Hoe noemen we haar dinges?

Hoe noemen we haar dinges?

Piemel. Prima woord, vindt onze columnist Peter Nilsson. Maar waarom bestaat er niet net zo’n leuke benaming voor de ‘voorbips’ (brrr!) van zijn dochter?

Piemel is een leuk woord. Ik ben enorm content met de mijne. Ik heb er veel lol mee en kan er ook nog zinnige dingen mee doen (plassen, kinderen produceren, zulks). Mooi dus, dat er voor dat leuke ding ook een leuk woord is. Een positief woord, dat zowel te gebruiken is bij kleine jongens als volwassen mannen. Zoals onze kraamhulp in week één al over ons zoontje zei: ‘Laat hem er t.z.t. maar fijn mee spelen, leuk aan zijn piemeltje zitten, lekker ontdekken.’ Niemand heeft dat in week één (of ooit) over ons dochtertje gezegd… Maar ja, welk woord hadden ze dan ook moeten gebruiken?

Het ontbrekende woord

Ons meisje is inmiddels 2,5 en tijdens de zwangerschap begonnen we er al over: hoe noemen we haar dingetje? Vervolgens legden we iedereen om ons heen deze vraag voor en de reactie was vaak ‘Ehmm… beetje raar onderwerp, dit..?’ en vervolgens ‘Tja, ik zou het eigenlijk niet weten. Gewoon vagina?’. Maar kijk, dat klopt dus niet. Vagina is niet het equivalent van piemel, maar van penis. Dat zijn twee gelijke woorden en ze hebben allebei een wat kille, medische connotatie. Het zijn de woorden die je gebruikt als je bij de dokter zit (‘Ik heb zo’n jeuk aan mijn…’), maar je zegt ze niet lachend tegen een kind dat met de luier op de enkels door de kamer rent.

Geef het maar een naam

Er zijn veel alternatieven en ze zijn allemaal vreselijk of suf… of vreselijk suf. Plasser, spleetje, sneetje, voorbips, kruis, mutsje, doosje. Brrr. Ook meer exotische varianten als cosita of het vreselijke flamoes slaan de plank mis, want het punt is dat alle kleine meisjes het er samen over moeten kunnen hebben en dan allemaal meteen moeten weten wat ze bedoelen. Als elk meisje in de klas een ander (al dan niet door de ouders verzonnen) woord gebruikt voor haar dinges, maken we dit bijna onmogelijk voor ze. En dat terwijl alle jongetjes gewoon een piemel hebben.

Waarom hebben we het hier over?

Maar is dit nou echt zo’n probleem? Nogal behoorlijk ja. Ik ken maar weinig volwassen vrouwen die echt blij zijn met hun eigen business daar beneden (‘raar, vies, zit er liever niet aan, heb het er ook liever niet over’) en dat terwijl mannen toch, laten we wel wezen, verdraaid graag met hun hand in hun broek zitten en hem het liefst aan iedereen die ze tegenkomen zouden introduceren. Ik wil dat mijn kinderen allebei een even prettig (en normaal) gevoel bij hun eigen lichaam hebben, alle vreemde – al dan niet uitstekende – onderdelen inbegrepen. Dat gevoel begint bij de naamgeving.

Positieve lading

Hoe we dingen noemen zegt enorm veel over hoe we over die dingen denken. Een positief klinkend woord roept meteen een fijn gevoel op. Denk aan chocolademousse (oehhh, nice) versus aspic (rilling). De namen die we aan dingen geven beïnvloeden de mening die we over die dingen hebben en andersom. Fijne woorden gebruik je automatisch vaker en op een andere manier. Ik zeg graag piemel (‘PIEMEL!’), dus is het leuk om tegen mijn zoon te zeggen: ‘Ho ho, niet gaan richten met je piemel, ik heb net een schoon T-shirt aan.’ Vagina zeg ik toch minder graag (net als penis), dus sta ik bij mijn kleine meisje maar wat te stamelen.

Als de één, dan ook de ander

Oneerlijk, onterecht en vooral onacceptabel. Als we echt toe willen naar een samenleving waarin man en vrouw volledig gelijk zijn (en ja, dat willen we), dan moeten we allereerst zorgen dat we ook volledig gelijk kunnen communiceren over alles. Met voor elk woord voor een mannending, ook een woord voor het vergelijkbare vrouwending, met dezelfde connotatie. Als we willen dat meisjes een beter zelfbeeld krijgen, of liever: dat ze automatisch een goed zelfbeeld krijgen (en ja, dat willen we), dan begint dat net als bij jongetjes in week één.

Met terugwerkende kracht

Dus. Hoe gaan we het noemen? Roep maar, dan kiezen we nu en lichten we meteen meneer Van Dale in. Nieuwe woorden als pokémonterreur en treitervlogger zijn tenslotte geestig en actueel, maar zullen uiteindelijk aanzienlijk minder vaak van pas komen als dit noodzakelijke nieuwe woord, dat überhaupt nooit had mogen ontbreken.

Peter Nilsson

Peter Nilsson is freelance vormgever en journalist, getrouwd met Anna en vader van Jana (3) en Driek (1). Gamen met zijn dochter op schoot vindt hij het grootste goed. Ook koopt hij graag kleren voor zijn kinderen en is hij verbaasd als mensen dat bijzonder vinden.