Zwemdiploma A, wat moet je kind allemaal kunnen?

Zwemdiploma A, wat moet je kind allemaal kunnen?

Kinderen moeten tegenwoordig heel wat kunnen om hun zwemdiploma A te behalen. De eisen zijn een stuk uitgebreider dan vroeger. Maar waarom is dat eigenlijk? En wat leert je kind precies tijdens de zwemlessen voor zijn A-diploma?

Sinds januari 2018 is de Nationale Norm Zwemveiligheid van kracht en dat betekent dat er strengere eisen aan kinderen worden gesteld die hun zwemdiploma A willen halen. Dat is niet voor niets. De aanpassingen waren nodig om de zwemveiligheid naar een hoger niveau te brengen en zo het aantal verdrinkingen terug te dringen. 

Zelfredzaamheid belangrijk

Bovendien zijn veel zwembaden voor kinderen gevaarlijker en uitdagender geworden. Denk aan golfslagbaden, stroomversnellingen, heftige glijbanen en wildwaterbanen. De lesprogramma’s van nu zijn dan ook meer gericht op jezelf kunnen redden in onverwachtse situaties en minder op ‘mooi’ zwemmen. Zo is de ‘startduik’ geschrapt en is deze vervangen door ‘achterwaarts in het water vallen’, zoals dat in het echt ook zou kunnen gebeuren.

Wanneer starten?

Uiteraard is ieder kind anders en zal het ene eerder toe zijn aan zwemles dan het andere. Dat kun je als ouder het beste zelf beoordelen. 

In de praktijk blijkt dat tweede en derde kinderen in een gezin eerder met zwemles beginnen. Ze zijn er ook eerder klaar voor. Meestal zijn ze gewend om al vaak met hun oudere broer of zus mee te gaan naar het zwembad. Zien zwemmen, doet zwemmen. 

Het advies is hoe dan ook: start niet te vroeg met zwemles. Vanaf 5 jaar (of ouder) is de beste leeftijd. Dan zit je kind een jaar op de basisschool en is hij al gewend om naar een leerkracht te luisteren en instructies op te volgen en kan hij zich beter concentreren. Bovendien zijn de motoriek en spierkracht op die leeftijd voldoende ontwikkeld om oefeningen in het water aan te kunnen. Kortom: vanaf 5 jaar leert een kind veel sneller zwemmen, en heeft hij gemiddeld binnen één schooljaar zijn A.

Voorbereiding op de zwemlessen

Goed leren zwemmen valt en staat met veel doen (letterlijk meters maken) en geen angst hebben. Daarom is het goed om jonge kinderen (0 tot 4 jaar) spelenderwijs te laten wennen aan water. Denk bijvoorbeeld aan babyzwemmen of survivalzwemmen voor baby’s en peuters. Op deze manier is de overgang naar de zwemles niet zo groot. Dit zijn de voordelen van babyzwemmen. 

Video: hoe leer je je kind zelf zwemmen


20 speelse en uitdagende zwemoefeningen.

Watervrees

Is je kind jonger dan 5 en nog vrij angstig in het water, dan kan het tijd (en geld) schelen door hem watervrij te maken voordat hij op zwemles gaat. Dit zijn enkele oefeningen die je met je kind kunt doen:

  • Samen douchen 
  • Samen in het ondiepe water lopen 
  • Samen het ondiepe water inspringen 
  • Spetters maken met je benen (terwijl je op de kant zit) 
  • Met je gezicht onder water gaan 
  • Bellen blazen in het water (met neus of mond) 
  • Een licht voorwerp vooruit blazen op het water 
  • Een bakje of gietertje leeggooien over je hoofd
  • Hier meer tips bij het leren zwemmen. 

Lees hier meer over de beste aanpak van watervrees.

Zwemdiploma A: wat moet je kind kunnen?

Er zijn in Nederland meerdere zwembonden die zwemdiploma’s uitgeven en de kwaliteit van de zwemlessen waarborgen. De eisen van het A-diploma kunnen dus verschillen per zwemlesaanbieder. De volgende zwemslagen en vaardigheden worden in elk geval bij elk A-diploma aangeleerd. De vereiste afstanden verschillen per zwembond.

Zwemslagen:

  • Schoolslag (zwemmen op je buik met je hoofd boven water)
  • Enkelvoudige rugslag (zwemmen op je rug met alleen je benen)
  • Borstcrawl (trappelen met je benen, je armen gaan als een molenwiek, je gezicht in het water)
  • Rugcrawl (trappelen met je benen, je armen gaan als een molenwiek, je ligt op je rug)

Vaardigheden:

  • Drijven
  • Watertrappelen
  • (Duiken) door een gat in een zeil zwemmen
  • Diverse sprongen van de kant; voetsprong, achterwaarts vallen etc.
  • Onder een lijn of mat door zwemmen
  • Op een hoge kant of mat klimmen
  • Gekleed zwemmen

Extra vaardigheden kunnen zijn:

  • Reddingszwemmen
  • Balvaardigheid
  • Koprol of draai om de lengteas
  • Voetwaarts richting de bodem zakken
  • Hurksprong
  • Kopsprong (duiken)

Proefzwemmen

Als de zweminstructeur denkt dat je kind klaar is om af te zwemmen, moet hij vaak eerst proefzwemmen. Dat is een soort generale repetitie die bijna alle zwembaden, zwemverenigingen en zwemscholen organiseren. De leerlingen worden dan getest en krijgen een idee van het diplomazwemmen (bijvoorbeeld over volgorde en routing). Vaak hoor je dat leerlingen niet kunnen zakken tijdens het diplomazwemmen. Dat is niet waar, maar het uitgangspunt is dat alleen die kinderen meedoen die er zo goed als zeker écht klaar voor zijn. 

Belangrijk om te onthouden: proefzwemmen gaat om de veiligheid van je kind en niet om het zwemdiploma. Liever nog wat meer lessen volgen en dan overtuigd afzwemmen, dan met de hakken over de sloot. Maar andersom is ook waar: als het proefzwemmen goed gaat, is de kans minimaal dat je kind zakt tijdens het diplomazwemmen.

Afzwemmen

Van het diplomazwemmen wordt op vrijwel alle zwemscholen een feestje gemaakt, waarbij opa’s en oma’s, andere familie en vrienden mogen komen kijken, juichen en feliciteren. En terecht, na het behalen van het A-diploma mag je als ouder en als kind blij en trots zijn: de eerste stap is gezet naar zwemveiligheid!

Belang Zwem-ABC 

Alleen een diploma A is volgens experts tegenwoordig niet voldoende voor kinderen om zich te kunnen redden in moderne zwembaden. Je moet het A-diploma zien als de eerste stap naar het volledige ABC-diploma. 

Bij A is de basis gelegd van alle zwemslagen, maar deze moeten nog verder geconditioneerd worden. Bij B en C leren kinderen langere afstanden zwemmen, de slagen technisch te verbeteren en nieuwe vaardigheden die het overleven en de zwemveiligheid vergroten. Na het behalen van het Zwem-ABC kan je kind doorgaan met het behalen van zwemvaardigheidsdiploma’s die je nodig hebt voor diverse watersporten, zoals snorkelen, zeilen en surfen.

Ondanks het advies van de Nationale Raad Zwemveiligheid wordt er toch vaak afgehaakt na het A-diploma. Terwijl het pas met A, B én C zeker is dat je kind zich goed kan redden en veilig kan gaan zwemmen. 

Er zijn zwemles-aanbieders die daarom één zwemdiploma aanbieden, in plaats van de drie opbouwende stappen. De eisen van dit zwemdiploma zijn ongeveer gelijk aan diploma C. Het voordeel van dit systeem is, dat er niet tussentijds afgehaakt kan worden. Het nadeel kan zijn dat het traject langer duurt voordat een kind eindelijk één zwemdiploma haalt dat gelijk staat aan het C-diploma. 

Vaardigheden Zwem-ABC

  • Zwemdiploma A:
    Je beheerst vaardigheden voor een zwembad zonder attracties.
  • Zwemdiploma B:
    Je beheerst vaardigheden voor een zwembad met attracties, zoals een (wildwater)glijbaan, een golfslagbassin en een stroomversnelling. Meer weten? Dit zijn de vaardigheden voor diploma B.  
  • Zwemdiploma C:
    Je beheerst vaardigheden voor een zwembad met attracties en in open water zonder stroming of grote golfslag, zoals recreatieplassen en bredere sloten/vaarten (behalve in de zee). Met dit diploma voldoe je aan de Nationale Norm Zwemveiligheid. Meer weten? Dit zijn de vaardigheden voor diploma C.

Britt Klaassen-Anholts

Zwemonderwijzer

Britt Klaassen-Anholts, moeder van twee, is zwemonderwijzer en docente bewegingsonderwijs. Samen met haar man heeft ze sinds 2006 een eigen succesvolle zwemschool. Haar boek 'Met succes op zwemles!' is uniek en bevat eenvoudige en leuke tips, oefeningen en spelletjes om op een plezierige manier het zwemtraject te ondersteunen, voor zowel ouder én kind.