Verantwoordelijkheid

Hoe leer je een kind verantwoordelijkheid nemen?

Leerkrachten zijn meesters in opvoeden. Van welke tips & trucs kunnen wij ouders nog wat leren? Juf Jeltje Gras over: verantwoordelijkheid nemen.

Les 1: spreek het collectieve geweten aan

‘Laatst moest er een loodgietersbedrijf worden gebeld omdat een hele toiletgroep verstopt zat. De ervaring leert dat meestal een stelletje boeven meters wc-papier door de afvoer heeft laten verdwijnen. Ik hou het in de klas vaak algemeen en ga op het collectieve geweten zitten, zeker omdat ik weet dat ik de waarheid waarschijnlijk toch niet boven tafel krijg. Ik vertel de kinderen wat de gevolgen zijn van overmatig wc-papiergebruik. Dat wc-papier niet is bedoeld om mee te spelen, dat het zonde is van al dat papier en slecht voor het milieu, dat het geheid leidt tot verstoppingen, waarvoor dan weer een loodgieter moet komen. En dat je dat thuis toch ook niet doet. Dat komt vaak serieus bij de kinderen binnen. Ze zitten dan gewetensvol te knikken. Je hoopt dan dat ze er lering uit trekken. Als de dader zich meldt, is dat mooi meegenomen.’

Les 2: zorg voor een veilige sfeer

Als er meer kinderen bij betrokken waren, is het vaak niet eenduidig wie de aanstichter is. Jeltje kiest dan bewust niet voor een ‘tribunaal’. ‘Ik wil een sfeer in de klas creëren waarin kinderen zich vrij en veilig voelen. Veiligheid zorgt ervoor dat kinderen zich kwetsbaar durven opstellen. Als je in de groep net zo lang doorvraagt tot de schuldige opstaat, ontstaat vaak zo’n beladen sfeer. Het kind krijgt een stempel, zeker als het voorval ’s avonds aan alle keukentafels nog eens uitgebreid wordt geëvalueerd. En ik wil ook niet dat de kinderen met de vinger gaan wijzen.’

Les 3: oordeel niet

Ik probeer vooral niet veroordelend te zijn, zegt Jeltje. ‘Als een kind huilend naar me toe komt en zegt dat ze een schop heeft gekregen van een klasgenootje, dan roep ik dat jongetje erbij. Ik vraag dan niet: ‘Waarom heb je haar geschopt?’ Maar: ‘Waarom huilt ze, denk je?’ We gaan terug naar wat er is gebeurd. En in plaats van te vragen naar het waarom daarvan, probeer ik samen met ze terug te gaan naar het moment waarop de wrijving ontstond. Dan krijg je de directe, praktische aanleiding (‘En toen ging ze meedoen, maar wij waren allang begonnen met het potje’) meestal wel boven water. Dat maakt het uitpraten en oplossen makkelijker.’

Les 4: deel een compliment uit

‘En als een kind zijn verantwoordelijkheid neemt, benoem ik dat en geef ik een pluim. ‘Wat sportief dat je het zelf vertelt.’ Vaak krijg je dan ook bijval van de anderen in de klas. ‘Ja, dat doet hij altijd.’ En ook daar haak ik weer op in. ‘Fijn jongens, dat het zo gaat’. Zulke momenten zijn de krenten in de pap. Want leren is gewoon moeilijk voor kleuters.’

Les 5: praat erover, zand erover

Kleuters weten vaak dondersgoed wat wel en niet mag. Dat wordt lastiger als ze in nieuwe situaties terechtkomen waarvan ze de regels niet meteen kennen. Een moreel besef, oftewel geweten, helpt het kind dan bepalen hoe het ’t best kan handelen. Dat geweten ontwikkelen ze door schade en schande. Hoe reageer je als je kind zich bewust is van zijn gedrag en er eerlijk voor uitkomt? Is daarmee de kous af, omdat je allang blij mag zijn dat je kind zo eerlijk is? Of moet je alsnog straffen? Afhankelijk van wat er is voorgevallen, kun je inderdaad het best zeggen dat je blij bent dat je kind zo eerlijk is, zegt Jeltje. Gaat het om iets kleins, dan zeg ik: ‘Zand erover, geef elkaar een knuffel en laten we de volgende keer beter ons best doen.’’

Ten slotte…

Hoe zit het eigenlijk met: ik heb liever dat je het eerlijk zegt dan dat mama er zelf achter moet komen? Juf Jeltje gelooft niet echt in deze waarschuwing: ‘Kinderen maken zelf die afweging en concluderen vaak: daar komt ze toch niet achter. Is het toch wel duidelijk wie de schuldige is, kies er dan voor om het er in een later stadium nog eens over te hebben, als de scherpe kantjes er vanaf zijn. Dan kom je makkelijker tot elkaar en is de kans groot dat je er alsnog een goed gesprek over hebt.’ Ook de retorische vraag ‘dat zou jij toch ook niet leuk vinden?’ heeft doorgaans weinig effect. ‘Kleuters zijn nog niet in staat om naast zichzelf te gaan staan en hun eigen rol erin te zien. Dat gaat beter als ze al wat ouder zijn, in groep 4 bijvoorbeeld.’