Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

6 fabels over kinderopvang

Over kinderopvang wordt veel gesproken en geschreven. Zo wordt er vaak gezegd dat kinderen er geen persoonlijke aandacht krijgen en dat het duur is. Onterecht! Daarom zes fabels over de kinderopvang ontkracht.

Ouders van Nu samen met Partou kinderopvang

1. Op de kinderopvang krijgt je kind geen persoonlijke aandacht

Fabel, want pedagogisch medewerkers zijn er juist op getraind om te zien wanneer een kind aandacht nodig heeft. ‘Ook doen leidsters dit werk omdat ze kinderen echt heel erg leuk vinden. Daarom geven ze kinderen graag die persoonlijke aandacht. Ze bouwen graag een band met de kinderen op. Ook zijn ze trots wanneer een kind voor het eerst kruipt, een woordje zegt of uit een beker kan drinken,’ zo vertelt Marlies de Haan, manager kwaliteit en pedagogiek bij Partou, de grootste kinderopvangorganisatie van het land. ‘Bovendien is het hun vak om persoonlijke aandacht te geven en vooral te weten wélke aandacht ze aan een kind moeten geven.’

Nog meer redenen waarom dit een fabel is:

– Kinderen vinden het heerlijk om met andere kinderen te spelen. Dat is in principe weer extra aandacht. En van het spelen met andere kinderen leren ze ook heel veel. Ze trainen hun sociale vaardigheden (samen plezier maken, delen, voor jezelf opkomen, wachten op je beurt, rekening houden met een ander, et cetera.).

– Het is wettelijk vastgelegd dat bij nul- en eenjarigen één leidster maximaal vier kinderen mag hebben en bij een- en tweejarigen is het vijf kinderen per leidster. Dat komt vaak neer op een gemiddelde van negen kinderen in een groep van nul tot en met twee. Genoeg ruimte om kinderen veel en goede aandacht te geven.

– Tijdens de eerste weken op de opvang krijgen kinderen veel extra aandacht. Kinderen (en ook hun ouders) krijgen dan de tijd om te wennen. Daarnaast willen ook de leidsters het kind graag leren kennen en weten wat zijn gewoontes en behoeftes zijn.

2. Je kind kan zich niet optimaal ontwikkelen

Er wordt vaak gedacht dat de crèche een plek is waar gespeeld, geslapen, gegeten en gedronken wordt. En niet een plek waar een kind zich optimaal kan ontwikkelen. Onterecht, want juist op de opvang stimuleren ze spelenderwijs – zelfs bij de allerkleinsten – de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling met bijvoorbeeld beweegoefeningen, groepsspelletjes of door muziek te maken. Daarnaast is spelen met andere kinderen goed voor de sociale ontwikkeling (omgaan met emoties, voor jezelf opkomen, delen, wachten op je beurt, problemen oplossen en het respecteren van regels).

Elke opvang is overigens verplicht een pedagogisch werkplan te hebben en dit inzichtelijk voor ouders te maken. Bovendien werken er op een kinderdagverblijf allemaal mensen met een pedagogisch MBO- of HBO-diploma.

3. Je kind krijgt geen opvoeding

Ook een veelgehoorde fabel is dat leidsters je kind niet kunnen opvoeden. Maar juist op de opvang leren ze je kind manieren bij. Denk aan: dingen in de prullenbak gooien, lunchtafel afruimen, hand voor je mond als je hoest, et cetera. Op de opvang helpen ze kinderen ook met zindelijk worden. Zodra een kind interesse krijgt voor de wc of het potje, laten ze de kinderen hiermee kennismaken. Maar ook handelingen als uit een beker drinken of zelf je jas leren aantrekken, stimuleren ze flink. Marlies: ‘Leidsters bereiden kinderen ook voor op de basisschool. Ze leren kinderen op een speelse en plezierige manier zelfstandig te zijn.’

4. Kinderopvang is erg duur

Een andere reden waarom veel ouders twijfelen aan kinderopvang: de kosten. Het vooroordeel bestaat dat kinderopvang duur is en daardoor alleen maar betaalbaar is voor mensen met geld.

Waarom is dit niet waar?

– De kinderopvangtoeslag is in 2017 omhoog gegaan. In 2016 was er al een stijging, maar ook voor 2017 is er extra geld voor de kinderopvang uitgetrokken. Dit geldt zowel voor de buitenschoolse opvang als de dagopvang.

– Van de 200 miljoen euro die jaarlijks extra beschikbaar komt voor de kinderopvang is 136 miljoen euro voor de inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag. Alle ouders krijgen voortaan minimaal een derde van de kosten van kinderopvang vergoed.

– Bijna elke ouder met kinderen in de opvang gaat er in 2017 financieel op vooruit, zowel bij het eerste kind als het tweede kind. De meevaller zit tussen enkele tientjes tot ruim negenhonderd euro.

5. De kinderopvang is van lage kwaliteit 

Er wordt vaak gedacht dat de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland laag is. Maar ook dat is een fabel. De Wet Kinderopvang stelt duidelijke eisen aan de kwaliteit van kinderopvang. Bij gebrek aan kwaliteit moet de opvang zijn deuren sluiten. Ook wordt de opvang jaarlijks gecontroleerd door de GGD. Het inspectierapport is openbaar, dus je kunt gewoon checken hoe de kwaliteit bij de opvang van je kind is. Nogmaals, de leidsters mogen alleen op een kinderdagverblijf werken als ze een afgeronde pedagogische MBO- of HBO-opleiding hebben.

De GGD stelt ook hoge eisen aan de hygiëne op de kinderopvang. Poepluiers op de grond of vieze schoonmaakdoekjes zul je daarom ook niet aantreffen.

Wist je trouwens dat Nederlandse ouders binnen Europa het vaakst gebruik maken van kinderdagverblijven, peuterspeelzalen of een andere vorm van kinderopvang? Driekwart van onze kinderen onder de drie jaar krijgt opvang, en dat is veel meer dan in andere landen. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

6. Er is te weinig kinderdagopvang

Zo’n vijf jaar geleden waren er inderdaad tekorten en wachtlijsten. Maar de capaciteit is de afgelopen vijftien jaar door een grote uitbreidingsoperatie gestegen. Zo waren er in 2012 5.862 kinderopvanglocaties. In 2016 is dit aantal gestegen naar 7.015. Daarnaast is er een positieve tendens omtrent kinderopvang. De regering ziet steeds meer het belang van kinderopvang voor de ontwikkeling van een kind.