Discussieren met je kind, hoe doe je dat?

Discussiëren met je kind, hoe doe je dat?

Kinderen kunnen een sterke wil en mening hebben. Maar een mening hebben is één ding, je moet ‘m ook goed kunnen verwoorden. Dat leren ze op school, maar ook thuis is het handig: discussiëren met je kind. Hoe zorg je ervoor dat je kind vertelt waaróm hij graag iets wil?

Leren discussiëren met je kind

Vrijheid van meningsuiting is goed, maar dan wel binnen een ‘debat’, waarin ook ruimte is voor de mening van de ander. Wil je kind langer gamen? Dan is het wel belangrijk dat hij vertelt waarom hij dat wil. En daar valt ‘nou, gewoon daarom’ dus niet onder. Daarbij moet hij ook naar jouw tegenargumenten kunnen luisteren, zodat hij begrijpt waarom jij bepaalde regels stelt. Dat alles valt onder: leren discussiëren met je kind.

Al van nature

Pieter Mostert is onderwijskundige en filosoof, en heeft veel ervaring met het begeleiden van basisschoolleerlingen bij debatten: ‘Het grappige is: veel kinderen debatteren eigenlijk al van nature. Ze liggen voortdurend met elkaar in de clinch. Alleen verloopt de interactie nogal knullig, ze hebben geen idee hoe ze het moeten aanpakken. Als je hen trucjes en handvatten aanreikt, merk je dat ze dat heel leuk vinden. Debatteren ís ook ontzettend leuk: er zit uitdaging in, tempo, er is ruimte voor gevatte opmerkingen en het is natuurlijk spannend wie er gaat winnen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat kinderen gaan begrijpen dat je het niet met elkaar eens hoeft te zijn om vrienden te blijven. Een debat gaat over een kwestie, niet over een persoon, je bent het hooguit oneens met wat iemand anders zégt.’

Ontwikkelfases

Voor een kind is het vaak lastig om iemand met redelijke argumenten te overtuigen van zijn wil. Hij eindigt zijn betoog meestal met een zwaar aangezet ‘DUS’. Elke leeftijdscategorie kent zo zijn eigen ontwikkelfases:

Groep 1 en 2: kinderen beginnen met goed naar elkaar te leren luisteren
Groep 3: kinderen krijgen meer relativeringsvermogen. Daardoor kunnen ze leren hun wensen te volgen en na te denken over hun eigen keuzes.
Groep 4: hier ligt de nadruk op het vormen en uitdragen van een eigen mening.
Groep 5: kinderen leren omgaan met andere meningen en de standpunten van anderen te respecteren.
Groep 6: nu gaat het over argumenteren, het onderbouwen van je standpunten zodat je iemand anders ook echt kunt overtuigen.
Groep 7 en 8: nu kan er worden geoefend met verschillende debatvormen.

In gesprek gaan

Goed leren discussiëren en praten is vooral een kwestie van vaak doen. Bouw dus meerdere keren per week een praatmoment in om echt met je kind in gesprek te komen. En dan niet het soort gesprek over de dagelijkse routine zoals huiswerk maken of opruimen, maar echt een onderwerp dat speelt in het nieuws of iets dat voor jouw kind op dat moment belangrijk is. Bijvoorbeeld welk uitje zullen we gaan doen in het weekend, hoe laat is het bedtijd, op welke leeftijd mag je een eigen telefoon?

Open vragen

Als je een goed gesprek wilt voeren, stel als ouder dan vooral open vragen. Wat, waarom, wanneer, wie en hoe zijn vraagwoorden waarmee je elk onderwerp kunt aansnijden. Met dit soort vragen nodig je je kind uit om te reageren en antwoorden te formuleren die verder gaan dan ‘ja’ of ‘nee’. Een goed moment voor dit soort gesprekken is vaak ’s avonds tijdens het eten. Enige nadeel kan zijn dat het eten soms een beetje koud wordt.

Dit zijn de regels

  • Laat elkaar uitpraten
  • Formuleer netjes
  • Niet met elkaar eens? Zeg dit dan rustig.
  • Evalueer achteraf: wat heeft het debat opgeleverd? En is er misschien iemand van mening veranderd? (niet dat dit een doel op zich is)

Niet hetzelfde als kringgesprek

Op dit moment volgen ongeveer 60 basisscholen in Nederland de Leerlijn Debatteren. Dat is relatief weinig. Wel zie je dat op veel basisscholen het kringgesprek is ingeburgerd, waarbij kinderen kunnen vertellen wat ze hebben beleefd of ervaren. Maar dat is meer een dialoog, terwijl een debat veel interactiever is.