10x misverstanden over borstvoeding

10x misverstanden over borstvoeding

Er bestaan heel wat misverstanden over borstvoeding. Dit zijn de 10 grootste.

1. Borstvoeding geven doet pijn

In de eerste week kan het zuigen van je baby aan de borst best onaangenaam aanvoelen. Maar dat mag niet langer dan 30 tot 60 seconden duren. Aanhoudende pijn of ongemak tijdens het voeden betekent namelijk dat er iets mis is.

Als voeden pijn doet, komt het meestal doordat je kind verkeerd is aangelegd. Daarmee riskeer je tepelkloven – wat pijn veroorzaakt – en ook krijgt je kind dan niet genoeg melk binnen. Goed aanleggen is dus heel belangrijk. Dat vereist soms oefening en geduld, maar je kraamverzorgster en eventueel een lactatiekundige kan je ermee helpen.

ZIE OOK: Wat doet een lactatiekundige?

Soms kan het voeden ook pijnlijk zijn omdat je kind spruw heeft, een schimmel (candida) in het mondje. Spruw komt via je kind ook op jouw borsten terecht en dat kan pijn veroorzaken. Spruw is meestal goed te behandelen met medicijnen.

ZIE OOK: Spruw: zo kom je er vanaf

2. Van borstvoeding geven krijg je slappe borsten

Dit is een van de hardnekkigste misverstanden over borstvoeding. Je borsten veranderen door de zwangerschap, níet door het borstvoeden. Als je zwanger bent, wordt het vetweefsel in je borsten gedeeltelijk vervangen door melkklierweefsel. Daardoor voelen je borsten groter en voller aan en staat er meer spanning op het bindweefsel. Hierdoor rekt je huid uit.

Als je geen borstvoeding geeft, slinken de melkklieren. Maar inmiddels is de huid van je borsten wel al verslapt. Of je vervolgens borstvoeding geeft of niet, heeft geen enkele invloed meer op het krijgen van slappe borsten. Of je borsten gaan hangen is een kwestie van aanleg, te vergelijken met het krijgen van striae. De ene vrouw heeft er last van, de andere niet.

Over het algemeen geldt wel dat grote borsten eerder gaan hangen dan kleine. Zorg daarom voor een goede ondersteunende beha. Ga ook niet streng lijnen tijdens de borstvoedingsperiode of als je de borstvoeding aan het afbouwen bent: als je snel afvalt, kunnen je borsten ook gaan hangen. En verder geldt vaak: hoe geleidelijker je de borstvoeding afbouwt, hoe mooier je borsten blijven.

ZIE OOK: Je borsten ondersteunen

3. Als je borstvoeding geeft, kun je de zorg voor de baby niet met je partner delen

Een kind heeft veel meer nodig dan alleen voeding, dus voor je partner blijft er genoeg over om te doen met de baby: knuffelen, verschonen, wandelen, troosten, noem maar op. Voor de nacht kun je eventueel wat borstvoeding afkolven, zodat ook je partner ’s nachts kan voeden. Nadeel kan zijn dat je dan last krijgt van stuwing, doordat je een voedingsmoment mist. Kolven kan ook als je eens een avondje weg wilt. Afkolven geeft je tijd en vrijheid.

4. Voor borstvoeding heb je grote borsten nodig

Melkproductie heeft niets te maken met de grootte van je borsten, blijkt uit onderzoek en uit de praktijk. Grote borsten hebben meer vetweefsel dan kleine borsten, maar de melk wordt geproduceerd door melkklieren. Vrijwel iedere vrouw kan genoeg melk produceren om haar kind voldoende te voeden.

Een geringe melkproductie ontstaat meestal doordat de baby in de eerste week na de bevalling te weinig is aangelegd. Hoe vaker je baby drinkt, hoe meer melk je borsten aanmaken. Komt de melkproductie niet vanzelf op gang, dan doe je er goed aan om 24 uur na de bevalling al te beginnen met kolven.

5. Borstvoeding maakt je extra moe

Borstvoeding geven kost je 500 tot 1000 calorieën extra per dag. Als je die niet binnenkrijgt (omdat je te weinig eet), dan neemt de kwaliteit van je melk niet af, maar put je wel uit je eigen reserves. Daar word je inderdaad moe van.

Verder heeft borstvoeding een aantal voordelen waardoor je lichaam er juist sneller bovenop komt. Je menstruatie keert vaak later terug, waardoor je minder kans hebt op ijzergebrek. En omdat je baarmoeder sneller krimpt tot de normale grootte als je borstvoeding geeft, verlies je na de bevalling minder bloed.

Als je borstvoeding geeft, komt er oxytocine vrij. Dit hormoon werkt ontspannend, waardoor je je loom kunt voelen en misschien denkt dat je moe wordt van het voeden. Maar dat is een verkeerde uitleg: het gevoel van moeheid komt door het hormoon. De natuur regelt daarmee dat je als moeder even rustig blijft zitten om je kind te voeden en na een nachtvoeding val je er sneller weer door in slaap. Bovendien is het goed voor de melkstroom.

6. Met ingetrokken tepels kun je geen borstvoeding geven

Een baby zuigt tijdens het borstvoeden nooit alleen aan de tepel, maar neemt een groot gedeelte van de tepelhof in de mond. Een tepel die naar buiten staat kan het aanleggen van je baby makkelijker maken, maar is niet essentieel.

Tijdens de zwangerschap komen ingetrokken tepels vaak al naar buiten. Heb je toch moeite met het aanleggen van je baby, begin dan op tijd met kolven. Daarmee sla je 2 vliegen in één klap: je melkproductie komt op gang en door het kolven kan je tepel meer naar buiten komen. Wees voorzichtig met tepelhoedjes: gebruik ze alleen in overleg met een lactatiekundige en alleen als je melkproductie al goed op gang is.

Omdat je niet zeker weet of de doorstroom van je melk met het tepelhoedje goed is, doe je er goed aan je kind extra te laten wegen door de verloskundige of op het consultatiebureau.

7. Met borstvoeding weet je nooit of je baby genoeg drinkt

Dit is een grote bron van onzekerheid en voor veel ouders een reden om te stoppen met borstvoeding. Maar al kun je met borstvoeding niet zien hoevéél je kind drinkt, je kunt prima nagaan of hij genóeg drinkt.

Dat doe je door te letten op het aantal plasluiers (4-6 per dag) en poepluiers (2-5 per dag voor een pasgeboren baby), of je borsten na het voeden soepeler aanvoelen dan ervoor, of je baby tevreden is na het voeden, of je baby 8-12 keer per etmaal drinkt en of hij tijdens het voeden duidelijk slikt en stevige zuigbewegingen maakt.

ZIE OOK: Drinkt mijn baby genoeg?

8. Een kind dat uit de fles drinkt, slaapt sneller door

Sneller doorslapen staat totaal los van borstvoeding. Of je nu de fles of de borst geeft, je kind zal de eerste tijd ’s nachts gevoed willen worden. En je baby zal dus niet plotseling of sneller doorslapen als je overstapt op flesvoeding.

Het voordeel van ’s nachts borstvoeden is dat je snel weer in slaap valt, onder invloed van het ontspanningshormoon oxytocine. Dat komt vrij als je borstvoeding geeft en maakt je een beetje slaperig. Vanaf de eerste tot de tweede week zal je kind ’s avonds veel gaan drinken: hij ‘tankt’ zich dan vol voor de nacht, zodat hij dan minder gevoed hoeft te worden.

ZIE OOK: Alles over doorslapen

9. Werken en het geven van borstvoeding is een onhaalbare combinatie

Zelfs als je fulltime werkt, is het blijven geven van borstvoeding niet onhaalbaar. Begin wel op tijd met de voorbereidingen. Laat je kind al met 6 weken wennen aan het drinken uit een flesje met gekolfde melk. Als je kind goed drinkt aan de borst, hoef je niet bang te zijn voor tepel-speenverwarring.

Met 4 maanden is je melkproductie gestabiliseerd en dat maakt het vaak makkelijker om werk en borstvoeding succesvol te combineren. Mocht je melkproductie door het werken teruglopen, dan kun je eventueel besluiten om je baby met flesvoeding bij te voeden. Dat is altijd nog beter dan helemaal stoppen.

ZIE OOK: Kolven op het werk

10. Je hoort zo veel rampverhalen over borstvoeding, ik kan er maar beter niet aan beginnen.

Helaas stuiten veel vrouwen inderdaad op problemen bij het geven van borstvoeding. Niet voor niets start 80% van de moeders ermee en haakt een groot deel daarna snel af: 47% geeft na 3 maanden nog borstvoeding. Na 6 maanden is dat nog 39%.

Moeders krijgen vaak tegenstrijdige adviezen of juist helemaal geen advies. Jammer, want als je er snel bij bent, zijn bijna alle problemen rondom borstvoeding op te lossen. Bedenk dat borstvoeding geven niet een kwestie is van ‘je kan het of je kan het niet’. Bijna iedere vrouw kan het.

MEER LEZEN?