bevallen in corona tijd
door

Bevallen tijdens de intelligente lockdown: het bijzondere bevallingsverhaal van Rebecca

Blogger en influencer Rebecca Boektje (36, mytravelboektje.com) heeft een relatie met Bo The. Ze hebben drie kinderen: Yuki (3), Ravi (1) en Xan (4 maart) die werd geboren aan het begin van de corona-uitbraak. ‘Het leek net een film: mondkapjes, lege gangen, doodse stilte.’

‘Mijn verlof had ik tot in de puntjes voorbereid. Ik had met de crèche geregeld dat Yuki en Ravi een dag extra konden komen en daarnaast zou Bo regelmatig een verlofdag nemen. Ik zag het helemaal voor me: ’s morgens met elkaar ontbijten, de kinderen uitzwaaien en dan met een kopje koffie en beschuit met muisjes terug mijn bed in met de baby. De hele dag cocoonen, geen gezeur aan mijn kop, weinig werk, een beetje rommelen in huis en ’s avonds lekker koken. Ik had er zó veel zin in! Hoe anders zou het lopen….

Advertentie

Ik had net mijn eerste perfecte verlofdag gehad: ik had die dag een massage speciaal voor zwangere vrouwen gekregen en een spa bezocht in een luxe hotel. Midden in de nacht schoot ik omhoog van de kramp en dacht: dit kan niet waar zijn. Ja, ik was bijna uitgerekend, maar mijn baby’s kwamen toch nooit op tijd? Ik besloot dat het oefenweeën waren. Ik ging niet nu al bevallen, dat paste niet in mijn planning. En ik leek gelijk te krijgen, want de volgende ochtend waren de krampen inderdaad weg.

De maanden ervoor had ik keihard gewerkt, ik ben zzp’er, heb een reisblog en moest veel vooruitwerken om tijdens mijn verlof lekker vrij te zijn. Tot drie dagen voor de uitgerekende datum knalde ik daarom door. Ik voelde me wel een beetje schuldig tegenover de baby in mijn buik, ik had hem amper aandacht gegeven. Doordat ik zo veel werkte en met mijn oudste twee bezig was, had ik ook nauwelijks tijd gehad om het nieuws te volgen. Natuurlijk had ik gehoord over het virus, maar dat leek ver van mijn bed. Ik wist dat het virus in Brabant flink toesloeg, maar bij mij in Amsterdam merkte ik er nog niets van. Van tevoren had ik al besloten dat ik in het ziekenhuis ging bevallen, mijn twee eerdere bevallingen gingen vrij moeizaam. Toen er in Nederland steeds meer besmettingen bij kwamen, kwam het geen moment in me op dat een ziekenhuis dan juist een plek is om te mijden.

Na de tweede nacht ‘oefenweeën’ wist ik dat het menens was. Ze kwamen nu om de vijf minuten en waren toch wel pijnlijk. Ik wist dat er niks anders op zat: ik ging bevallen en wel nu. Of nou ja, binnen nu en zesendertig uur. Want na twee helse bevallingen wist ik inmiddels dat ik niet zo goed ben in bevallen. Mijn bevallingen duurden lang, schoten niet op en zetten niet door. Bij Ravi deed ik zelfs vijf uur over de laatste centimeter. Toen ik om half zes ’s ochtends de verloskundige belde, zei ik dat ze meteen moest komen. Dat deed ze gelukkig ook. En ja hoor, ik had gelijk: vier centimeter ontsluiting. Nu de verloskundige toch bezig was daaronder, brak ze meteen mijn vliezen. Het zag er niet goed uit: de baby had in het vruchtwater gepoept, dus we moesten nu wel naar het ziekenhuis. Bij de lift in het ziekenhuis pufte ik nog een wee weg terwijl ik Bo lachend aankeek. Ik had totaal geen zin in de pijn van het bevallen, maar die baby moest er toch uit. Ik voelde dat alles goed was met de kleine, dat hij gepoept had leek me niet zo ernstig. Dat gebeurt toch wel vaker? De verpleegster in de verloskamer kwam vrolijk binnen. Ze waste grondig haar handen en polsen. “Vier centimeter en je vliezen zijn ook al gebroken, je bent lekker bezig! Deze baby zie ik nog wel voordat ik naar huis ga vanmiddag!” Bo en ik keken elkaar aan en schoten in de lach.

De allerlaatste

Net toen ik ging liggen, kwam de nieuwsmelding binnen. “Bo, er is corona in dit ziekenhuis. Er zijn hier mensen besmet.” Ik voelde een steek in mijn maag en keek naar zijn gezicht om te zien of hij zich ook zorgen maakte. Veel tijd om na te denken had ik niet, want er volgde weer een wee. Wát een ellende. “Zet mij maar op de lijst voor een ruggenprik. Ik kan dit nog heel even aan, maar daarna wil ik een prik.”

Een uur later stond de anesthesist in mijn kamer. “Ben je er nu al? Ik had je nog niet verwacht,” zei ik verbaasd. Hij lachte terwijl ook hij zijn handen grondig waste. Die ruggenprik was de hemel. Ik voelde nog steeds pijn, maar de scherpte was eraf, ik kon dit aan. De gedachte dat dit mijn laatste baby was, hield me op de been.

Na elf uur puffen en schelden, was dan eindelijk het moment daar: volledige ontsluiting! Op 4 maart om twaalf over zes zette ik onze Xan op de wereld. Een lekker dik bolletje van ruim acht pond. Het was maar goed dat hij precies op zijn uitgerekende datum kwam, want hoe had ik hem er in hemelsnaam uitgekregen als hij nog twee weken was doorgegroeid?

Bij Xans eerste check bleek het toch mis. Hij ademde niet goed, hij klonk als een mopshondje. De kinderarts vertelde met een serieuze blik dat er vocht in zijn longen zat en hij dacht aan een infectie. Meteen dacht ik terug aan het pop-upberichtje en gingen de alarmbellen in mijn hoofd af: corona! Dat zou het toch niet zijn? In gedachten ging ik terug de gang op, ik had daar gelopen mét mijn gebroken vliezen. Ik had het knopje van de lift aangeraakt, de deuren opengeduwd, een broodje gegeten. Hoelang bleef zo’n virus ergens op zitten? Had ik iets aangeraakt wat besmet was? Waren er mensen in mijn kamer geweest die besmet waren?

De artsen en verpleegkundigen stelden me gerust, het was vrijwel onmogelijk dat Xan corona had. Wel kreeg hij antibiotica en zouden we tijdens de kuur in het ziekenhuis moeten blijven. Terug in mijn kamer keek ik naar mijn prachtige derde baby. Ik zag de slangetjes in zijn neus en armpje wel, maar ik keek er doorheen. Hij zag er zo goed uit: mooi roze, lekkere vetjes. Ik kon me niet voorstellen dat dit mannetje ziek was. Wel maakte ik me zorgen om Yuki en Ravi, zouden zij door de slangetjes heen kunnen kijken? Bo en ik besloten dat we een dagje zouden wachten met het voorstellen van hun broertje, als hij er minder spannend uit zou zien. Ik keek uit naar de ontmoeting tussen mijn kinderen. Ik miste ze en wilde dat het snel morgen was.

bevallen tijdens corona

Lege, stille gangen

En toen hoorden we dat er verscherpte maatregelen kwamen in het ziekenhuis. Broertjes en zusjes mochten niet meer langskomen, omdat dat de kans op besmetting met corona zou vergroten. Maar ik moest mijn kinderen zien. En wel nu! Gelukkig bleek het nog niet zover en konden Yuki en Ravi nog langskomen in het ziekenhuis. Dat moment was magisch. Vooral Yuki was meteen zó lief en verzorgend. Ook mijn ouders, zus en schoonvader mochten nog langskomen om kennis te maken met Xan. Vanuit mijn kraambed in het ziekenhuis keek ik het nieuws: steeds meer coronabesmettingen in Nederland. We mochten geen handen meer schudden, moesten zo veel mogelijk thuisblijven. Prima, dacht ik nog, ik ga straks toch nergens naartoe. De verpleegkundigen die ik sprak werden afstandelijker, maar waren ook professioneel, aan niks merkte ik iets van spanning. Het leek alsof corona hen totaal niet bang maakte.

Maar als ik mijn kamer verliet en de gang opliep om mijn Uber Eats-maaltijd op te halen, merkte ik dat de sfeer grimmiger werd. Op de terugweg van de hal naar mijn kamer was het alsof ik in een film speelde. Lege gangen, bijna geen mensen, doodse stilte. Als ik al iemand tegenkwam, droegen ze mondkapjes of beschermende kleding. Het voelde zó surrealistisch. Opgelucht ging ik dan weer terug mijn kamer in, naar mijn baby. Mijn moederinstinct had gelijk: Xan had geen infectie en na zijn kuur mochten we eindelijk naar huis. Ik had nog recht op een paar dagen kraamzorg en liet me vertroetelen. Op de laatste dag vroeg ik de kraamverzorgende een taart te bakken om haar vertrek te ‘vieren’. Hierna zou het grote genieten beginnen. Dan zou ik alleen zijn met mijn baby, heerlijk!

Tussen trots en tranen

Tot die bewuste zondagavond. Ik weet niet of het door de hormonen kwam, maar ik heb staan huilen als een kind toen ik hoorde dat alle scholen en kinderdagverblijven dicht gingen. Natuurlijk begreep ik de maatregelen, maar door dat rotvirus zat ik opgesloten in huis met mijn man én drie kleine kinderen. Hoe ging ik dit doen? Ik voelde boosheid in me opborrelen. Ik had recht op rust, een goed herstel, verlof. Aan de andere kant dacht ik ook: als dit het ergste is… Voor mensen die corona hebben, is het drama veel groter.

Inmiddels zijn we een paar weken verder. Het ene moment klap ik uit elkaar van trots en stromen de tranen over mijn wangen als ik zie hoe lief Yuki en Ravi voor hun broertje zijn. Het andere moment voel ik een zenuwinzinking aankomen als ik zie hoe alle kastjes overhoop zijn gehaald of het water van het plafond druipt als die twee een feestje bouwen in bad. Het voelt alsof ik geen verlof heb gehad, alsof je een dag na je bevalling meteen weer naar kantoor moet. Gelukkig herstel ik fysiek redelijk goed en snel, maar mentaal is het wel pittig.

Het knuffelen met mijn baby mis ik misschien nog het meest. Vaak ligt Xan bij Bo op schoot als hij thuis online vergadert met zijn klanten en collega’s en zorg ik voor de oudste twee. Bo is ondernemer en kan het zich niet permitteren om fulltime voor de kinderen te zorgen. Dus in plaats van te cocoonen met Xan ben ik druk met knutselen, kinderen op de glijbaan zetten, zooi opruimen, was wegwerken en eten maken. Soms is het al drie uur ’s middags als ik Xan voor het eerst zelf een flesje geef.

bevallen tijdens corona

Geen raambezoek

Bezoek krijgen we niet, het mag niet. En aan ‘raambezoek’ doe ik niet, want dat voelt raar. Ik Facetime met vriendinnen en familie en laat Xan dan zien. Misschien is het ons geluk dat Xan onze derde is, we hebben niet zo de behoefte om hem de hele tijd te showen.

Om de gezondheid van Bo en de kinderen maak ik me niet zo’n zorgen, ik hoop vooral dat onze ouders niet ziek worden, zij behoren als ouderen toch tot de risicogroep. Maar over mijn werk kan ik, naast de nachtvoedingen, ook wakker liggen. Als ik dan midden in de nacht eindelijk een momentje voor Xan en mij alleen heb, denk ik soms aan de gekelderde bezoekersaantallen op mijn site. Door corona zit de wereld op slot. Niemand is nu nog op zoek naar een hotspot. Campagnes zijn gestopt, persreizen uitgesteld. Ik ben benieuwd hoe mijn werk er straks uitziet. Maar veel tijd om daarover na te denken, heb ik nu niet, want er moet altijd wel een kind verschoond of gevoed worden.

Ja, het is zwaar en ik wil soms verdwijnen uit deze thuis-isolatie, maar ik weet ook: na deze coronatijd ga ik weer op reis voor mijn werk. Dan mis ik die vier thuis en denk ik: zaten we maar weer even lekker samen thuis.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Marloes Grimbergen, fotografie: privébeeld en Bente Hilkens (zwangerschapsfoto)

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.