door

16x dit zeg jij en dit hoort je kind

Kinderen lijken soms een geheel eigen draai te geven aan wat je zegt, met alle gevolgen van dien. Jij zegt zus en je kind interpreteert het zo. Deze gevallen van miscommunicatie zijn vast herkenbaar…

1. Ouder zegt: ‘Vooruit, eentje dan.’

Kind hoort: ‘Pak zoveel koekjes als je wilt.’

Advertentie

2. Ouder zegt: ‘Schiet op, anders zijn we te laat!’

Kind hoort: ‘Kruip onder een tafel zo snel als je kan, trek je sokken uit en wacht net zolang tot we te laat zijn.’

3. Ouder zegt: ‘Stop met eten gooien.’

Kind hoort: ‘Verspil eten niet door het te laten liggen zonder er ooit achter te komen hoe ver je het kan gooien en of het aan de muur blijft plakken.’

4. Ouder zegt: ‘Wil je een pleister?’

Kind hoort: ‘Paniek. Het is erger dan ik dacht. Er is overal bloed.’

5. Ouder zegt: ‘Moet je naar het potje?’

Kind hoort: ‘Je bent al zo volwassen, ik wed dat je voortaan zonder je potje kunt. Laten we het eens uitproberen.’

6. Ouder zegt: ‘Wees alsjeblieft eens stil.’

Kind hoort: ‘Ga net zo lang door met schreeuwen tot iedereen in het restaurant stopt met praten en naar ons kijkt.’

7. Ouder zegt: ‘Het is tijd om het huis op te ruimen.’

Kind hoort: ‘Het is tijd om elke prullenbak thuis schoon te maken door de inhoud over de grond te kiepen.’

8. Ouder zegt: ‘Dit is mijn eten, eet jij je eigen eten maar op.’

Kind hoort: ‘Alles wat op mijn bord ligt, is ook van jou. Maar eet niet alles op, spuug een deel uit in mijn hand.’

9. Ouder zegt: ‘Het is te vroeg om op te staan, ga maar weer slapen.’

Kind hoort: ‘Zaterdagen zijn té leuk om pas na zonsopgang wakker te worden. Ga vooral lekker op mijn hoofd springen zodat ik niet verder kan slapen.’

10. Ouder zegt: ‘Kijk hier. Zeg cheese en lach naar de camera.’

Kind hoort: ‘Kijk weg! Kijk weg! Draai je om!’

11. Ouder zegt: ‘Ik kan je nu even niet vasthouden.’

Kind hoort: ‘Ik heb een grote knuffel nodig om mezelf eraan te herinneren hoe ik je ook alweer vast moet houden. Laat mij je dit niet uit je hoofd praten.’

12. Ouder zegt: ‘….8, 9, 10. Wie niet weg is, is gezien. Ik kom.’

Kind hoort: ‘Kom nú tevoorschijn.’

13. Ouder zegt: ‘Mama en papa zijn aan het praten.’

Kind hoort: ‘Als gezinslid moet je gewoon gezellig mee kletsen.’

14. Ouder zegt: ‘Blijf in je stoel zitten.’

Kind hoort: ‘Ga achterstevoren in je stoel hangen.’

15. Ouder zegt: ‘Het is bedtijd.’

Kind hoort: ‘Het is eindelijk tijd om te beginnen met je to-do lijst. Dit betekent dat je je speelgoedbak gaat uitpluizen, een tekening maakt voor mama en papa, elk boek in het huis gaat lezen, je lekker kunt gaan snoepen etc.’

16. Ouder zegt: ‘Ik hou van je.’

Kind hoort: ‘Je mag alles doen wat je maar wilt.’

Bron: Parentnormal.com – Foto: 123rf