Vragen over de grote boze buitenwereld: hoe eerlijk moet je zijn?

Vragen over de grote boze buitenwereld: hoe eerlijk moet je zijn?

‘Mama, wat is IS? En kan er ook een bom in Nederland ontploffen?’ Wat antwoord je dan? Veel ouders vinden het ingewikkeld om over heftige wereldproblemen te praten met hun kind. Hoe eerlijk moet je zijn als je kind vragen heeft over de grote boze buitenwereld? Pedagoog en ontwikkelingspsycholoog Krista Okma geeft advies en tips.

Soms denk je als ouders bij het zien van vreselijke beelden op het journaal: dit kún je toch niet meer uitleggen aan kinderen. Je hebt misschien de neiging om bepaalde heftige onderwerpen uit de weg te gaan, maar dat lost niks op. Je kunt kinderen niet overal tegen beschermen. In dit internettijdperk is het onvermijdelijk dat ze iets meekrijgen van alle ellende in de wereld.

Hoe eerlijk moet je zijn

Maar hoe eerlijk moet je zijn? Dit is het advies van pedagoog en ontwikkelingspsycholoog Krista Okma: ‘Kleuters snappen niet wat een terrorist is en kunnen bang worden van bloedige beelden. Afschermen en desnoods liegen dat er niets aan de hand is, werkt dan het beste. Dit geldt in ieder geval voor kinderen tot een jaar of 6.’

Laat je kind het gesprek leiden

Hoe zit het met kinderen vanaf 6 jaar? Okma: ‘Dan lukt liegen niet meer. Die horen van alles op school en van oudere broers en zussen. Dan is het beter om te vragen: wat heb je gezien, gehoord of gelezen? Laat je kind het gesprek leiden. Als je kind je glazig aankijkt en zijn schouders ophaalt, laat het dan vooral lekker rusten. Blijkbaar hebben ze er weinig van meegekregen. Houden zo.’

Veilig gevoel staat voorop

Vanaf groep 5/6 krijgen kinderen meer gevoel voor afstand. Ze gaan steeds beter begrijpen dat Afrika ver weg is, maar Parijs dichtbij en Brussel nog dichterbij. De vraag ‘kan dit ook bij ons gebeuren’ is dan snel gesteld. Okma: ‘Je kunt dan eerlijk antwoorden dat die kans wel bestaat, maar ook dat de politie, de ministers en jij er alles aan doen om ons te beschermen. Uiteindelijk is dat gevoel van veiligheid heel erg belangrijk.’

Hoe reageer je per leeftijd op vragen over het nieuws

Groep 1-2
Kleuters kunnen werkelijkheid en fantasie nog niet onderscheiden en denken nog egocentrisch. Daardoor betrekken ze alles op zichzelf. Als bommen ergens kunnen vallen, kunnen ze dus ook op hen vallen.
Advies: zoveel mogelijk afschermen.

Groep 3-4
Zeg niets zolang het niet hoeft. Maar vaak lukt totale afscherming niet meer omdat ze op school, op straat of van oudere broers en zussen dingen opvangen. Nuanceer en sluit aan bij wat ze zelf gehoord of gezien hebben. Vertel niet te veel en probeer ze zoveel mogelijk af te schermen.

Groep 5-6
Vanaf een jaar of 7 kunnen kinderen dingen enigszins in perspectief plaatsen en relativeren. Check bijvoorbeeld of ze iets gehoord of gezien hebben, welk gevoel ze daar bij hadden en of ze nog vragen hebben. Kijk pas naar het Jeugdjournaal met kinderen vanaf 9 jaar.

Groep 7-8
Tieners hebben een grote informatiebehoefte en kunnen veel van wat ze zien interpreteren en verwerken.
Advies: wees eerlijk, maar maak ze niet onnodig ongerust. Kijk bijvoorbeeld samen naar het Jeugdjournaal en praat er daarna nog even over na. Kijk niet samen naar het gewone journaal.

Handleiding heftig nieuws gesprek

Ga vragen niet uit de weg, dat vergroot alleen maar de onrust en eventuele angst. En bedenk: praten is goed, maar luisteren nog beter. Hier 10 tips om een gesprek over heftige nieuwsfeiten met je kind aan te gaan:

  • Blijf rustig en projecteer je angst niet op je kind. Let ook op je woordkeuze. Kinderen nemen jouw angst over. Je kunt wel zeggen dat jij ook geschrokken en verdrietig bent.
  • Check wat ze gehoord of gezien hebben en hoe ze dat interpreteren.
  • Laat je kind vooral zelf vertellen. Vertrek vanuit zijn behoefte: wil je kind erover praten? Wat wil je kind weten?
  • Druk je kind op het hart dat een aanslag bijna nooit voorkomt. Dat het juist daarom groot nieuws is.
  • Stel je kind gerust. Zeg dat jij er bent om ze te beschermen en dat de politie alles doet om de daders op te pakken.
  • Kinderen zijn nieuwsgierig. Beantwoord de vragen die ze stellen op hun niveau. Wees eerlijk, maar maak het niet dramatisch.
  • Je kind hoeft ook niet alle details te kennen.
  • Benoem positieve dingen. Zeg dat er ook veel leuke dingen zijn om te doen of aan te denken. En dat dat ook mag. Speel een spelletje samen, kijk naar een leuke film.
  • Laat voelen dat je dichtbij bent.
  • Heeft je kind het er niet meer over en lijkt het hem niet dwars te zitten? Laat het dan ook rusten.