beter maken

Blog Britt: 'Jullie kunnen me toch wel beter maken, hè?'

Natuurlijk hoefde haar vriend M. niet mee voor de uitslag van de biopten. Natuurlijk kunnen ze haar beter maken. Als ze met de verpleegkundige meeloopt, hoopt Britt nog steeds dat er niets aan de hand is.

Uitslag

Een blonde vrouw van in de dertig leidt me naar haar kantoortje. Mammacare verpleegkundige, lees ik op het kaartje op haar witte jas. Ik vraag me af of ze ook iets met verloskunde doet, ik weet duidelijk nog niet zoveel van borstkanker. M. vroeg vanochtend nog of hij echt niet mee moest als ik de uitslag kreeg van de biopten. Maar ook hij denkt, net als iedereen, dat ze me niet op vakantie hadden laten gaan als er iets ernstigs aan de hand kon zijn. En ik vertrouw die gedachte.

Advertentie

Nog op tijd?

Zodra ik in de spierwitte kamer met fel licht plaatsneem, een ziekenhuis mag duidelijk niet gezellig zijn, zegt ze dat ze niet zulk goed nieuws heeft. Er is inderdaad kwaadaardige kalk gevonden in mijn borst. Haar blik is vol medeleven. Ik wil geen medeleven, ik wil dat ze lachend zegt dat het allemaal goed komt. Dat ik nog op tijd ben.

Ze vraagt of ik me wil uitkleden, T-shirt en beha uit. Ja, of ik even op de tafel wil zitten. Als ik mijn arm moet uitstrekken raak ik een beugel die boven de tafel bungelt. De verpleegkundige moet lachen en zegt dat ik niet de eerste lange mens ben die slaags raakt met het ding. Ze is nog vrolijk, dus dan is het nieuws niet al te slecht. Ik lees elk woord uit haar mond en elke minieme beweging die ze maakt. Ik mag geen enkel teken missen.

Operatie

Ik was naar de huisarts gekomen omdat ik zelf wat had gevoeld, toch? Ja, ik vertel haar waar en ze zet haar vingers op de aangewezen plek. Daarna gaat ze richting mijn oksel en drukt ze hard op mijn klieren. De tranen springen in mijn ogen. ‘Ja, sorry, dat is gemeen, ik weet het,’ zegt ze vriendelijk.

Ze had al verwacht te voelen wat ze voelde, zegt ze als ik weer op mijn stoel zit. En dan dat ze vindt dat ik zo kalm reageer. Ik zeg dat ik met voorstadium wel rekening had gehouden. Dat het natuurlijk niet fijn is, maar dat het ook nog geen kanker is. Toch?
En dan komen ze, alle woorden ernaartoe waren misschien een duidelijke inleiding, maar ik herkende de inleiding niet. Ze haalt even adem en zegt: ‘Een borstsparende operatie zit er niet meer in.’

Ontredderd

Alle kalmte lost op in een vacuüm van paniek. Ik grijp naar mijn linkerborst en kerm dat ik die niet kwijt wil. Ze zegt: ‘Vindt u dat het ergste? Dat u uw borst kwijtraakt?’ Ze kijkt me aan met een zachte blik. Mijn hoofd duizelt, ik kan amper helder denken. Wat is er erger dan die borst kwijtraken? O god, o god, ik weet het ineens en krijg nauwelijks nog adem. Ik zie het gezicht van Jula voor me. Ik moet haar moeder blijven. Dat kan niet anders.

Ik voel me ontredderd in het bijzijn van deze aardige, maar tot tien minuten geleden nog volkomen onbekende. Ik vraag of ik iemand mag bellen. Natuurlijk, zegt ze. Ik stuur M. een berichtje dat hij nu naar huis moet komen, ik weet dat hij nu voor een klas staat ergens in Haarlem. Dan bel ik een vriendin in de buurt, ik krijg haar voicemail. Nog een vriendin in de buurt, ook zij neemt niet op. Mijn zus woont iets verder weg, maar neemt goddank wel op. De verpleegkundige zegt dat ik hier rustig op mijn zus kan wachten.

Geen aspirientjes

Ze vraagt me of ik ondertussen de foto’s wil zien, van mijn borst. Ik werp heel even een blik op de foto waar heel veel witte puntjes op te zien zijn. Daarna zegt ze dat ik waarschijnlijk nog medicijnen moet. Medicijnen? Waarom? Die borst gaat er toch af? Ze zegt dat ze vermoedt dat de plek die ze heeft gevoeld al een tumor is. Ze zegt het haast met zekerheid te weten. Die medicijnen moeten ervoor zorgen dat de kanker na de operatie wegblijft. Ik krimp ineen en durf niet te vragen naar die medicijnen. Al weet ik zeker dat het geen aspirientjes zijn.

Ik kijk de verpleegkundige aan en raap al mijn moed bij elkaar. Jullie kunnen me toch wel beter maken, hè? Ze knikt en zegt dat ze dat zeker denken te kunnen. Dan hoor ik mijn nichtje van twee in de gang: ‘Bit’ roept ze enthousiast als ze me ziet. Het gezicht van mijn zus is bleek en haar stem klinkt dun als ze vraagt: ‘Kunnen ze je beter maken?’ Ik zeg dat ze denken van wel. Ze houdt me stevig vast en zegt: ‘Dan komt alles goed.’ ‘Ja,’ fluister ik. Maar ik ben even nergens meer van overtuigd.

Britt Stubbe

Britt Stubbe (44) is alleenstaande moeder van een dochter van 5 jaar. Britt heeft borstkanker. Ondanks dat ze bang is, voelt ze zich krachtiger dan ooit. Britt zal de komende maanden op oudersvannu.nl bloggen over haar behandeling, angsten en liefde voor het leven.