9x Zo doet je kind wat je vraagt
door

9x Zo doet je kind wat je vraagt

Lijkt je kind wel Oost-Indisch doof als het op verzoekjes van jou aankomt? Een Engelse hypnotherapeut weet hoe je dat aanpakt, zegt ze. 9 tips om je kind zover te krijgen dat hij doet wat jij wilt.

Vijf keer aan je kind vragen om zijn jas op te hangen? Zijn kamer op te ruimen? Aan tafel te komen? Met weinig resultaat? Het komt ons bekend voor… Misschien bieden de tips van hypnotherapeut Alicia Eaton uitkomst. Volgens haar zijn er diverse mogelijkheden om kinderen gehoorzaam te (neurolinguïstisch) ‘programmeren’.

Woorden

Haar geheim? Het zit ‘m in de woorden die je gebruikt, zegt Eaton. Volgens haar werkt overtuigende en beïnvloedende taal – de taal die verkopers gebruiken en die je hoort in televisiereclames. De hypnotherapeut schreef er een boek over dat alleen in het Engels verkrijgbaar is, maar wij zetten 9 gouden tips op een rij.

  1. Zeg wat je wilt (niet wat je niet wilt)

    Dus zeg niet: ‘Maak geen troep’ of: ‘Hoe vaak moet ik nog zeggen dat je je jas moet ophangen?’ Van het negatieve uitgaan, werkt contra-productief volgens Eaton. Beter is: ‘Ruim je kamer op’ of: ‘Je jas hoort aan de kapstok’, dan boek je meer resultaat.

  2. Doe alsof je kind een keuze heeft

    In plaats van: ‘Doe nu je blauwe T-shirt aan, we hebben haast!’ kun je volgens de hypnotherapeut beter vragen: ‘Doe je je blauwe of je rode shirt aan vandaag?’ Je wekt daarmee de indruk dat jullie al hebben afgesproken dat je kind snel zijn shirt aan doet en dat je kind ook nog een keuze heeft. Met eten werkt het volgens haar ook: ‘Eet je eerst je wortels op of je doperwten?’

  3. Doe alsof je er vanuit gaat dat je kind het zal doen

    Deze truc wordt volgens Eaton vaak door autoverkopers gebruikt. ‘Als we terugkomen van de testrit, kunnen jullie naar kleuren voor de bekleding kijken,’ zegt een verkoper bijvoorbeeld, terwijl je nog helemaal niet hebt gezegd dat je een testrit wilt. Kinderen kun je net zo beïnvloeden: ‘Nadat je je kamer hebt opgeruimd, gaan we lunchen.’ Alsof al vaststond dat je kind zijn kamer ging opruimen.

  1. Verbind je kind door taalgebruik

    Leg een link tussen je kind en jou in de woorden die je gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘Net zoals ik, vind jij het vast ook fijn als je spullen opgeruimd zijn.’ Dat ‘net zoals ik’ is handig, omdat het je kind zelfvertrouwen geeft en hij zich daardoor verbonden voelt met jou.

  2. Zeg vooraf ‘dankjewel’

    Normaal gesproken bedank je achteraf voor iets, maar andersom werkt het eigenlijk beter. Volgens Eaton willen kinderen hun ouders van nature graag een plezier doen. Dus zeg direct ‘dank je’ als je vraagt of hij zijn handen wil wassen of de televisie wil uitzetten. Dan is de kans groter dat je kind doet wat je vraagt. Als kinderen al bedankt zijn, voelen ze zich meer verplicht om het te doen.

  3. Geef een reden

    Je verzoek motiveren vergroot de kans dat je kind doet wat je vraagt. Soms verwachten we dat kinderen doen wat we zeggen zonder dat we vertellen waarom we het willen. Maar een ‘want’ na je vraag, helpt. ‘Wil je je eigen tas even dragen, want ik heb zelf al een hele zware tas vol boodschappen.’

  1. Geef gewicht aan je vraag

    Maak je vraag of verzoek extra belangrijk door woorden toe te voegen als ‘luister goed’ of ‘denk er eens over na’. Bijvoorbeeld: ‘Denk er eens over na: hoe lekker zal het voelen als je in bad bent geweest?’ of: ‘Luister goed, we moeten nu de deur uitgaan om op tijd op school te zijn’.

  2. Geef er een positieve draai aan

    Als je kind ergens moeite mee heeft of over klaagt, kun je hem helpen door erop te reageren met oplossingen of iets positiefs. Op ‘ik heb het zo warm’ antwoord je vrolijk: ‘Ah, je wilt je lekker fris voelen? Zullen we een raam opendoen of je jas uitdoen, wat vind je fijner?’ Stuur met je vragen. Een probleem kun je snel laten overgaan in een mogelijke oplossing door die in je vragen te verwerken.

  3. Ontmoedig ‘ik kan dat niet’

    Leg de nadruk op wat je kind al kan en kan leren. Iets niet kunnen is bij kinderen meestal van voorbijgaande aard, want ze ontwikkelen zich continu. ‘Ik kan mijn billen niet zelf afvegen,’ kun je omzetten in: ‘Je moet het nog onder de knie krijgen, maar het gaat al veel beter dan vorige week.’ Het idee is dat je de focus legt op wat je kind wel al lukt. Zo krijgt je kind oog voor wat hij allemaal kan leren en maak je zijn leven – en het jouwe – een stuk makkelijker.

 Bron: Dailymail – beeld: Shutterstock