Vanaf welke leeftijd mag een baby water drinken?

Vanaf welke leeftijd mag een baby water drinken?

Een pasgeboren baby drinkt melk, of dat nou moedermelk of flesvoeding is. Maar er komt een moment dat je kind daarnaast ook andere dingen gaat drinken, zoals water en thee. Vanaf welke leeftijd mag je een baby water geven? En hoe pak je dat aan?

Vanaf zes maanden water drinken

De eerste maanden van z’n leven drinkt je kind geen water. Alles wat je baby nodig heeft, haalt hij uit borst- of flesvoeding. Hierin zit voldoende vocht, waardoor je kind geen extra water nodig heeft.

Op het moment dat je baby naast melk ook vaste voeding krijgt, zal de hoeveelheid melk die hij drinkt langzaam afnemen. Je kind heeft dan ook extra vocht nodig, naast zijn melkvoedingen. De Wereldgezondheidraad (WHO) adviseert om je baby vast voedsel te geven vanaf zes maanden. Pas na die zes maanden zou je je kind ook andere drankjes kunnen aanbieden, te beginnen met water of lauwe thee zonder suiker.

Sommige ouders beginnen al eerder met het introduceren van vast voedsel, namelijk tussen de vier en zes maanden. Deze oefenhapjes (bijvoeding) zijn nog geen vervanging van de melkvoeding. Daarom heeft je kind op dat moment nog geen extra water nodig, maar pas als de vaste voeding de melkvoeding gaat vervangen.

Krijgt je kind borstvoeding? Dan zal hij waarschijnlijk vanzelf minder (vaak) gaan drinken aan de borst, naarmate hij meer vaste voeding krijgt. Je kunt je kind ook af en toe wat water aanbieden, om daaraan te wennen. Maar het is het eerste jaar in principe nog niet nodig om je baby extra water te geven naast de borstvoeding, omdat hij voldoende vocht binnenkrijgt via de moedermelk.
Wel is het belangrijk dat je kind op verzoek mag drinken uit de borst. Zo kan hij aangeven of hij dorst heeft en zijn eigen vochtinname regelen

Eerste slokjes water

Het advies van het Voedingscentrum en consultatiebureaus is dus om je baby pas vanaf zes maanden water te laten drinken. Voor die tijd heeft je kind het simpelweg niet nodig.

De eerste slokjes water kunnen best even wennen zijn voor je kind, net zoals zijn eerste hapjes groente en fruit. Hij moet wennen aan elke nieuwe smaak en textuur. Het kan dus zijn dat je kind het water de eerste keren weer uitspuugt, of zich erin verslikt. Blijf het toch proberen, het gaat vanzelf beter.

Water introduceren

Het introduceren van water bij je baby doe je stap voor stap. Begin met het aanbieden van water op vaste momenten, bijvoorbeeld naast zijn fruithapje in de ochtend of groentehap in de avond. In het begin zal je kind niet meer dan een paar slokjes drinken: dat is prima. Hij hoeft niet direct een hele beker leeg te drinken. Blijf wel standaard bij elke maaltijd een beker water aanbieden aan je kind, ook al laat hij het meeste staan. Op den duur zal hij steeds meer gaan drinken.

Vervolgens kun je je baby ook op andere momenten water aanbieden, tussen de maaltijden door. Sommige kinderen hebben bijvoorbeeld dorst als ze ’s ochtends uit bed komen, of na het middagslaapje. Je baby zal eerder geneigd zijn om water drinken als hij dorst heeft, dan als zijn buik al vol zit.

Tegelijk met het introduceren van water, kun je de melkvoeding gaan afbouwen. In het geval van flesvoeding geef je je kind steeds wat minder melk in de fles die je wilt gaan vervangen voor een maaltijd en water. Hoe minder melk je geeft, hoe meer trek je kind daarna nog heeft in water. Werkt dit niet, geef je kind dan éérst zijn maaltijd en water, en pas daarna een flesje melk. Met een volle buik heeft je kind minder behoefte aan melk, waardoor het afbouwen makkelijker zal gaan.

Hoeveel water?

Vanaf z’n eerste verjaardag heeft je kind per dag zo’n 750 ml tot 1 liter vocht nodig. Dat is inclusief melk.

In welk tempo de melkvoeding wordt afgebouwd, verschilt per kind. Uiteindelijk zal een kind van één jaar gemiddeld nog zo’n twee flesjes/bekers melk van 150 ml per dag drinken. Borstvoeding mag op verzoek gegeven blijven worden. Het is niet nodig om hiernaast nog melk te geven.

Daarnaast heeft hij dan ongeveer vier bekertjes water of thee nodig, meldt het Voedingscentrum. Niet elk kind zal op z’n eerste verjaardag al op dit aantal bekers melk en water zitten. Dat is niet erg, het gaat om gemiddelden. Drinkt je kind nog veel meer melk dan water, probeer dan wel door te gaan met afbouwen en steeds meer over te stappen op water.

Waarom water?

Als je kind minder melk gaat drinken, heeft hij extra vocht nodig. Water is dan de beste keuze als dorstlesser, of kies voor lauwe thee zonder suiker. In andere drankjes (zoals diksap, limonade, vruchtensap of frisdrank) zit ook vocht, maar daarnaast nog allerlei andere toevoegingen en suikers die je kind niet nodig heeft. Sterker nog: de suikers en zuren in die drankjes zijn slecht voor z’n tanden. Dat geldt ook voor light-frisdranken: daarin zitten weliswaar geen suikers, maar wel zuren die het tandglazuur kunnen aantasten.

Water en thee bevatten geen calorieën. Daarnaast heeft water een neutrale smaak, waardoor je kind niet al op jonge leeftijd went aan allerlei zoete smaakjes van sap of frisdrank.

Kan water drinken kwaad bij jonge baby’s?

Baby’s jonger dan zes maanden halen al het vocht dat ze nodig hebben uit hun melkvoedingen. Water geven aan jonge baby’s is dus niet nodig. Sterker nog: het wordt afgeraden. De maag van een jonge baby is erg klein. Als je je kind water geeft, zit zijn maag al deels vol, waardoor hij minder eetlust kan krijgen. Het gevolg is dat je baby minder melk drinkt, waardoor hij minder voedingsstoffen binnenkrijgt, terwijl hij die voedingsstoffen wel hard nodig heeft.

Daarnaast zou het zelfs gevaarlijk kunnen zijn om je baby al voor de zesde maand water te laten drinken, zo stellen onderzoekers van het Amerikaanse Johns Hopkins Children’s Center in Baltimore. De nieren van je kind zijn nog niet helemaal goed ontwikkeld. Als je baby te veel water zou drinken, kan er te veel natrium worden afgevoerd door z’n lichaam. Het mogelijke gevolg: een natriumtekort. Dit kan gevaarlijk zijn. Er kan dan een zogenoemde ‘watervergiftiging’ optreden. De eerste symptomen hiervan zijn: slaperigheid, prikkelbaarheid en een verminderde hersenactiviteit. Andere symptomen zijn een lagere lichaamstemperatuur, een opgezwollen gezicht en epileptische aanvallen.

Wat als het erg warm is in de zomer?

Je hoort weleens dat je op warme zomerdagen wat extra water aan je kind kan geven. Hoe zit dat precies, en geldt dat ook voor baby’s die jonger zijn dan zes maanden? Op hele warme dagen kan je jonge baby inderdaad wat extra vocht gebruiken. Sterker nog: het is belangrijk dat hij extra drinkt, omdat je kind door de hitte meer transpireert en dus meer vocht verliest. Voor baby’s onder zes maanden geldt:

  • Geef je borstvoeding, leg je kind dan vaker aan. Extra water aan je baby geven, is niet nodig. De moedermelk wordt bij warm weer vanzelf iets wateriger. Zorg wel dat je zelf extra water drinkt: aangeraden wordt om op warme dagen 700 tot 1000 ml extra vocht te drinken.
  • Geef je flesvoeding, dan kun je je baby daarnaast een paar lepels water geven. Of geef hem af en toe een heel klein beetje water in een flesje, maar niet meer dan vijf tot tien cc water per keer. Dit lijkt weinig, maar meer water kunnen zijn nieren nog niet goed verwerken.

Als je kind een half jaar of ouder is, kun je hem extra water aanbieden naast zijn melkvoedingen. Je zou ook elke flesvoeding kunnen aanlengen met 15 tot 20 cc extra water, zodat je kind op die manier extra vocht binnenkrijgt. Geef je borstvoeding, dan is het vooral belangrijk om zelf meer water te drinken. Ook kun je je baby vaker aanleggen.

Hoe weet je of je kind genoeg drinkt?

Ben je bang dat je baby te weinig drinkt, of dat hij uitdroogt door het warme weer? Hou dan zijn plasluiers in de gaten. Als je baby voldoende vocht binnenkrijgt, zou hij minimaal 4  plasluiers per 24 uur moeten hebben. Dit hoeven geen hele volle luiers te zijn, een klein plasje is ook goed. Hier meer tips: zo weet je of je baby voldoende gedronken heeft.

Plast je kind te weinig, of maak je je om een andere reden zorgen dat hij te weinig drinkt, neem dan contact op met de huisarts. Jonge kinderen kunnen al binnen een dag uitdrogen. Tekenen van uitdroging zijn:

  • Sufheid en lusteloosheid
    • Een halve dag niet geplast (geen natte luier)
    • Een droge mond
    • Snelle ademhaling
    • Snelle hartslag
    • Koude armen en benen
    • Doe de huidplooi-check: als je met tussen twee vingers een stukje huid optilt en het blijft even ‘staan’ dan zit je kind tegen uitdroging aan.

Zolang je kind goed drinkt, regelmatig plast (natte luiers heeft), kwijlt of met tranen huilt, dan hoef je je geen zorgen over te maken over uitdroging.

Zoveel voeding heeft je baby per dag nodig

Hoeveel borst- of flesvoeding heeft een baby nodig en hoe vaak geef je de borst of fles op een dag?

Baby weigert water

Sommige baby’s lijken water niet lekker te vinden en weigeren het te drinken. In principe is dit een kwestie van wennen. Maar het kan ook zo zijn dat hij geen dorst heeft, omdat hij al (te veel) melk heeft gedronken. Een aantal tips om je kind water te leren drinken:

  1. Bied je kind water aan op een moment dat hij dorst heeft. Als hij net al melk heeft gedronken, zal hij geen behoefte meer hebben aan water.
  2. Probeer verschillende bekers: denk aan een gewone beker, een tuitbeker, of een beker met een rietje. Wil hij niet uit een beker drinken, dan kun je ook water in een flesje geven.
  3. Of geef je kind lauwe (vruchten)thee in plaats van water. Doe er geen suiker in. Sommige kinderen vinden het wel lekker als er een scheutje melk door de thee zit. Omdat in gewone en vruchtenthee cafeïne zit, moet je hier niet te veel van geven en de thee niet te sterk maken. In rooibos- en kruidenthee, zoals kamille, jasmijn en munt zit geen cafeïne en is dus beter.
  4. Hou vol. Heb geduld en blijf het proberen.

Welke beker?

Je kunt je baby water in een flesje aanbieden, maar beter is het om hem water uit een beker te leren drinken. Een gewone open beker wordt aangeraden, omdat dit het beste is voor zijn gebit en zijn spraak- en taalontwikkeling. Ook leren kinderen beter doseren met een open beker, waardoor ze zich minder snel verslikken.

Houd in het begin de beker voor hem vast en geef je kind kleine slokjes. Op den duur zal hij zelf de beker willen vasthouden. Dat levert regelmatig een natte outfit op, dus een slabbetje is geen overbodige luxe. Maar oefening baart kunst.
Een tuitbeker, zuigfles of een beker met een rietje levert minder geknoei op, maar is dus minder goed voor de ontwikkeling van je kind. Er bestaan ook speciale anti-lekoefenbekers met grote oren aan de zijkanten, die je kind makkelijk kan vasthouden.

Christine Bulsing

Lactatiekundige

Christine Bulsing is lactatiekundige en jeugdverpleegkundige bij de jeugdgezondheidszorg. Vanuit haar praktijk Zoete Melk begeleidt ze moeders bij de borstvoeding. Daarnaast geeft ze ook voorlichtingsavonden over borstvoeding voor aanstaande ouders.