Buikkrampjes: vijf do’s en vijf don’ts

Buikkrampjes: vijf do's en vijf don'ts

Bijna alle baby’s hebben de eerste maanden zo nu en dan last van buikkrampjes. Het is onschuldig, maar wel heel vervelend voor je baby. Weet jij wat je eraan kunt doen? Wij zetten het op een rij: de do’s en dont’s bij buikkrampjes.

Ouders van Nu samen met MAM

Do

  1. Zorg ervoor dat er bij de flesvoeding steeds melk in de speen zit. Dit zorgt ervoor dat hij zo min mogelijk lucht binnenkrijgt, wat vaak de krampjes veroorzaakt.
  2. Bij het voeden met een fles is het beter een speen met een klein gat te gebruiken. Dankzij een kleiner gat doet je baby zo’n vijftien tot twintig minuten over zijn fles. Het rustige drinken voorkomt dat hij te gulzig de melk mét lucht binnenkrijgt.
  3. Las pauzes in tijdens het drinken en stimuleer je baby halverwege een boertje te laten. Doe dit ook na de fles. Lucht is een belangrijke boosdoener bij buikkramp. Na een boertje komt de lucht niet – of in ieder geval minder, in zijn darmstelsel terecht.
  4. Heeft je baby toch last van krampjes, dan kan een lichte druk op zijn buik helpen. Door bijvoorbeeld over zijn buik te wrijven of hem in buikligging op je arm te dragen. Je hand geeft dan wat druk tegen z’n buik. Het kan ook helpen om hem op zijn buik op je knie te leggen. Om zich tegen de pijn te verzetten zal je baby zijn buik aanspannen. Dit verergert de krampjes. Door zijn benen vast te pakken en rustige fietsbewegingen te maken, help je je baby zijn buik te ontspannen. Ook warmte kan helpen. Geef hem een lauwwarm bad of wikkel een lauwwarme kruik in een handdoek en leg die op zijn buik.
  5. Geef je baby een speen. Dankzij de kalmerende en troostende werking van het zuigen op een speen, lukt het je baby om z’n hartslag naar beneden te krijgen. Zeker wanneer je de speen vooral inzet als troostmiddel heeft dit effect. Geef je baby dus alleen z’n speen als hij heel erg moe is of ontroostbaar is door buikkrampjes. De spenen van MAM zijn niet schadelijk voor de groei van het gebit en kunnen dus gerust worden ingezet als troostmiddel. Het is daarbij belangrijk dat je een speen in de goede maat kiest.

Don’t

  1. Laat je kind niet te snel drinken. Een gelijkmatiger drinkstroom is, zoals bij de borstvoeding, heel belangrijk. Zo kunnen baby’s optimaal genieten van hun voeding. Door het nemen van grote slokken kan er veel lucht meekomen en komt er snel veel druk op de maag te staan. De juiste fles helpt je baby rustig te drinken. Bij veel babyflessen zit het ventiel in de speen, waardoor een vacuüm ontstaat en je de fles vaak even uit de mond van je baby moet halen. Het extra bodemventiel in de Easy StartTM Anti-Colic flessen van MAM zorgt voor een optimale luchtcirculatie, waarmee je kind rustig kan doordrinken en je buikkrampjes voorkomt.
  2. Geef je borstvoeding? Vermijd sommige etenswaren. Heeft je kind last van krampjes, dan kan dit komen door iets wat jij gegeten hebt. Zo’n zes uur nadat je iets hebt ingenomen, bereikt het de borstvoeding. Uien, knoflook, kool, paprika, prei, tomaten, rabarber, specerijen, citrusvruchten, druiven, aardbeien, chocola, bonen, schaaldieren, koffie en koolzuurhoudende dranken: ze kunnen allemaal kramp bij je baby veroorzaken. Om de krampjes bij je baby te verminderen, kan het helpen om bij te houden wat je eet en hoe hij daarop lijkt te reageren.
  3. Geeft niet alleen de eerste melk uit je borst. Dit noemen we de voormelk en het heeft een lager vetgehalte dan de melk achter uit de borst. De achtermelk is vetter en zorgt ervoor dat de voeding iets langer in de maag blijft zitten. Zo krijgen de darmen van je baby iets meer de tijd om de melk te verwerken.
  4. Maak het niet te hectisch thuis. Je baby heeft vaak op een vast moment het meest last van de krampjes. Zorg ervoor dat je weet wanneer het op z’n ergst is en zorg dan voor rust in huis. Dat betekent dus geen kraamvisite op dat moment. Probeer je er niet tegen te verzetten en er dingen omheen te plannen. Realiseer je dat het van tijdelijk is en neem er de tijd voor om hem door dit moment heen te loodsen. Zo blijf je zelf het rustigst en ben je het best in staat om hem te troosten.
  5. Leg je baby niet weg als hij krampjes heeft. De meningen zijn erover verdeeld hoe je moet omgaan met een huilende baby. Voor sommige ouders werkt het heel goed om hun baby te laten uithuilen. Maar in het geval van buikkrampjes kun je hem het best dicht bij je te houden. Het is heel lastig voor je kind om zichzelf rustig te maken als hij zich zo voelt. Dus hou hem lekker bij je en troost hem tijdens deze vervelende momenten.

*Resultaten uit onderzoek van hettestpanel.nl (september 2018). Hettestpanel.nl is onderdeel van Sanoma.