Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

10x irritante ouders volgens de juf

Is je kleuter nog niet zo lang geleden op school begonnen? Een nieuw tijdperk voor je kind, maar ook voor jou als ouder. Wat zijn nou de do's en don'ts als schoolpleinmoeder? Sofie en Eva vroegen het aan een échte expert: de juf.

Ze is waarschijnlijk degene die je kind het meest ziet naast jou en je partner: de juf. Of meester natuurlijk. Als ouder wil je niets liever dan een leraar die je kind écht ziet (en dat doen ze meestal ook). Maar we moeten iets bekennen: stiekem willen we zelf ook zo graag in een goed blaadje staan bij de juf, die ‘leuke relaxte moeder’ zijn.

Advertentie

Uit de school klappen

Wat denkt die leraar nou echt? Wat vindt hij of zij van ons? Geen idee! Daarom vroegen we voor ons boek De schoolfabriek aan een juf om anoniem uit de school te klappen over ouders. Dat deed ze met haar top-10 irritante oudertypes. Lees en geniet (want dit slaat natúúrlijk niet op jou, en niet op ons. Wij zijn LEUKE ouders. Maar euhm… altijd goed om te weten toch?). O, en – dit moesten we van de juf erbij zeggen –neem het vooral met een korreltje zout.

  1. Helikopterouders

    Juf: ‘Helikopterouders noemen wij ook wel curlingouders. De ouder die zijn kind te beschermend opvoedt in de zin dat hij alles probeert te overzien en de ontwikkeling van het kind volledig probeert te sturen. Bijvoorbeeld door het kind overmatig veel aandacht te geven, het overal in te begeleiden en te anticiperen op alle mogelijke problemen die het kind zou kunnen tegenkomen. De curlingouders poetsen alle oneffenheden voor het kind weg. Wij als leerkrachten denken dat het goed is als kinderen zelfredzaam worden en ook juist leren van moeilijke situaties (waarbij ze natuurlijk best geholpen mogen worden door ouders of leerkrachten). Sommige ouders behandelen hun kinderen ook echt nog als baby’s. Hou toch op met dat betuttelen en praat normaal tegen ze. Ik krijg er zo’n jeuk van als een ouder zegt: “Moet je nog een plasje doen?”, terwijl het kind vier is. Je houdt je zoon of dochter op die manier klein en dat is een gemiste kans.’

  2. Ouders die hun kind elk weekend naar vijf familievisites en de Efteling meeslepen

    Juf: ‘Sommige ouders proppen een weekend vol met sociale activiteiten en uitjes. Op maandag is het kind dan helemaal uit z’n ritme en zit doodmoe in de klas. Die ouders zijn in mijn optiek te veel bezig met hun eigen ding. Ze slepen het kind overal mee naartoe en houden geen rekening met de behoeftes van hun kleuter. Natuurlijk vindt een kind dat allemaal leuk, maar als ouder hoor je ook voor genoeg rust voor je kleuter te zorgen.’

  3. Ouders die niet opvoeden

    Juf: ‘Ouders die hun kleuter als hun gelijke zien en geen grenzen stellen. Vaders en moeders die zogenaamd vrij opvoeden, omdat hun kind er ‘mag zijn in zijn eigen kracht’. Deze ouders komen bij voorkeur lachend als een boer met kiespijn te laat de klas binnen met een hysterisch obstinate kleuter. Het kind op de stoel krijgen, lukt niet zonder de hele trukendoos tevergeefs open te trekken. Uiteindelijk besluit ik het over te nemen, kind op schoot en ouders wegzwaaien. De hele dag blijkt het kind toch goed in zijn hum te zitten. Tot school voorbij is, bij het ophalen hetzelfde verhaal in omgekeerde richting. Ik hoor ouders nog net aan het krijsende kind (dat alleen bij hen blijft door het in de houdgreep te houden) vragen: “Ik begrijp dat je niet zo lekker in je vel zit Storm, kun je me vertellen waarom?”’

  4. iPad-ouders

    Juf: ‘Vaders en moeders die hun kind continu achter de iPad of voor de tv zetten. Als het thema “herfst” begint, vraag ik altijd of kinderen na het weekend mooie vondsten willen meenemen. Op maandag krijg ik dan van één kind een eikel of een kastanje. De anderen komen nooit in het bos. De herfstwandeling is uit, in plaats daarvan zitten kinderen binnen achter een scherm. Zelfs met buitenspelen op het schoolplein zijn er kleuters die komen zeggen dat ze liever binnen zitten.’

  5. De honderdminutengesprek-ouders

    Juf: ‘Sommige ouders rekken het tienminutengesprek eindeloos. Die plan ik dus nooit aan het einde van de avond. Je weet als juf dat je die aan het begin moet zetten zodat je kunt wijzen op de wachtende ouders na hen. Ik onderscheid ook nog de “kletsouders”, de honderdminutengesprek-ouders en dan nog een graadje erger, omdat ze ook al mijn aandacht in de ochtend opeisen waardoor geen enkele andere ouder meer iets aan me kan vragen of meedelen. Of ze zien het wegbrengen als leuk sociaal moment met andere ouders. “Hoe was je weekend?” en dan gaan ze maar door terwijl ze in mijn lokaal blijven plakken. Ga ergens koffie drinken, denk ik dan.’

  1. Agressieve ouders

    Juf: ‘De ergste ouders zijn degenen die schreeuwen, schelden, dreigen of erger. Een keer beet een ouder me toe: “Als je nog één keer zo tegen mijn kind praat, mep ik je in elkaar.” Heel vervelend. Ik heb ook weleens meegemaakt dat ik een moeder ‘s ochtends vroeg waarom haar kind de dag daarvoor niet op school was en zij me waar iedereen bij was toe schreeuwde: “Wie denk je wel niet dat je bent?” Een andere keer ontdekte ik één seconde nadat we binnen waren na het buitenspelen dat ik nog een leerling miste. Het volgende moment komt een woeste ouder met het joch binnen, ze had hem van het schoolplein geplukt. “Het is wel mijn vlees en bloed dat ik aan jou geef,” bulderde ze keihard terwijl mijn klas verschrikt toekeek. Ze beende weg terwijl ze riep dat ze NU een gesprek met de directie ging aanvragen. Heel intimiderend.’

  2. De kan-ie-een-klas-overslaan-ouders

    Juf: ‘Soms zijn ouders heel erg gericht op de cognitieve capaciteiten van hun kind. Dan zijn ze trots dat hun vierjarige al kan tellen tot honderd en zelfs al letters en woordjes kan lezen. Of verkeren ze in een roze wolk omdat hun kleuter het hele alfabet opnoemt, wat overigens niets met leesvaardigheden te maken heeft. Wij als leraren merken dan echter dat het hun kleuter nog wel ontbreekt aan allerlei basale vaardigheden zoals bijvoorbeeld samen delen, geduldig en behulpzaam zijn en zelfredzaamheid.’

  3. Gescheiden-en-we-kunnen-we-elkaar-niet-luchten-of-zien-ouders

    Juf: ‘Sommige ouders blijven het heel goed samen doen na de scheiding. Die zitten toch met z’n tweetjes bij een tienminutengesprek ook al weet ik dat ze issues hebben. Maar andere ouders kunnen absoluut niet meer door één deur en eisen aparte oudergesprekken. Dat kost ons als leraren dus twee keer zoveel tijd, tel maar op als de helft van de ouders gescheiden is. Maar het meest tragisch is het natuurlijk voor de kleintjes als papa en mama elkaar niet kunnen luchten of zien.’

  4. Mijn-kind-doet-dat-niet-ouders

    Juf: ‘Sommige ouders zien in hun kind een engeltje dat nooit iets fout doet of ze blijven volhouden dat hun kind perfect is terwijl ze donders goed weten dat het niet zo is. Momenteel heb ik een meisje in de groep dat enorme driftbuien heeft, haar gedrag is grenzeloos en andere kinderen zijn bang voor haar. Als ik dat met haar moeder bespreek, antwoordt zij dat ze het totaal niet herkent. Maar ik weet dat het meisje ook thuis driftig is. Waarom ze dat niet met me deelt, begrijp ik niet. Misschien vertrouwt ze me niet? Het is niet zozeer dat ik me hier aan erger, maar vooral dat ik me zorgen maak. Zo kunnen we niet samenwerken om het kind te helpen.’

  5. Dram-ouders

    Juf: ‘Sommige ouders blijven bellen en mailen om iets voor elkaar te krijgen. Bijvoorbeeld een dyslexietest voor hun kind terwijl de school dat niet nodig vindt. Of andersom: dan wil ik graag een intelligentietest en gaan ouders helemaal los: “Mijn kind is intelligent genoeg, jullie zijn prutsers”, terwijl ik zie dat het meisje echt niet mee kan komen in de groep. Vaders en moeders willen soms heel erg hun zin doordrijven, terwijl je er samen uit moet komen. Zij kennen hun kind heel goed, wij kennen de leerling goed en weten hoe het kind in de klas is, we hebben ook expertise. Ik waardeer hun betrokkenheid, maar op een gegeven moment is het wel klaar en moeten ze ook eens iets aannemen van ons leraren.’

Bron: De schoolfabriek – beeld: Shutterstock

Sofie en Eva

Televisiepresentator Sofie van den Enk en journalist Eva Munnik schreven een bestseller over borstvoeding: De Melkfabriek - waarom borstvoeding te gek is (en je je niet schuldig hoeft te voelen als het niet lukt). Ook verscheen onlangs hun boek De Schoolfabriek, over alles wat je als ouder wilt weten over de basisschool.