Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

8x opvoedmythes die onzinmythes blijken te zijn

Opeens hoor je jezelf ‘zo krijg je vierkante ogen’ zeggen tegen je kind. Ik lijk mijn moeder wel, denk je. Maar had ze nou een punt of is het onzin? Hier 8 opvoedmythes die hartstikke achterhaald blijken te zijn.

  1. Plant in je buik

    Als je een pit inslikt, groeit er een boom in je buik. Wie is er niet bang mee gemaakt tijdens het eten van een appel? We kunnen er kort over zijn: de kans dat er een plant in je maag groeit na het doorslikken van een pit is nihil. Maagzuur maakt korte metten met het leven in de pit, die in die zure en vooral donkere omgeving sowieso geen kans heeft om te ontkiemen. In de longen kunnen in theorie wél planten ontstaan. Zo is er een Rus die er een sparrentak van vijf centimeter had zitten en werd een Amerikaan benauwd door een uitgegroeide erwt. Beiden hadden een net ontkiemd zaadje ingeslikt dat per ongeluk in de longen was blijven hangen. Spannend verhaal, maar wellicht niet zo geschikt als je peuter boven een bord erwtjes hangt.

  2. Vierkante ogen

    Deze waarschuwing stamt uit de tijd van de zwart-wit-tv, waaruit straling zou komen die slecht was voor de ogen. Inmiddels weten we dat het meeviel met die straling. Toch is ‘in de tv kruipen’ niet verstandig: kinderen kunnen er bijziend van worden. Doordat het scherm vlakbij is, raken hun ogen getraind om dichtbij scherp te zien. Daarvoor rekt het netvlies zich uit in de lengte en dat is niet best voor ogen in de groei. De kans is groot dat het netvlies meegroeit in die stand, waardoor de ogen niet goed meer kunnen focussen op afstand. Leer je kind daarom aan om na twintig minuten schermtijd twintig seconden in de verte te staren, om de ogen te resetten.

  3. Dertig keer kauwen

    ‘Denk erom, elke hap dertig keer kauwen.’ De moeder van Arie Boomsma zei dat vroeger altijd tegen hem, als hij en zijn broers hun eten achteloos naar binnen schrokten, schreef hij onlangs op Instagram. Zij hield hen voor dat flink malen een stuk gezonder zou zijn dan een paar keer kauwen. En daar heeft ze groot gelijk in. Door goed te kauwen, komen voedingsstoffen beter vrij en worden ze makkelijker opgenomen door je lichaam.

    Dertig keer kauwen is misschien wat veel zeggen wetenschappers, maar vooral groente heeft een special treatment nodig. In groente en ander plantaardig voedsel zitten de voedingsstoffen en vitamines namelijk vaak ‘verpakt’ in een soort vliesje, dat je dus eerst kapot moet kauwen. Vind je bij je dreumes nog hele bonen in zijn luier, dan weet je dus dat hij er qua voedingsstoffen niks aan heeft gehad. Zonde. Ook met het oog op de toekomst is het een goed idee om je kinderen goed kauwen aan te leren. Want uit onderzoek blijkt dat kinderen die goed hebben leren kauwen, daar later mee doorgaan. Tot die tijd is het even eh… doorbijten voor ze. Tegelijkertijd: zo oefenen ze ook hun geduld te bewaren en met volle aandacht te proeven. En daarmee maken ze jou dan weer blij.

    Lees ook: Vier mythes over kinderen en drinken die helemaal niet kloppen

  4. Storm op komst!

    Het weerbericht geeft windkracht negen aan, en ja hoor: ineens zijn je kinderen niet te harden, zo druk. Dat komt dus door die naderende storm, zegt je moeder. Want de onrust in de lucht maakt kinderen net zo stormachtig. Italiaanse onderzoekers vonden in 2011 inderdaad een verband tussen het weer en het gedrag van kinderen: ze observeerden 61 peuters en concludeerden dat kinderen bij een hogere luchtvochtigheid bozer en gefrustreerder waren dan wanneer de zon scheen. Een hoge luchtvochtigheid betekent alleen niet per se dat er storm aankomt, en er is dan ook geen wetenschappelijk bewijs dat kinderen druk worden door harde wind. Maar: word je zelf onrustig van het idee dat er storm op komst is, dan kun je die onrust wél op je kind overbrengen.

  5. Met nat haar naar buiten? Verkouden!

    Hoe vaak heb je deze vroeger niet gehoord? Maar nee, buiten spelen met vochtig haar maakt een kind niet zomaar ziek: een verkoudheid of griep wordt nog altijd veroorzaakt door een virus. Zo’n natte bos op je hoofd kan overigens wel snel heel koud worden. Je lichaam moet dan hard werken om de boel op temperatuur te houden en dat kan, in een heel enkel geval, het immuunsysteem zó’n opdonder geven dat je kind vervolgens vatbaarder is voor virussen. Strikt genomen kan naar buiten gaan met nat haar dus indirect wel leiden tot ziek worden, maar die kans is echt heel klein.

  6. Hemd aan

    Trek altijd een hemd aan, tenzij het snikheet is, anders vat je kou. Met als bekende varianten: nooit zonder jas naar buiten gaan/altijd je hemd in je onderbroek stoppen. Ook dit advies kunnen we onderuitschoffelen, want warm aankleden helpt vrij weinig tegen snot en hoesten, dat krijgen kinderen alleen van virussen. Maar daar zijn ze wel vatbaarder voor als ze het koud hebben. Omdat het lichaam harder moet werken om warm te blijven, is de weerstand lager, net als bij de nat-haar-kwestie. Het heeft ook iets te maken met de bloedvaten in de luchtwegen, de plek waar ziekmakende virussen binnendringen. Die vernauwen zich als je niet warm genoeg bent aangekleed, waardoor de toevoer van een speciaal soort afweercellen vermindert en virussen makkelijker hun gang kunnen gaan. Een hemd of romper is dus geen overbodige luxe.

    Maar pas op bij hoge temperaturen: als je kind gaat zweten, en dat voel je in zijn nek, heeft hij te veel kleren aan. In dit kader is er nog een hardnekkig advies dat de ronde doet: doe baby’s tot drie maanden altijd één laagje kleding meer aan dan jijzelf draagt. Handig te onthouden én het klopt. Pasgeboren baby’s kunnen zichzelf nog niet goed warm houden. Je pakt je baby dus net een beetje warmer in dan jezelf. Eén laagje extra is voldoende, je baby moet niet té warm worden.

    Lees ook: Opvoeden: zoveel invloed hebben je ouders op je kinderen

  7. Snoep voor het eten

    Geen snoepje voor het eten, anders heb je straks geen honger meer. Het is een berucht uurtje: dat moment dat je staat te koken en de kinderen dreinerig én hongerig zijn. Maar ze moeten maar even wachten, want je staat je niet voor niks uit te sloven. En alles wat je er vlak voor het eten in stopt, past er aan tafel natuurlijk niet meer in, hoewel één snoepje niet zo veel verschil zal maken. Toch is het geen slecht idee om je kind eten te geven als-ie aangeeft dat hij trek heeft, zeker als hij nog jong is. Dat past bij zijn ontwikkeling: kinderen tot vier jaar leven voornamelijk instinctief en hebben nog geen benul van de klok, laat staan het geduld om te wachten tot ze aan tafel mogen én ze zijn ’s avonds moe. De oplossing? ’s Middags al warm eten.

  8. Zand schuurt de maag

    Baby’s stoppen vanaf een maand of drie álles in hun mond. Zo ontdekken ze de wereld, omdat hun andere zintuigen nog niet goed ontwikkeld zijn. Maar naast speeltjes en broodkorstjes belanden er ook andere dingen in de mond: steentjes, takjes en zand. Heel veel zand. Waarschijnlijk echoot dan meteen het aloude adagium van je oma door je hoofd: ‘Geen probleem, zand schuurt de maag!’ Het betekent eigenlijk: ‘niets aan de hand’, en voor zover de wetenschap er onderzoek naar heeft gedaan, klopt dat ook. Babymagen, maar ook die van volwassenen, kunnen een beetje zand prima aan. Mits het niet met handenvol naar binnen gaat.

    Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Neeltje Huirne, beeld: Shutterstock

    Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.