook worden baby’s ingeënt tegen hepatitis B.

DKTP-vaccinatie

Als je baby acht weken oud is, krijgt hij zijn eerste prik. Hij krijgt er twee in totaal: DKTP en Hib. Dit zijn de eerste van de reeks DKTP- en de Hib-inentingen. De DKTP-inenting wordt herhaald bij leeftijd van drie, vier en elf maanden en vier jaar. Als je kind negen jaar is wordt deze vaccinatie herhaald, maar dan zonder kinkhoest erin, de DTP-inenting. Deze inenting beschermt je kind tegen:

  • Difterie

    Een ernstige infectieziekte die zich in verschillende organen kan manifesteren, met name de huid en luchtwegen. Het kan verstikkingsgevaar veroorzaken, aantasting van het hartje en het zenuwstelsel van je baby. De ziekte komt bijna niet meer voor in Nederland.

  • Kinkhoest

    Heel besmettelijke luchtweginfectie (met nare hoest) en vooral gevaarlijk voor nog niet (volledig) gevaccineerde zuigelingen vanwege de kans op hersenbeschadiging.

  • Tetanus

    Ook wel kaakklem genoemd. Tetanus is zonder behandeling een dodelijke ziekte. Het zenuwstelsel en de spieren worden snel aangetast waardoor problemen met slikken en ademhalen ontstaan en de spieren rondom de kaak verkrampen. Door beschadiging van spier- en zenuwstelsel kunnen botbreuken, hoge bloeddruk en hartritmestoornissen ontstaan.

  • Polio

    Ook wel bekend als kinderverlamming. Polio is een maag-darminfectie waarbij het virus kan doordringen in het zenuwstelsel en zo kan leiden tot ernstige verlammingsverschijnselen of zelfs overlijden. Kinderverlamming komt in Nederland alleen nog voor bij sommige kinderen die niet zijn ingeënt.

Hib-vaccinatie

Met acht weken krijgt je baby zijn eerste Hib-inenting. Deze wordt in combinatie gegeven met de DKTP-inenting. De Hib-vaccinatie wordt herhaald ales je baby drie, vier en elf maanden is. Deze vaccinatie beschermt je kind tegen:

  • Hepatitis B

    Een acute of chronische leverontsteking die kan leiden tot leverfalen en die bij een chronische actieve ontsteking het risico op leverkanker op latere leeftijd verhoogt.

  • Hib-infectie

    Hib-ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Haemophilus influenzae type b (Hib). Als de bacterie in de bloedbaan of in het zenuwstelsel komt kan het ernstige ziektebeelden geven zoals bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking.

Pneumokokkenvaccinatie

Vanaf het moment dat je baby zes weken oud is, krijgt hij een vaccinatie die beschermt tegen tien typen pneumokokken. Vaak wordt deze prik tegelijk gegeven met de DKTP- en HIB-vaccinatie, dat kan per consultatiebureau verschillen. De pneumokokkenvaccinatie wordt herhaald als je baby vier en elf maanden oud is.

Pneumokokken is een verzamelnaam van bacteriën. De pneumokok kan luchtweginfecties veroorzaken zoals oorontsteking en longontsteking. De bacterie kan ook ernstige infecties zoals bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking veroorzaken.

BMR-vaccinatie

Zodra je kind veertien maanden oud is, krijgt hij zijn eerste BMR-prik. Die wordt de eerste keer in combinatie gegeven met de Meningokokken C-prik (MenC). Wanneer je kind negen jaar oud is, wordt de BMR-inenting herhaald. Deze vaccinatie beschermt je kind tegen:

  • Bof

    Het is een ziekte van de speekselklieren die in vier tot tien op de 1000 keer kan leiden tot hersenontsteking en in zeldzame gevallen tot een ontsteking van de alvleesklier, eenzijdige doofheid of reuma. Komt tegenwoordig in Nederland weinig voor.

  • Mazelen

    Komt bijna niet meer voor in Nederland, met uitzondering van kinderen die niet gevaccineerd zijn. De ziekte zelf is vervelend door de hoge koorts en de uitslag, maar de complicaties als hersenontsteking en longontsteking zijn erger en soms zelfs dodelijk.

  • Rodehond

    Rodehond is een besmettelijke ziekte die vooral gevaarlijk is voor het ongeboren kind. Je baby wordt dus vooral gevaccineerd om zwangere vrouwen en preventief ook de moeder zelf  te beschermen. Kinderen kunnen doof, blind of met een verstandelijke handicap geboren worden of de zwangerschap kan vroegtijdig eindigen in een miskraam.

Meningokokken C-vaccinatie

Als je kindje veertien maanden oud is, wordt hij eenmalig ingeënt tegen Meningokokken C. De Meningokokken C infecties zijn zeer gevaarlijk. Deze infectie kan hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging veroorzaken. Je kind kan er aan overlijden, maar ook blijvende schade overhouden zoals bijvoorbeeld zoals doofheid, problemen met de motoriek of leer- en gedragsproblemen.

Laatste prik met 4 jaar

Tot slot krijgt je kind als hij bijna vier is, tijdens je allerlaatste bezoek aan het consultatiebureau, een herhaling van de DKTP-prik.

Zijn inentingen verplicht?

Je bent niet wettelijk verplicht om je kind te laten inenten. Toch kiezen in Nederland verreweg de meeste ouders (95%) ervoor om hun kinderen te laten vaccineren. Ook de overheid vindt vaccinatie belangrijk. Vandaar dat kinderen gratis worden ingeënt volgens een vastgesteld inentingsprogramma, het zogenaamde RVP (Rijksvaccinatieprogramma). Dit RVP wordt uitgevoerd door de provinciale entadministraties. Als je kind wordt geboren, krijg je automatisch bericht over het RVP en wanneer je kind moet langskomen voor zijn vaccinaties.

Uitgesteld vaccineren

Je hoeft je baby niet per se met twee maanden de eerste inenting te geven, maar het wordt wel aangeraden. Wil je de inenting uitstellen tot een later tijdstip, dan kun je dit het beste overleggen met je huisarts of consultatiebureau-arts. Het is belangrijk dat je je aan de tijdsvolgorde van het vaccinatieschema houdt, want hiermee bied je je kind de beste bescherming. Moet je een inenting uitstellen, zorg er dan voor dat er niet te veel tijd komt te zitten tussen twee vaccinaties.

Als je kind wat verkouden is, een verstopte neus of een lichte temperatuurverhoging heeft (tot 38,5 graden), kun je hem gewoon laten inenten. Heeft hij hogere koorts of iets anders, dan kun je de vaccinatie beter uitstellen. Overleg dit eventueel met je consultatiebureau-arts. Het is niet verstandig om een inenting over te slaan. Je kind heeft alle vaccinaties nodig om optimaal beschermd te zijn.

Bijwerkingen

Een inenting doet meestal (even) pijn, zodat je baby misschien moet huilen. In bijna alle gevallen verdwijnt de pijn snel. Ook kan de plek van de prik wat dikker en rood worden. Soms helpt het om meteen na de vaccinatie een koud, nat washandje op de plek te leggen. Een aantal uren na de DKTP- en Hib-inenting kan je kind wat koorts krijgen en een beetje hangeriger en huileriger zijn dan normaal. Verder kan hij wat slechter eten en meer of juist minder slapen dan gewoonlijk.

 

Wat kun je doen tegen bijwerkingen?

Het is handig om paracetamol in huis te hebben, zodat je dat bij hoge koorts kunt geven. Zorg verder dat je kind goed blijft drinken, het eten komt later wel weer. Meestal heeft je kind na één of twee dagen nergens last meer van. Eventuele reacties op de BMR-prik komen vaak pas na vijf tot twaalf dagen. Je kind kan dan wat verhoging hebben en hangeriger zijn dan normaal. Ook kan hij tijdelijk last hebben van een lichte huiduitslag. Ook deze klachten zijn na een dag of twee verdwenen. Vertel bij het volgende bezoek aan het consultatiebureau altijd hoe je kind gereageerd heeft op de vaccinaties. Als je kind na een prik een onbekende of ernstige bijwerking hebt, meld dit dan meteen bij het consultatiebureau of je huisarts.