Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

door

5x bijzondere bevallingsverhalen op een unieke locatie

De snelweg, het zwembad, de trap in het ziekenhuis: geen ideale plekken om te bevallen. Maar ja, sommige baby's dienen zich nu eenmaal aan op nogal onverwachte momenten. Zo ook bij deze vijf vrouwen, die er een heel speciaal geboorteverhaal aan overhielden.

1. In de auto

Een bevalling op de snelweg komt vaker voor dan je misschien denkt. Zo beviel Margaretha in haar appelgroene Hyundai op de A1 van haar zoontje. ‘Toen ik thuis weeën kreeg, wilde ik zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Omdat onze eerste te vroeg is geboren had ik ook een medische indicatie, maar ik vond het sowieso een prettig idee om in het ziekenhuis te bevallen.’

Advertentie

Margaretha stapte met haar man Pascal en hun dochtertje Bobby (3) in de auto, niet wetende dat ze op dat moment al volledige ontsluiting had. ‘Bij het instappen voelde ik een perswee, ik herkende het gevoel dat je moet poepen. Ik kreeg nog twee serieuze persweeën. Ik zat met één knie op de stoel, met mijn rug naar het raam. Met mijn hand hield ik het hengsel boven de deur vast. Terwijl we met 150 kilometer per uur over de snelweg raasden, trok ik mijn onderbroek uit. Doordat ik mijn been omhoog hield, gleed de baby tijdens de derde perswee mijn lichaam uit. Na afloop kregen we complimenten van het ziekenhuis. Ze vonden het bewonderenswaardig dat we zo kalm en adequaat hadden gehandeld. Voor ons was het een intense, mooie ervaring. Dat we dit met z’n drieën hebben beleefd, maakte het extra bijzonder.’

2. In het zwembad

Ook het zoontje Eveline diende zich op een bijzondere plek aan. Ze kreeg hem tijdens de zwemles van haar dochtertje. ‘Drie dagen voor de uitgerekende datum ging ik met Lise naar zwemles. Ik had al een paar dagen voorweeën, maar die verdwenen steeds weer en ik voelde me prima.’

Terwijl Eveline bij de andere ouders in de kantine zat, brak plots het zweet haar uit. ‘Ik werd niet lekker en zag zo wit dat een moeder vroeg of het wel goed ging. Ik vermoedde dat de bevalling zou beginnen en wilde direct naar huis. De meiden daar vonden het geen goed plan dat ik in de auto zou stappen en namen me mee naar het kantoor. Ik wilde protesteren, maar kon al bijna niks meer uitbrengen.

Het ziekenhuis was al geen optie meer. De weeën waren zo heftig dat de zwembadmedewerkers de verloskundige belden. Met haar aan de lijn hielpen ze me uit de kleren. Achteraf vrij gênant, hoe ik daar op de grond lag met acht man om me heen. Drie medewerkers van het zwembad, mijn buurvrouw, een moeder met een EHBO-diploma, twee ambulancebroeders en later de verloskundige… Maar tijd om me opgelaten te voelen was er niet. Jack wilde eruit. Na een paar flinke weeën kwam hij huilend ter wereld. Jack profiteert trouwens wel van zijn geboorteplaats: hij kreeg een levenslang abonnement van het zwembad.’

3. Op de trap

Ook Judith had een gedenkwaardige bevalling. Zij beviel op de trap van het ziekenhuis in Leiden van haar dochtertje Fee. ‘De dag ervoor was ik nog op controle in datzelfde ziekenhuis. Ik was drie dagen overtijd en had twee centimeter ontsluiting. Er waren nog geen voortekenen van een bevalling. Die nacht werd ik rond één uur wakker van krampen in mijn buik. Ze werden steeds heftiger en Renee timede ze: soms om de minuut, dan weer een tijdje niet.’

Judith en Renee besluiten om naar het ziekenhuis te gaan. Terwijl ze in de auto zit, worden de weeën sterker en kost het Judith steeds meer moeite om ze weg te puffen. ‘Ik voelde aan alles dat de baby snel zou komen en kneep mijn benen bij elkaar om de ergste persdrang tegen te houden. De afdeling Verloskunde is op de eerste etage en aan het eind van de gang was een lift en een trap naar boven. Ik koos direct voor de trap. Stel je voor dat de lift vast kwam te zitten en ik daar moest bevallen!’

Net voor de laatste tree kreeg Judith een enorme perswee. ‘Ik gilde: “Help, ik voel het hoofdje!” Ik bedacht me dat de baby zou stikken als ik mijn broek niet uittrok en toen ik dat deed, had ik al een hoofdje in mijn handen.’ Toen er weer een wee kwam, floepte ook het lijfje eruit. ‘Ze was zo glibberig, het lukte me niet haar goed vast te houden. Ze viel op haar rug op de ziekenhuisvloer, ver genoeg van de trap, en bewoog niet. Ik vreesde dat de harde landing haar fataal was geworden. Gelukkig begon ze toen te huilen. Dit is goed, dacht ik, ze leeft! Twee minuten later lag ik op een brancard en werd Fee meegenomen. Ze bleek kerngezond.’

4. In de bus

Zo zit je rustig in de bus, zo help je ineens een vrouw bij haar bevalling: het overkwam Rutger. Terwijl hij door het centrum van Amsterdam rijdt, hoort hij plotseling een medepassagier gillen. ‘De vrouw staat voorin de rijdende bus, haar ene hand op de leuning van haar stoel, de ander in haar zij. Ik zie dat ze op het punt staat achterover te vallen. Snel spring ik op en loop op haar af, maar een man die schuin voor mij zit, is eerder bij haar.

Dan hoor ik ineens een vreemd geluid. Is dat het gehuil van een baby? Pas op dat moment zie ik de dikke buik van de vrouw. Ze is zwanger. Wás zwanger – de vrouw hangt inmiddels half in de stoel, de man naast haar houdt een kersverse baby in zijn armen. Even sta ik als aan de grond genageld. Een baby. Hier, in de bus. Hoe lang heeft deze bevalling geduurd? Nog geen vijf seconden? Terwijl ik naar het kind kijk, besef ik dat er iets moet gebeuren. “Volgens mij is er een baby geboren!” roep ik. De moeder zit geschrokken in de stoel, stamelt dat dit niet had moeten gebeuren. Ik aai haar over haar hoofd, in een poging haar gerust te stellen, en feliciteer haar.

Als de ambulance arriveert worden moeder en kind op een brancard gelegd. Ik geef de vrouw een schouderklopje en zeg dat ze het goed gedaan heeft. Ze glimlacht en bedankt me. Eenmaal thuis vertel ik mijn vrouw wat er is gebeurd. Ze hoort het ongelovig aan, is trots dat ik zo snel heb gehandeld. Familie en vrienden zijn vol lof over mijn moedige optreden. Zelf zie ik het als iets vanzelfsprekends. Ik ben vooral blij dat het goed is afgelopen en dat de baby gezond is.’

5. Bij een tankstation

Ook politieagente Eline was getuige van een bijzondere bevalling. Tijdens een rit met de surveillanceauto ziet ze plotseling naast haar een man wild gebaren. De vrouw van de man blijkt op het punt te staan om te bevallen. Eline stapt bij het stel in en probeert de vrouw gerust te stellen. ‘De moeder in spe pufte haar weeën weg, maar het bleken al persweeën te zijn. “Ik voel de baby komen!” riep ze.

Via de portofoon zeg ik tegen mijn collega dat we het ziekenhuis niet gaan halen. Dan maar het dichtstbijzijnde tankstation. Pomp 7, om precies te zijn. Terwijl mijn collega naast me staat en de moeder nog een keer perst, hou ik mijn handen op om de baby op te vangen. Zodra ik de baby vast heb, check ik of alles in orde is: ademt-ie, is het huidje zachtroze van kleur? Op het eerste oog ziet de baby er gezond uit.’

Eline legt het kind tussen de benen van de moeder, om het te beschermen tegen de wind. ‘Ik laat de moeder haar vest uittrekken, zodat ik dat rondom haar kind kan leggen. Pas als ik de baby toedek, zie ik wat het geslacht is. “Het is een meisje!” roep ik. De moeder vertelt me dat ze al wist dat ze een dochter kreeg. Het is hun tweede kind, ze heet Lisa. Ik feliciteer de ouders en vertel dat de ambulance, die door de meldkamer is opgeroepen, onderweg is.’

Voor Eline is het de eerste keer dat ze als buitenstaander een bevalling meemaakt. ‘Nota bene bij een tankstation. Wat een ervaring. Ik was er bovendien zo nauw bij betrokken dat het bijna voelt alsof ik zelf een vierde kind heb gebaard.’

Bron: Ouders van Nu- Beeld: Shutterstock