Hoe praat je met je kind over terrorisme?

Hoe praat je met je kind over terrorisme?

Terreurdaden hebben een enorme impact. Zeker als ze dichtbij huis gebeuren. In de media worden vaak heftige beelden getoond. Dit krijgen kinderen ook mee, zo klein als ze zijn. Maar ze praten er niet allemaal uit zichzelf over. Hoe praat je met je kind over terrorisme?

Praten over terrorisme is goed, luisteren nog belangrijker

Volgens traumapsychologen moet je het onderwerp niet uit de weg gaan. Afschermen is zinloos en vergroot alleen maar de angst. Je moet ook niet overschatten hoeveel informatie een kind aankan.

De beste aanpak is om er eerst achter te komen wat je kind al gehoord heeft over een aanslag. Wees daar pro-actief in. Stel veel vragen en laat hem vooral zelf vertellen. Wat heb je gezien, gehoord of gelezen? Wat vind je ervan? Laat je kind het gesprek leiden. Kies een informeel moment uit, zoals de lunch of een wandeling. Liever niet net voor het slapen gaan. Door zelf de dialoog op te zoeken en je kind toe te staan om zijn gevoel te uiten, help je hem om dingen op een gezonde manier te verwerken.

De beste aanpak per leeftijd

Kinderen van verschillende leeftijden zullen op verschillende manieren omgaan met heftige nieuwsfeiten. Het is dan ook belangrijk om je uitleg aan te passen aan de leefwereld van je kind.

Kleuters

Kleuters leven in een magische sprookjeswereld waarin alles op te lossen is. Maar terrorisme is niet zomaar weg te toveren en het is geen spelletje. Leg beknopt uit wat er gebeurd is, maar zeg daar duidelijk bij dat de kans heel erg klein is dat het hier ook gebeurt. Dit is de enige leeftijd waarop deskundigen aanraden om het onderwerp zoveel mogelijk te vermijden. Kinderen jonger dan 5 jaar hebben de neiging om feiten met angsten te verwarren. Het advies: filter nieuws en laat ze alleen kijken naar dingen die jij acceptabel vindt. Wees creatief, leg de krant boven op de kast en ga toevallig net eten als het journaal begint. Beantwoord vragen, maar doe het voorzichtig. Je hoeft niet meer te vertellen dan waar ze om vragen. Sluit af met iets positiefs, ga samen iets vrolijks doen.

Basisschool

Het vermogen van kinderen op de basisschool om abstract te denken neemt toe. Ze zijn dus beter in staat om terroristische aanslagen te begrijpen, maar ze hebben daar wel hulp bij nodig. Vaak willen ze concrete, praktische dingen weten, zoals ‘wat blijft er van een lichaam over als een bomvest ontploft?’. Ga dit soort vragen niet uit de weg. Leg uit wat terreur is en wat de redenen er achter zijn. Concrete informatie helpt vaak bij het begrijpen van de situatie.

Maak het niet dramatischer dan het is, maar ook niet minder erg. Kinderen hoeven niet onnodig gruwelijke details te weten. Ga niet in op het eventuele aantal doden of welke wapens er zijn gebruikt. Als ze toch van dit soort details tegenkomen, laat ze er dan zelf over vertellen.

Pre-pubers

Ondanks dat je kinderen wat ouder zijn, mag je er niet vanuit gaan dat je weet hoe ze zich voelen. Maak het onderwerp bespreekbaar door veel vragen te stellen. Psychologen benadrukken dat het er niet om gaat of je als ouder alle vragen kan beantwoorden, het is belangrijker om je kind te helpen om het nieuws een plekje te geven zodat ze zich veilig voelen.

Bij tieners moet je erover waken dat ze niet alles op een hoop gooien. Ze mogen hun boosheid tonen, maar vermijd uitspraken als ‘in welke wereld leven wij?’, ‘wat doen ze ons aan?’ en ‘het is gruwelijk’. Daardoor krijgt je kind namelijk het gevoel dat zijn ouders hem niet kunnen beschermen en dat het gevaar in huis is.

6 tips voor een goed gesprek:

  1. Probeer kalm te blijven.
    Kinderen pikken jouw signalen feilloos op. Dus als jij angstig bent, worden zij het ook.
  2. Vertrouw op je eigen gevoel.
    Elk kind is verschillend en gaat ook verschillend met heftig nieuws om. Jij kent je kind het beste en weet ook het beste wat hij aankan.
  3. Benoem ook positieve dingen.
    Vertel bijvoorbeeld dat hulpverleners de slachtoffers helpen, dat de politie er alles aan doet om de daders te pakken en te zorgen dat dit niet nog een keer gebeurt. Benadruk dat bijna alle mensen op de wereld boos zijn over de aanslagen. Presidenten, prinsessen, vluchtelingen, moslims, katholieken en de juf.
  4. Blijf bij de feiten.
    Vooral op sociale media is niet alles wat geschreven wordt waarheid. Hoe alles precies zit is bij terreuraanslagen niet meteen duidelijk. Je mag best tegen je kind zeggen dat er nog veel onduidelijk is.
  5. Benadruk de zeldzaamheid.
    Vertel dat een aanslag bijna nooit voorkomt en dat het daarom groot nieuws is. Het lijkt misschien dat het overal gevaarlijk is, maar op de meeste plekken is het hartstikke veilig. Zeker in Nederland.
  6. Samen ‘er iets aan doen’.
    Als je kind in actie wil komen is dat heel goed, zo leert hij omgaan met onrecht. Maak (samen) een tekening of schrijf een brief.