'Zeg maar nee, dan krijg je er twee'

Een tweeling trekt nogal wat bekijks. Hartstikke leuk, maar soms wordt Martijn wel eens moe van al dat goedbedoelde advies.

‘Wat een dropjes’

‘O, mag ik even kijken?’ De vrouw trekt een rolmandje achter zich aan met daarin drie pakken magere yoghurt en een tros groene bananen. ‘Wat een dropjes. Twee jongens?’ Ze zwaait naar Jet, die langzaam één oog opent en dan weer sluit. ‘Ik heb zelf ook een tweeling. Twee meiden. Maar die zijn al bijna veertig nu.’ Ze kijkt alsof ze een goede grap heeft verteld. Ik glimlach maar.

Advertentie

‘Het is wel zwaar, hè?’ Haar hoofd gaat snel op en neer. ‘De eerste twee jaar zijn horror, maar daarna wordt het echt mooi.’ Ze knikt nog steeds. Nog even en ze pakt mijn wang tussen twee vingers beet en zegt dat het allemaal wel goed komt. Ze kijkt in mijn nog lege boodschappenkar. ‘Ik zal je niet verder ophouden, je hebt het al druk zat. Fijne dag!’

Dubbelpret

Later die dag wandel ik door het park met een opnieuw slapende tweeling. De mensen die je op zo’n dag tegenkomt, zijn in drie groepen te verdelen. De eerste groep vindt het allemaal prima. Al zou ik een eeneiige zevenling voor me uit duwen, dan nog kijken ze niet. Deze groep mag van mij best wat groter zijn.

Groep twee ziet al van een afstand de dubbele kinderwagen, glimlacht in het voorbijgaan vriendelijk en trekt er een blik bij van: och och, die arme ouders toch. Als ze met meer zijn, vang je vaak nog net teksten op als: ‘Stel je voor, een tweeling’ of ‘Dubbele pret!’

Liefhebbers

Maar dan de derde groep. Hierin zitten de echte liefhebbers. Soms vragen ze of ze even mogen kijken, maar meestal duiken ze direct de wagen in. ‘Wat een lieverdjes!’ ‘Wat een rijkdom!’ ‘Zeg maar nee, dan krijg je er twee!’

Dan volgt het hoofdprogramma: de wetenswaardigheden over hun eigen (klein)kinderen. Opvallend veel uit die groep hebben zelf een tweeling gebaard. En iedereen kent wel iemand die iemand kent die ooit een twee-, drie- of nog-meerling heeft gezien. Tot slot komen de opbeurende berichten in de categorie: ‘De eerste paar jaar zijn superpittig, maar daarna is het echt genieten’ en ‘O, bijna een jaar? Dan komt nu de meest bewerkelijke periode eraan.’ Dank u vriendelijk.

Druk zat

Nog overzichtelijker was het tijdens de zwangerschap. Wie je ook sprak, vroeg of laat (maar meestal vroeg) volgde altijd dezelfde conclusie. ‘Een jongen en een meisje? Dan ben je meteen klaar!’ In het begin wilde ik dat nog wel eens in twijfel trekken, bijvoorbeeld met een zeer mindful: ‘Eerst maar eens hiervan genieten, dan zien we wel verder.’ Maar gaandeweg leerde ik dat het geen zin heeft. Het beste antwoord is een glimlach opzetten. Ook nu nog. Een vriendelijke lach en dan snel weer door. Je hebt het al druk zat.

Martijn van Lith

Martijn van Lith woont samen met Annika en de tweeling Jet en Pepijn (1). Elke maand blogt hij over het vaderschap en de belevenissen van het jonge gezin.