Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

door

Angst voor de bevalling? Gelukkig is er wat aan te doen

De een denkt: laat maar komen, die bevalling. Een ander: lijkt me pijnlijk, maar het moet. Maar er zijn ook vrouwen die er als een berg, nee beter, een Mount Everest tegenop zien en bovenmatig bang zijn voor de bevalling. Zoals Gijsje. 'Ik had huilbuien, nachtmerries en ging de onderwerpen zwanger zijn en bevallen uit de weg.'

Gijsje was over de helft van haar zwangerschap toen ze zich zorgen begon te maken over de bevalling. ‘Eerst leefde ik van echo naar echo, maar toen ik alle belangrijke echo’s had gehad en alles goed met de baby leek te gaan, sloeg mijn angst over op de naderende bevalling. Want kon ik dat wel, bevallen? Ik las dat je lijf tijdens het bevallen endorfines en adrenaline moet aanmaken en dat dat proces wordt verstoord als je ‘te veel in je hoofd zit.’ Toen dacht ik: ik ga dat vast niet aanmaken, want ik ben niet relaxed genoeg. Met als gevolg dat ik me alleen nog maar meer zorgen ging maken. Ik kaartte het aan bij de verloskundige. Ze sprak bemoedigend: “Er is er nog nooit één blijven zitten, hoor!” En daar moest ik het mee doen.’

Advertentie

Tip: Een doula bij de bevalling: wat is een doula?

One born every minute

Uit een onderzoek in 2016 naar baringsangst blijkt dat 25 procent van de zwangere vrouwen in Nederland bovenmatig bang is voor de bevalling. Zij zijn niet een beetje nerveus, maar maken zich zodanig druk dat ze elke dag piekeren over wat ze te wachten staat. De angst is zelfs zo groot dat de zwangerschap erdoor wordt overschaduwd. De meestgenoemde redenen om bang te zijn, zijn de pijn, het grote onbekende en het oncontroleerbare. In 10 procent van de gevallen neemt de angst zulke extreme vormen aan dat die leidt tot paniekaanvallen, slaapstoornissen of depressies.

Zo ook bij Gijsje. ‘Totaal geobsedeerd was ik door de bevalling die laatste paar maanden. Ik keek elke dag One born every minute op TLC. Het leek me goed om de confrontatie aan te gaan en om te zien dat al die vrouwen het kunnen. Dat het te doen is. Als ik zo’n aflevering had bekeken, luchtte dat even op, maar een uur later was ik dat gevoel alweer kwijt. Ik had huilbuien, nachtmerries en ging de onderwerpen zwanger zijn en bevallen uit de weg. Ik ontweek mijn collega’s tijdens de lunch. Want het leek wel alsof zij alleen nog maar over hún bevalling wilden praten. Boven mijn broodje kaas zaten ze dan tegen elkaar op te bieden over wie de meeste pijn had geleden.

Toen ik het er later met mijn vriend over had, zei hij nuchter: “Ah joh, laat die bevalling gewoon over je heen komen.” Maar juist dát kon ik niet. Dat ik niet wist wat me te wachten stond, en er geen controle over had: dat was precies wat ik er doodeng aan vond.’ Gijsje ging naar een voorlichtingsavond in het ziekenhuis. ‘Het was ongetwijfeld bedoeld om angst bij vrouwen weg te nemen, maar het enige wat ik daarna steeds voor me zag, was de tang die ze gebruiken als een vacuümpomp niet werkt.’

Onderzoek naar baringsangst

Ook Mirjam had last van baringsangst. ‘Ik was bang voor de pijn, dat het niet zou passen, dat ik totaal uit zou scheuren, maar ook dat het kind iets vreselijks zou overkomen als gevolg van alle stress die ik had óver het bevallen.’ Klinkt paradoxaal: je zo druk maken over de geboorte van je baby, dat je bang bent dat je kind daar dan weer iets aan overhoudt.

Toch zijn die zorgen terecht. Want bovenmatige angst kan leiden tot stresshormonen in je bloed en dat is niet goed voor de ontwikkeling van de baby in je buik. Daarbij kunnen angst en stress leiden tot een vroeggeboorte, een postnatale depressie of een slechte hechting tussen moeder en kind. En toch wordt er pas de laatste jaren meer onderzoek gedaan naar baringsangst. Lange tijd had het geen prioriteit binnen de medische wereld. Een ondergeschoven kindje, misschien onder het mom: angst of niet, bevallen is nu eenmaal een ‘klusje’ dat toch moet gebeuren? Omdat er niet altijd door verloskundigen naar gevraagd wordt, is het belangrijk dat je zelf aan de bel trekt als je erg tegen de bevalling opziet. Je angst aankaarten en er iets mee doen; nog tijdens je zwangerschap, is het advies.

Lees ook: Een bevalling komt in 4 fases, dit kun je verwachten

Uit je hoofd komen met haptonomie

Haptonoom Gert Klabbers deed wetenschappelijk onderzoek naar in hoeverre haptotherapie die vrees kan wegnemen. Bij haptonomie heb je inzichtelijke gesprekken en doe je vaardigheidsoefeningen voor een juiste perstechniek en het opvangen van weeën. Via lichaamsgerichte therapie sta je stil bij je gevoel en kom je in contact met je lijf. Met andere woorden: je komt wat meer ‘uit je hoofd’. ‘Het is heel belangrijk dat vrouwen de bevalling durven toe te vertrouwen aan hun lichaam,’ aldus Klabbers in het AD.

Gynaecologen, verloskundigen en 555 zwangere vrouwen werkten mee aan zijn onderzoek. Er waren drie onderzoeksgroepen, in elke groep 134 vrouwen met bovenmatige angst voor de bevalling. De ene groep kreeg haptotherapie, de ander psycho-educatie via internet (met informatie over zwangerschap en geboorte) en de laatste kreeg normale verloskundige zorg. Het resultaat van het onderzoek: haptotherapie blijkt het meest effectief bij het verminderen van angst. Zeker 75 procent van de vrouwen uit die groep had baat bij deze sessies. Tijdens de zwangerschap waren er ook minder gevoelens van stress en depressiviteit.

Lees ook: Ontspannen bevallen met HypnoBirthing

‘Veel plezier, er komt een kind’

Haptotherapie is toegankelijk zonder doorverwijzing. Klabbers: ‘De uitspraak: “Veel sterkte, het wordt zwaar”, wil ik ombuigen naar: “Veel plezier, er komt een kind.”’Een missie die hij deelt met Milli Hill, auteur van Positief over bevallen en moeder van drie. Want bij die negatieve termen rondom een bevalling ontstaat volgens haar het probleem. ‘Over bevallen wordt bijna uitsluitend in heel negatieve termen gesproken, als iets waarbij je de ergst denkbare pijn zult ervaren.’

Ook doula en docente zwangerschapsyoga Maggie Bijl hoort dit vaak: ‘Angst voor de bevalling ontstaat vaak door wat vrouwen in de media hebben gelezen of gezien of iets wat ze hebben gehoord. Het is belangrijk dat vrouwen hun geboorteverhalen, positief of negatief, blijven delen, maar wel op een manier die voor henzelf en voor anderen heilzaam is.’ ‘Dat zit hem deels in waar je de nadruk op legt,’ zegt Hill. ‘Ik denk dat je ook over geboorte kunt praten in termen van de kracht van een vrouw. In plaats van het alleen maar te hebben over de pijn, en wat je zult doen als je die pijn niet aankunt, kun je het ook hebben over de moed en vitaliteit van een vrouw.’

Kortom: ons bevallingsvocabulaire moet op de schop. Niet alleen de pijn, maar ook de oerkracht die er op zo’n moment in je vrijkomt moet je uitspreken. Wat een prestatie je toch maar hebt geleverd. Want dát zijn verhalen die niet de angst, maar juist het zelfvertrouwen van vrouwen om je heen voeden.

Lees ook: Bang voor de bevalling? Dit kun je doen

Geboorteplan: de sleutel tot succes

Daarnaast is Hill een groot voorstander van het maken van een geboorteplan. Iets wat veel vrouwen zich voornemen, maar vaak toch strandt in een: ik zie wel hoe het gaat. Hill: ‘Kom op voor de bevalling die je voor ogen hebt. Want dat is de sleutel tot een positieve ervaring: weet dat je de controle kunt nemen. Jij bent de ster van deze bevalshow, dus wees niet bang je ook zo te gedragen.’ Controle nemen betekent overigens niet dat alles precies gaat zoals je wilt en er niets verontrustends gebeurt. Een bevalling blijft onvoorspelbaar.

‘Maar ook bij bevallingen waarbij het anders loopt dan gehoopt, kunnen vrouwen een positieve ervaring hebben. Juist daarom is het zo belangrijk om van tevoren na te denken over je wensen.’ In plaats van vage uitspraken als: ‘Ik wil zo natuurlijk mogelijk bevallen’ moet er juist een zo gedetailleerd mogelijk draaiboek van je bevalling komen. Ook als je voor het eerst gaat bevallen en nog niet weet wat je kunt verwachten. Hill: ‘Zo krijg je vooraf namelijk de kans om goed te kijken naar de enorme hoeveelheid keuzes die je hebt, kun je nadenken over alle manieren waarop een bevalling kan verlopen en hoe je ervoor zorgt dat je wordt gehoord in de verloskamer. Probeer niet alleen een idee te formuleren van het ideale scenario, maar schrijf ook een plan B, C en D. Als je bijvoorbeeld thuis wilt bevallen, maar dit gaat niet, hoe zou je dan je ideale ziekenhuisbevalling omschrijven? Maak plannen voor alle scenario’s.’

Tip: Zo maak je een geboorteplan

Vechten of vluchten

Dit alles zou je bevalangst moeten verminderen, maar Milli Hill gaat nog een stap verder: zij zou graag zien dat iedere bevalling een ronduit positieve ervaring wordt. In 2012 richtte ze daarom The Positive Birth Movement op. Deze beweging gelooft dat communicatie de sleutel is tot het veranderen van de negatieve beeldvorming over bevallen. Elke maand is er een thema waarover gesproken wordt, zoals ‘locatie van je geboorte’ of ‘voorbereiden op je bevalling’.

Hill begon in 2013 met de gesprekken in haar huiskamer en leidt nu een organisatie met meer dan vierhonderd groepen wereldwijd, ook in Nederland. Het begon allemaal toen ze zelf zwanger was van de eerste en ook angstig was voor haar bevalling. ‘Er zijn twee menselijke reacties op angst: vechten of vluchten. Sommige vrouwen vluchten, ze vinden dat het geen zin heeft om je voor te bereiden op de bevalling, omdat je toch niet weet hoe het loopt. Ze steken hun kop in het zand en willen liever niets over de bevalling lezen en er al helemaal niet met vriendinnen over praten. Zelf behoorde ik tot de vechtgroep: ik streed tegen mijn angst door van het krijgen van een baby een soort promotieonderzoek te maken. Ik las juist zo veel mogelijk boeken en artikelen.’

Lees ook: Bevallen in bad, zo werkt het

‘Ik kan dit’

Mirjam wilde per se in het ziekenhuis bevallen. ‘Omdat de baby aan de grote kant was, is de bevalling met eenenveertig weken ingeleid, maar omdat ik na vijftien uur proberen nog maar vijf centimeter ontsluiting had, is het een keizersnee geworden. Mijn zoon woog bij de geboorte vierenhalve kilo. Ik was blij dat ik hem er niet zelf uit had hoeven persen, maar had tegelijk het gevoel dat ik had gefaald.’

Toen ze voor de tweede keer zwanger was, sloeg de angst weer toe. ‘Deze keer raakte ik zo in paniek dat ik zelfs zei dat ik een abortus wilde als ik geen keizersnee mocht. Daar reageerde de verloskundige gelukkig heel goed op: ze zei dat ik gewoon een keizersnee mocht.’ Mirjam besloot, net als Hill, iets met haar bevalangst te doen en maakte de radiodocumentaire Bang om te baren. ‘Ik ging obsessief onderzoek doen. Om materiaal te verzamelen voor de documentaire, maar tegelijkertijd kreeg ik hierdoor de situatie meer onder controle.’

Goed om te weten: Thuisbevalling versus ziekenhuisbevalling

Bevallen geen hobby

Gijsje beviel ook in het ziekenhuis. ‘Vlak voor de bevalling bladerde ik nog panisch door ‘Duik in je weeën’, want hoe zat het ook alweer? Hoe moest ik persen? Ik had een cursus gedaan, maar wat als ik het op het moment suprême fout deed?’ Maar toen de vliezen braken, ging ineens de knop om. ‘Oké, hij wil eruit, dan gaan we er ook voor. Ineens zag ik het allemaal heel helder, ik ging het gewoon doen. Uiteindelijk bleef ik hangen op drie centimeter ontsluiting en heb ik een ruggenprik gekregen. Ik viel in slaap en werd wakker met negen centimeter. Ik mocht bijna persen! Achteraf denk ik dat mijn angst me misschien toch in de weg heeft gezeten. Hoe kan het anders dat ik zo heb gezwoegd voor drie centimeter ontsluiting, terwijl toen ik na de ruggenprik ontspande de centimeters wel opschoten?’

Lees ook: Alles over pijnbestrijding tijdens de bevalling

Inmiddels is Gijsje moeder van twee zoons. De tweede zwangerschap voelde ze slechts een gezonde spanning in de weken voor de bevalling. ‘Het kan een houding zijn geweest, omdat ik niet weer wilde bezwijken onder de angst. Maar ik herhaalde steeds voor mezelf: ik heb dit eerder gedaan. Ik kan dit. En daarbij was ik de eerste keer ook vooral angstig omdat ik niet wist wat me te wachten stond. Nu wist ik dat wel en dat scheelde alles. Ik durfde het nu ook aan zonder pijnstilling. Tuurlijk, bevallen wordt echt geen hobby en ik riep echt wel tijdens de weeën: dit is de laatste. Maar nu, een jaar later, denk ik daar alweer anders over. Als zwangere vriendinnen vragen hoe het is om te bevallen, zeg ik altijd: “Het is te doen. En als ik het kan, kan jij het ook.”’

Lees ook: hoe verwerk je een traumatische bevalling.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Willemijn van Dijk