Hechting aan je baby: zo doe je dat

Hechting aan je baby: zo doe je dat

Een baby voelt dat er van hem gehouden wordt. Door dat gevoel kan hij zich goed ontwikkelen. Dat wordt ook wel hechten aan je baby genoemd.

Hechting baby

Met hechting wordt de wederzijdse band tussen een kind en zijn ouders of verzorgers bedoeld. Deze band ontstaat al tijdens de zwangerschap. Als moeder ervaar je vaak een intens contact met de baby in je buik, al heb je hem nog nooit gezien. Toch betekent dit intense gevoel niet per definitie dat een kind na de geboorte meteen aan jou gehecht is. Je baby is klein en kwetsbaar en voor verzorging en eten volledig afhankelijk van volwassenen. Daarom zal hij instinctief hechtingsgedrag vertonen. Hij wil je koste wat kost in de buurt houden en daar doet hij alles voor: huilen, lachen, brabbelen, grijpen, zuigen, je overal volgen met zijn ogen. In het begin doet hij dat bij iedereen, na een maand of drie krijgt hij voorkeur voor personen die vaak bij hem zijn, meestal zijn vader en moeder. Hij herkent je geur, gezicht, stem en gebaren en begint daarop te reageren. Dit gerichte gehechtheidsgedrag zorgt ervoor dat je baby zich aan jou hecht, maar ook dat jij je aan je kind hecht.

Zien, ruiken, horen en voelen

Een goede hechting tussen ouder en kind draagt bij aan de gezondheid van het kind en aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat hij later in staat is om relaties aan te gaan en om zichzelf lief te vinden, en dat vertrouwen maakt dat een kind later in het leven stress, angst en onveiligheid makkelijker kan verdragen. In veel gevallen verloopt de hechting tussen ouder en kind vrijwel automatisch. Hormonen en instinct helpen je een heel eind op weg om je kind de geborgenheid te geven die het nodig heeft.

Zintuigen bepalen voor je baby de eerste maanden het contact met de buitenwereld. Vlak na de geboorte ziet je kind het verschil tussen licht en donker. Ronde vormen (je gezicht en je ogen) zijn vanaf het begin een boeiend studieonderwerp. Het helpt je kind om oogcontact te zoeken. Na een week ziet je baby dingen scherp op twintig centimeter afstand. Wonderlijk genoeg is dat meestal ook de afstand tot het gezicht van zijn vader of moeder als die met hem bezig is. Dingen die dichterbij zijn of verder weg, ziet hij waziger. Als je baby ruim drie maanden is, ziet hij ongeveer zo goed als een volwassene. Tussen drie en zes maanden wordt zijn blik nog scherper. Een pasgeboren baby herkent nog geen gezichten, maar gaat af op de geur en stem van zijn moeder.

Knuffelen

Je baby vindt niks fijner dan huid-op-huidcontact. Je kunt dan ook niet genoeg knuffelen met je kind. Na negen maanden in je buik is het wennen aan de buitenwereld. En waar kan dat beter dan onder een dekentje, naakt tegen de blote borst van je vader of moeder? Je kind hoort je geruststellende hartslag: een geluid dat hij kent uit de baarmoeder. Via de huid maakt je baby het meeste contact met de wereld om zich heen. Het zogenaamde kangoeroeën of buidelen helpt de band tussen ouder en kind te versterken.

Interactie

Het eerste jaar van een kind is vrij bepalend voor de hechting. In deze periode ontwikkelt het aantal verbindingen in het brein zich namelijk razendsnel: de hersenen van een baby wegen zo’n 400 gram, op de leeftijd van één jaar is dat 1000 gram. Maar het sociale brein kan zich niet ontwikkelen als er geen interactie is. En daar heeft je baby jou voor nodig. Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont: ‘De eerste tijd is lichaamscontact het belangrijkste; je kind aanraken, koesteren en dragen. Liefst zo vaak mogelijk, want onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om quantity time, de hoeveelheid tijd die je met een kind doorbrengt. Naast lichaamscontact zijn liefdevol oogcontact en praten belangrijk. Ga in op alles wat je bij je baby ziet, hoort en ervaart. Dus ook als hij ’s nachts langdurig huilt. Je kind moet het gevoel krijgen dat hij er mag zijn, dat zijn behoeftes ertoe doen en bevredigd worden. Zo kunnen de hersenen zich goed ontwikkelen en kan een veilige hechting plaatsvinden.’

Praten met je baby

De eerste uren tot een dag na de bevalling hoort je kind nog niets, omdat er vruchtwater achter de trommelvliezen zit. Maar na drie dagen kan je baby al reageren als je zijn of haar naam zegt. Je stem is al bekend vanuit de baarmoeder. Wat je zegt maakt niet uit, maar de manier waarop je iets zegt wel. Baby’s reageren sterker op de hoge stem van hun moeder dan op de lage stem van papa.Waarschijnlijk hoef je er geen enkele moeite voor te doen om op koedie-koedie-koedie-achtige manier met je baby te praten. En na een paar weken zal je baby gaan terugbrabbelen. Hoe meer je praat, hoe hechter jullie contact wordt.

Zingen

Baby’s vinden het heerlijk als je voor ze zingt. Geluiden die je kind in de baarmoeder heeft gehoord, zal hij na de geboorte herkennen. Liedjes die je toen zong of draaide dus ook.
Troosten gaat vaak goed als je kinderliedjes zingt en zachtjes wiegend heen en weer loopt. Leuke bijkomstigheid is dat de herhaling van deze liedjes je kind helpt bij zijn taalontwikkeling.

Plezier in bad

Op een vast moment in bad gaan zorgt ervoor dat de dag voorspelbaar wordt voor je kind. Maak er samen een feest van: blazen op zijn blote buik, alle lichaamsdelen aanwijzen, samen spetteren, zachtjes warm water over zijn rug laten glijden en gezellig praten of zingen tijdens het aankleden.

Geef je kind de ruimte

Knuffelen en aanraken is belangrijk, maar het is net zo belangrijk dat je je kind soms even met rust laat en hem de ruimte geeft. Breng hem op tijd naar bed als hij moe wordt, en laat hem af en toe even huilen zodat hij spanning kwijt kan. Stop met spelen als je kind aangeeft dat het te veel is. Kortom: neem de tijd om de behoeftes van je kind te leren kennen.

Loslaten

Gek: eerst moet je ervoor zorgen dat je kind zich veilig en stevig hecht, en daarna moet je hem weer loslaten. Het lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Hechting en loslaten hebben alles met elkaar te maken. ‘Ouders en kinderen die goed gehecht zijn, kunnen beter loslaten,’ vertelt Pont. ‘Dat zit zo: een kind dat zich veilig voelt en een ouder die vertrouwen heeft in het kind, zullen makkelijker afstand van elkaar kunnen nemen. Als een ouder zelf een basisveiligheid bezit, kan hij zijn kind de ruimte geven om zelfstandig dingen te ondernemen. Loslaten betekent niet dat er minder liefde is.’