Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Knoop in je maag

Martijn zit op z’n werk als hij door oma wordt gebeld. Paniek! Pepijn heeft iets opgegeten dat niet in zijn buik thuishoort en zelfs levensgevaarlijk kan zijn. Tenminste, dat vermoedt ze. Of kan oma gewoon niet tellen?

Naar de spoedeisende hulp

Aan mijn schoonmoeders stem hoor ik dat het mis is. Ze weet zeker dat ze zeven knoopbatterijtjes had, maar nu zijn er nog maar zes. En Pepijn heeft ermee zitten spelen. Zelfs in dit huis, zoveel ordelijker dan het onze, kan het dus gebeuren. ‘Wat nu?’ vraagt mijn schoonmoeder. Alsof ik daar een draaiboek voor heb. Al googelend hoor ik de stemmen in mijn hoofd (‘Ach, hij poept het wel weer uit’, ‘Direct 1-1-2 bellen’, ‘Aan zijn voeten omhoog houden en flink schudden’) het langzaam met elkaar eens worden: hup, naar de spoedeisende hulp!

Advertentie

‘Ik wil niet lezen wat er kan gebeuren’

Schoonmoeder en Pepijn dus naar het ziekenhuis met de buurvrouw als chauffeur. De oppasoom past op Jet, die niet in de buurt van de batterijtjes is geweest. En papa en mama blijven toch maar op hun werk, al krijgen ze niks gedaan. Ik wil niet lezen wat er allemaal kan gebeuren, maar doe het toch. Over gaten in slokdarmen, kapotte luchtpijpen en blijvende schade aan de maag. Er is ook geruststellende informatie. Een betrouwbaar uitziende Belgische site meldt dat de batterijtjes negen van de tien keer zonder noemenswaardige schade aan te richten het maagdarmkanaal doorlopen en veilig in de luier landen. Hoe het met die andere 10% afloopt, staat er dan weer niet.

 

Met de ambulance

Voor Pepijn is het niet de eerste keer in het ziekenhuis. Al twee keer is hij opgenomen met het RS-virus. De eerste keer werd hij met de ambulance van de dokterspost naar het ziekenhuis gebracht. Daarmee troefde hij gelijk zijn vader af: als kind wilde ik niets liever dan eens in een ambulance worden vervoerd. En ook nu wenste ik dat ík het was, maar om een heel andere reden. Kleine mannetjes horen op speelkleden en onder dekens met lichtgroene olifantjes. Niet op brancards en lijkwitte ziekenhuisbedden. Op ónze schoot, in ónze armen, ónze bril van ons hoofd te trekken. Niet brullend in de houdgreep van twee verplegers – hoe vakkundig, rustig en lief ze ook zijn.

Pepijn had het, toen zuurstof en medicijnen eenmaal hun werk deden, prima naar zijn zin in het ziekenhuis. Hij zat rustig te spelen op zijn bed en lachte naar iedereen die binnenkwam. Niemand kon zich nog voorstellen hoe ziek hij kort daarvoor was geweest. De tweede keer verliep ongeveer hetzelfde. Nu hoefde hij maar drie nachten te blijven. Sindsdien heeft hij twee puffers die hun werk goed doen. De benauwdheid keerde niet meer terug

Battterijvrij

Telefoon. Alles staat op de foto, geen batterij te zien. Wist oma zeker dat ze goed had geteld? Nee, maar papa en mama zijn weer gerustgesteld. Uit werk rijden we samen naar mijn schoonouders, waar het eten klaarstaat en de kinderen ook. Onderweg belt mijn schoonvader. Jet is zo huilerig, ze gaan voor de zekerheid ook maar even met haar naar het ziekenhuis. Weg is de opluchting. Een doodstille autorit door de vrijdagavondspits.

Als we aankomen, zijn ze net weer terug. Ook Jet is batterijvrij. Na het eten brengen we de kinderen naar bed, ze zijn doodop. We maken grapjes over lege accu’s en het eten smaakt uitstekend. We zullen het nooit weten: kan oma nou niet tellen, heeft opa een knoopje kwijtgemaakt of is Pepijn toch aan het verstoppen geweest? Misschien weten we het volgend jaar, als er twee kleine peuters eieren gaan zoeken. We zullen zien.

Martijn van Lith

Martijn van Lith woont samen met Annika en de tweeling Jet en Pepijn (1). Elke maand blogt hij over het vaderschap en de belevenissen van het jonge gezin.