10x dit moet je weten over het eerste hapje

10x dit moet je weten over het eerste hapje

De slab zit om, de camera staat aan. Daar gaat hij dan: het allereerste hapje na maanden van zoete (moeder)melk. Wat voor beeldmateriaal levert het op? Een voorbeeldig smikkelende baby, een gekke grimas of een zuur gezichtje? Hoe dan ook, die eerste hapjes zijn behoorlijk wennen voor je baby. Hier wat handige tips voor als je kind (bijna) toe is aan ‘echt’ eten.

Ouders van Nu samen met Blue Band
  1. Klaar voor de start

    Kijkt je baby je het eten uit de mond, sabbelt hij op zijn handen, stopt hij dingen in de mond, maakt hij smakkende geluiden of hapt hij met zijn mond? Het zijn allemaal signalen dat je kind klaar is voor het eerste hapje. Meestal is dat tussen de vier en zes maanden. Je mag dan vaste voeding gaan geven naast de borst- of flesvoeding. Zo went hij langzaam aan andere smaken dan melk én traint hij zijn mondspieren.

  2. Oefenen

    Niet voor niets worden de eerste hapjes ook wel oefenhapjes genoemd. Het eten van vaste voeding moet hij nog leren. De beweging van z’n tong, de nieuwe smaak, geur en textuur en het vervolgens doorslikken: voor je baby is het allemaal nieuw. Het gaat dus nog niet om grote hoeveelheden. Pas vanaf zes maanden gaat de vaste voeding de melk gedeeltelijk vervangen.

  3. Zacht en zoet

    Wat geef je als eerste hapje? Het antwoord is dat je het beste met zachte en zoete smaken kunt beginnen. Dan is het verschil met (moeder)melk niet zo groot. Geschikte fruit- en groentesoorten met een zachte smaak zijn banaan, mango, perzik, abrikoos, meloen, peer, appel, wortels, pompoen en bloemkool. Maak het fruit en de groente in het begin zo fijn mogelijk, zodat er echt geen stukjes meer in zitten.

  4. Niet bitter

    Over zoet gesproken… Mensen zijn geprogrammeerd om zoet voedsel lekker te vinden. Dit is meestal rijk aan energie en dat konden onze voorouders wel gebruiken. Bitter waarschuwde voor giftige planten. Daar is je baby van nature dan ook voorzichtiger mee. En het verklaart meteen waarom spruitjes bij veel kinderen (en grote mensen) niet in de smaak vallen.

  5. Eén smaak

    Om je baby aan verschillende smaken te laten wennen, kun je hem beter niet meteen verschillende smaken door elkaar geven. Houd het dus bij één ingrediënt, dat je je baby een paar dagen achterelkaar geeft. Introduceer na een paar dagen een andere smaak. Heeft hij zo’n beetje alles geproefd, dan kan je smaken gaan combineren.

  6. Doorzetten loont

    Weigert je baby een hapje? Maak er geen issue van. Houd in je achterhoofd: een baby moet soms wel tien tot vijftien keer iets moet proeven voordat hij aan een smaak of textuur gewend is.

  7. Variëren = winst

    Varieer in smaken en geef je kind juist niet steeds iets dat hij al kent en lekker vindt.  Want hoe meer smaken je baby in de loop van de tijd leert waarderen, hoe groter de kans dat hij later ook gevarieerd zal eten.

  8. Meer smaakpapillen

    Wist je dat baby’s gevoeliger zijn voor smaak dan volwassen? Dat komt doordat baby’s meer smaakpapillen hebben dan volwassenen. Smaakpapillen zijn de zenuwuiteinden op de tong die aan de hersens vertellen wat we proeven. Daarom is het goed om eerst altijd te beginnen met zoete smaken: deze lijken het meest op de borst- of flesvoeding.

  9. Eetvoorkeur moeder

    Als moeder heb je een flinke invloed op de smaakontwikkeling van je kind. Dat begint al in de buik. In de baarmoeder went je baby alvast aan de smaken die jij in je mond stopt. Een baby kan dan ook al onderscheid maken tussen bitter, zoet en zuur. Ook heeft je baby hierdoor al voorkeuren voor bepaald voedsel.

  10. Eerste broodje

    Is je baby zes maanden, dan mag je hem kleine stukjes brood zonder korst geven. Hier kan hij lekker op sabbelen. Begin altijd met lichtbruin brood, zodat de darmen van je baby wennen aan de hoeveelheid vezels. Tip: doop het brood in wat moedermelk, opvolgmelk of slappe thee. Zo kan je baby het makkelijker opeten.