Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

twee-tweelingen
door

Corianne kreeg twee tweelingen in anderhalf jaar: ‘We leven nu per dag’

Corianne (32) en Gerrit (38) kunnen hun geluk niet op als ze na lang proberen ouders worden van een tweeling. Groot is de verbazing als Corianne niet lang daarna zwanger blijkt van nóg een tweeling.

‘Ruim drie jaar lang hebben we moeten wachten op onze jongens Guus en Sef. Drie heel lange jaren waarin iedereen om ons heen zwanger raakte, behalve wij. Kinderverjaardagen ontweken we en over andermans kinderen wilde ik zo weinig mogelijk horen. We zaten in de overlevingsstand, hopend op een wonder. Na lang proberen en een miskraam, stapten we het medische traject in. De eerste anderhalf jaar zonder resultaat. Dat het maar niet lukte, had te maken met mijn onregelmatige eisprong. Uiteindelijk konden ze ons in het ziekenhuis in Zwolle helpen. Ik kreeg medicatie om mijn eisprong op te wekken en de eerste IUI-poging was meteen raak.

Advertentie

We wisten dat de kans op een meerling hierbij groter is, maar de arts verwachtte het niet. Hij had het mis. Bij de eerste echo zagen we meteen dat er twee baby’s in mijn buik groeiden. We waren dolgelukkig, dit voelde zo bijzonder. Alsof we beloond werden voor het lange wachten met niet één, maar twee baby’s. Geen seconde hebben we gedacht: help, hoe gaan we dit doen?

De zwangerschap verliep voorspoedig. Ik voelde me goed en de jongens hadden het fijn in m’n buik. Met 36,5 week zijn ze via een natuurlijke bevalling geboren. Beter had het niet kunnen gaan. Gerrit en ik waren zielsgelukkig en lieten alles rustig op ons afkomen. We zaten midden in de bouw van ons nieuwe huis en woonden tijdelijk in een oude boerderij. Een speciale babykamer hadden we niet ingericht, de jongens sliepen in de woonkamer. We waren praktisch ingesteld.

Van vrienden die ook net een kleintje hadden, hoorden we dat we ’s nachts weleens ter sprake kwamen, zo van: hoe doen zij dat toch? Maar wij waren juist heel relaxed en vormden samen een stabiel team. Waar bij andere stellen de vrouw ’s nachts vaak de sjaak is, deden wij meteen alles samen. Je móét wel met twee baby’s.’

Lees ook: alles over IUI (Intra-Uteriene Inseminatie)

In shock na de inwendige echo

De wens voor een derde kwam vrij vlot. Het plan was om in oktober, rond de eerste verjaardag van de jongens, weer contact op te nemen met het ziekenhuis in Zwolle. Een spontane zwangerschap leek er niet in te zitten. Maar in augustus voelde ik aan alles dat ik weer zwanger was. Dat kon toch helemaal niet? Ik heb de positieve test wel tien keer opnieuw bekeken, ik kon het gewoon niet geloven. Een paar dagen laten liepen we op wolken de verloskundigenpraktijk binnen. ‘Weet je zeker dat het er niet weer twee zijn,’ grapte Gerrit toen we een kloppend hartje op het scherm zagen. ‘Nou, nu je het zegt,’ zei de verloskundige. Met een inwendige echo keek ze nog eens goed en ja hoor, daar was nummer twee. Puur toeval, het had niets te maken met mijn eerste zwangerschap. Ik schrok me kapot en begon hard te huilen. Zo rustig als ik de eerste keer was, zo groot was de paniek nu. Hoe gaan we dat doen? Vier kinderen onder de anderhalf! Gerrit was meteen enthousiast. Hij vond het nu al zo bijzonder, een tweeling. En dat kregen we gewoon maal twee.

Mij heeft het drie slapeloze nachten gekost voordat ik over de schrik heen was. Daarna was ik vooral dankbaar. We geloven allebei in God en dit konden we niet anders zien dan als een groot wonder.

Lees ook: Bevallen van een tweeling, alles wat je moet weten

Thuis stonden er twee kraamverzorgsters klaar

Waar we bij de eerste tweelingzwangerschap alles op ons af lieten komen, waren we nu heel druk met de voorbereiding. Er waren ook zo veel praktische zaken waaraan we moesten denken. Hoe krijg je vier kinderen in vier autostoeltjes in de auto? Hoeveel oppassen moeten we wel niet regelen als we samen een avondje weg willen? En kon ik straks nog wel ambities blijven houden in mijn werk als teamleider in het voorgezet onderwijs? Avondenlang hadden we het er met elkaar over tot we besloten de knop om te zetten. Niet denken, maar gewoon doen. We hadden nog een hele zwangerschap voor de boeg en ondertussen liepen er ook nog twee kleine jongens rond.

De zwangerschap van de meiden was een stuk zwaarder. Acht maanden lang ben ik ziek en misselijk geweest. Vooral in de nacht. Tijdens de zwangerschap leerden we om hulp vragen. Aan ouders, familie en vrienden. Dan namen zij de jongens mee naar de speeltuin en had ik tijd om bij te komen. Op het laatst hebben we onze werkkamer omgebouwd tot slaapkamer. Ik moest rust hebben en dat ging niet met een tweeling die nog niet doorsliep. Ik heb zelfs twee nachten in het ziekenhuis geslapen met slaapmedicatie om weer op kracht te komen. Gerrit deed de nachten met de jongens vaak alleen en stond de volgende ochtend weer op om te werken.

Na 37 weken heb ik gevraagd of de bevalling kon worden ingeleid. Een keizersnede zag ik niet zitten; ik wilde snel herstellen om weer iets met de jongens te kunnen doen. Ik voelde me al zo schuldig dat ik er door mijn pittige zwangerschap zo weinig voor ze kon zijn. En dat zou met de komst van twee baby’s niet anders worden. De geboorte van Nova en Naomi was een stuk heftiger dan die van Guus en Sef. Na een vier uur durende weeënstorm, werd Nova als eerste in een stuit geboren en daarna Naomi die door de vrijgekomen ruimte in mijn buik wel goed draaide.

Bij Gerrit zag ik meteen weer die trotse twinkeling in zijn ogen. Ik was zo uitgeput dat genieten van de meiden me niet meteen lukte. Slapen, dát wilde ik. Na een nacht in het ziekenhuis mochten we naar huis, waar twee kraamverzorgsters voor ons klaarstonden. Eén voor de meiden en mij, de ander voor de jongens en het huishouden. Heerlijk! Guus en Sef vonden hun zusjes meteen leuk. Op hun teentjes stonden ze met z’n tweeën over de rand van de box te spieken. Wie zijn die twee wezentjes? Een prachtig gezicht.

Per dag gaan er 25 luiers doorheen

Met vier kleine kinderen stap je op een sneltrein die niet meer stopt. Al voor de geboorte van de meiden hadden we daarom een advertentie geplaatst in de krant voor een oppas. Nu is er 32 uur per week iemand bij ons thuis om me te helpen. Ook als ik straks weer ga werken, blijft ze oppas aan huis, samen met hulp van opa en oma’s en een papadag. Financieel scheelt het niet veel met de crèche, maar opvang aan huis geeft ons gezin zo veel rust.

De ene keer voedt de oppas de baby’s – ik kolf – en het andere moment speelt ze met de jongens. Hierin wisselen we elkaar af. Héél soms is er een moment dat alle vier de kinderen tussen de middag slapen. Dan ga ik in m’n eentje naar de supermarkt. Wat een feest.

In je eentje twee baby’s en twee dreumesen verzorgen is bijna onmogelijk. Dan vlieg je van de ene dreumes naar de andere, met een huilende baby op je arm en eentje met een volle luier in de box. Na twee uur kun je me dan echt opvegen. Maar ook met z’n tweeën is het soms gekkenwerk. Hebben we net allebei een baby vast voor de fles, staat Guus opeens op de keukentafel te springen. Buitenshuis zijn we een rondwandelend circus. “Daar komt de karavaan weer aan hoor,” grappen de mensen in ons dorp als we langslopen met de tweelingbuggy en tweelingwagen.

Per dag verschonen we zo’n vijfentwintig luiers en er zijn nachten dat ze alle vier tegelijk huilen. We komen altijd twee paar handen tekort. Als we elkaar om vijf uur ’s morgens aankijken zonder amper slaap te hebben gehad, denken we weleens: waar zijn we aan begonnen? Maar een uur later valt dan toch iedereen in slaap en ziet de wereld er weer heel anders uit. En hoe fijn is het dat de kinderen straks altijd iemand hebben om mee te spelen? Dat ze alle vier de bijzondere band van tweeling zijn ervaren en niet eentje zich alleen of buitengesloten voelt. Ik droomde van een groot gezin en dat hebben we gekregen. Ondanks alle hectiek en logistieke uitdagingen, genieten we daar enorm van.

Tips: borstvoeding geven aan een tweeling

twee tweelingen

Pure angst, een onverwachtse tumor

Als ik iets heb geleerd van de afgelopen tijd is dat je alles aankunt, totdat er iets mis is met een van je kinderen. Dan stort het kaartenhuis in. Want net toen we dachten onze draai gevonden te hebben met vier kleine kinderen, werd ons leven opnieuw op z’n kop gezet. Als afsluiting van mijn verlof, gingen we tweeënhalf weken geleden met de jongens een week naar Spanje. Even wat quality time voor Guus en Sef na een hectische periode. De meiden konden bij mijn ouders terecht.

Terug in het vliegtuig werd Sef doodziek. Hij was misselijk en benauwd, het schuim stond om z’n mond. Het was doodeng, maar eenmaal op Schiphol liep hij weer vrolijk rond. We dachten zelf aan een longontsteking, dus namen hem mee naar de huisarts. Hij verwees ons door naar het ziekenhuis voor een foto. Sef bleek een klaplong te hebben. Met de ambulance werd hij naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis gebracht en kreeg hij onder narcose een drain. Omdat hij hierna een hoge bloeddruk bleef houden, werd hij verder onderzocht. Totaal onverwachts vonden de artsen een tumor in zijn nier en long. We konden het niet geloven. Hoe kon ons jongetje nou zo ziek zijn? Aan de buitenkant zag je niets! De blik die we elkaar die nacht boven het ziekenhuisbed van Sef wierpen, vergeet ik nooit meer. Pure angst en ongeloof: waar zijn we in beland?

Naast allerlei praktische vragen – Hoe lang blijven we hier? Waar brengen we de kinderen onder? Wanneer zien we de baby’s überhaupt weer? – was het vooral de angst om Sef te verliezen die door ons hoofd spookte. Gelukkig wijzen de eerste onderzoeken uit dat er een goede kans bestaat op herstel. Hiervoor moet hij wel een zwaar en lang traject in. Zijn nier wordt verwijderd, net als een deel van zijn long. Hoe het daarna verder gaat, weten we nog niet. Op dit moment wordt ook onderzocht of Sef mogelijk het Dicer1-syndroom heeft, een genetische afwijking waarbij je de rest van je leven een verhoogd risico loopt op kanker. Mocht de uitslag positief zijn, dan worden ook wij en de andere kinderen getest. Daar wil ik nog niet over nadenken…

Sef heeft ons nu het hardst nodig en ik wil elke minuut van de dag bij hem zijn. Maar ik weet ook dat er thuis nog drie kinderen zitten die mijn aandacht verdienen. Na onze vakantie, nu een week geleden, hebben we de meisjes nog maar twee keer tien minuten gezien. En het zijn nog maar kleine baby’s van drie maanden! Onze familie en vrienden vangen de kinderen met enorm veel liefde op, maar toch voel ik me schuldig. We zijn niet compleet en ik voel me tekortschieten als moeder. Een onontkoombaar gevoel. Maar ik zet mezelf aan de kant en ga door voor hem.

Rollercoaster van operaties

We leven nu per dag. Vooral Gerrit had er een handje van om in de toekomst te denken. Zo van: als de kinderen straks zeven zijn, kunnen we weer een grote reis maken of samen voetballen. Maar de tijd is zo hard stilgezet. Gerrit en ik vormen nu meer dan ooit een team. We zien aan elkaar wanneer we een tandje bij moeten zetten, omdat de ander het even niet meer trekt. We blijven in gesprek met elkaar en kunnen soms ook flink hard huilen samen. We weten nog niet hoe, maar we komen hier doorheen. Vorige week hebben we in de kerk met honderd mensen voor Sef gebeden. Dat geeft steun en moed.

Aankomend weekend mag Sef even naar huis, voordat volgende week de rollercoaster van operaties begint in het Prinses Maxima Centrum. Even achtenveertig uur lang weer met z’n zessen thuis. De broertjes missen elkaar en Sef wil zijn zusjes een echte kus geven en niet alleen via foto’s op onze telefoon.

Ook komen onze vrienden een middag langs met alle kinderen. Een paar uurtjes onbezorgd spelen, eten en drinken. Op momenten dat we kunnen genieten, doen we dat nu ook dubbel zo hard. Dat besef drong meteen al bij ons binnen na de eerste uitslag. Leef in het nu, want niets in het leven loopt zoals je van tevoren kunt bedenken.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine –  Auteur: Marieke Ordelmans, Beeld: Brenda van Leeuwen

Meer persoonlijke verhalen lezen?
Arjan verloor de moeder van zijn kind aan een postnatale depressie