5x wat een (pasgeboren) baby nog niet meteen kan

Zo hulpeloos als een baby in het wiegje ligt, zo veel kan hij al. Denk aan warm van koud onderscheiden, ruiken, het verschil proeven tussen bitter, zoet en zuur en jouw stem herkennen. Wat kan hij eigenlijk nog niet? Onder andere deze vijf dingen. Maar let op: ook die heeft hij razendsnel onder de knie.

Ouders van Nu samen met VSM

  1. Huilen met tranen

    Wist je dat baby’s de eerste weken huilen zonder tranen? Dat komt doordat hun traanbuisjes nog niet volledig zijn ontwikkeld. Als een baby vier tot zes weken oud is, komen vaak de eerste échte tranen. Maar het kan ook langer – soms wel tot een jaar – duren voordat de tranen over de wangen biggelen.

  2. Kleuren zien

    Na de geboorte ziet een baby alles wazig en in zwart-wit. En dan ook nog eens alleen wat zich op twintig tot dertig centimeter van zijn gezicht bevindt. Het is dan ook niet voor niets dat de tepel en tepelhof tijdens de zwangerschap groter en donkerder worden. De donkere kleur helpt de baby om de tepel te vinden als hij wil drinken. Kleuren ziet een baby dus niet, maar licht, vormen en beweging kan hij wel onderscheiden. Pas na drie maanden wordt het zicht van een baby scherp en kan hij kleuren zien. Eerst zijn dat rood en groen en later komen daar blauw en geel bij. Is je baby zes maanden, dan kan hij ook grijstinten onderscheiden. Tot die tijd houden baby’s vooral van contrasterende kleuren. Hoe groter het contrast, hoe beter ze het zien.

  3. Echt lachen

    Kijk, hij lacht! Of toch niet? De eerste lach van je baby is een reflex. Vaak doet hij het als je zachtjes tegen hem praat, kriebelt of in bed legt. Ook in hun slaap hebben pasgeboren baby’s vaak een reflexglimlach. De echte ‘serieuze’ lach komt na ongeveer zes weken. Je baby begint dan dingen beter te onderscheiden en zal sneller lachen als je je hoofd dichtbij hem houdt. Vanaf vier tot vijf maanden maakt hij er vaak ook geluid bij en begint het schaterlachen.

  4. Dag en nacht onderscheiden

    Een baby kan de eerste zes weken nog geen onderscheid maken tussen dag en nacht. Daardoor kan het zo zijn dat hij overdag niet wakker te krijgen is en ’s nachts juist actief is. Je kunt je baby helpen door het verschil tussen dag en nacht duidelijker te maken. Maak het bijvoorbeeld overdag niet te donker in de kamer waar hij slaapt. En ga gerust stofzuigen als je baby ligt te tukken. Het is goed dat hij aan geluiden went. Zorg er ’s nachts voor dat het donker en stil is.

  5. Neus snuiten

    Je neus snuiten is zo vanzelfsprekend, maar een baby kan dat nog niet. Daardoor kan het zijn dat ademen door de neus lastig wordt.  Dit kan vervelend zijn, vooral tijdens het eten en slapen. Een neusspray kan helpen om vrijer door te neus te ademen en is verlichtend en verzorgend voor de luchtwegen.