Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

zwangerschapsverlof
door

De 6 geboden van back to work na je verlof

Verlof klaar, en daar dient het werkende leven zich weer aan. Sta je te trappelen? Of zou je liefst eeuwig thuis willen blijven bij je baby? Deze zes dingen kunnen zomaar eens je back-to-work-pad kruisen.

Na pakweg negen maanden zwangerschap stond je leven, en dat van je eventuele partner, totaal op z’n kop. Hoezeer je je ook had voorbereid, denk aan alle boeken en babyblogs die je hebt verslonden: je weet pas wat het is als het zover is. Van de ene op andere dag ben je niet langer zelf de belangrijkste persoon op aarde, alles draait nu om dat kersverse kuiken dat geheel van jou afhankelijk is. Die extreme verantwoordelijkheid heb je de afgelopen weken waarschijnlijk met volle overgave, verbijstering en vermoeidheid meer dan serieus genomen – en terecht. Een nieuwe, onbekende wereld brak open, een van allesoverheersende liefde, angst, slapeloze nachten, zere tepels, volle luiers en een lége agenda. En in dat laatste komt langzaam maar zeker verandering, want: je verlof zit erop. Heb je er zin in, of zie je er als een berg tegenop? Waarschijnlijk een beetje van allebei. Als houvast bieden we je de zes geboden van back to work na je verlof. Wat mag en kan allemaal?

Advertentie
  1. Je mag er best tegenop zien

    Natuurlijk, de navelstreng was al een poosje doorgeknipt, maar nu het einde van je verlof nadert, voel je de knip eigenlijk pas echt. Wekenlang waren jij en je uk onafscheidelijk. En nu moet je hem ineens overdragen aan de juffies van het kinderdagverblijf? Je wordt al misselijk bij het idee. Of je zin hebt om weer aan de slag te gaan, weet je niet eens: de angst om je kind uit handen te geven overheerst volkomen. Opvoeden is loslaten, zeggen ‘ze’ weleens. En inderdaad, daar is geen ontkomen aan. Even op je tanden bijten dus.

    Annette: ‘Voordat Bibi werd geboren, was ik ervan overtuigd dat ik na maanden binnen zitten wel weer zou snakken naar mijn werk. Aanvankelijk leek een ‘normaal’ verlof van vier maanden me dan ook ruim voldoende, totdat een collega zei: “Blijf die eerste vijf tot zes maanden nou gewoon thuis, let op, straks wil je niets liever!” Ik ben nog altijd dankbaar voor die tip. Bibi is een gemakkelijk kind, maar ik had het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om haar met drie maanden al naar de crèche te sturen: ze was – en is – nog zó fragiel! Bovendien vind ik het heerlijk om thuis lekker met haar te frutten. Twee weken terug moest ik toch echt weer aan de slag en dat leverde gemengde gevoelens op. De eerste dag dat ik Bibi naar de crèche bracht, huilde ik mijn ogen uit mijn hoofd, dat zeg ik heel eerlijk, maar de dagen erna ging het al beter. Vooral omdat ik zag hoezeer Bibi het naar haar zin had en hoe leuk ik het vond om weer onder de mensen te zijn.’

  2. Je mag uitkijken naar je eerste werkdag

    Heerlijk vind je het. Je kind is een wonder, het mooiste wat je ooit is overkomen. Maar mijn god, wat is het af en toe zwaar. Ineens zit je dag in dag uit binnen vier muren rompers te wassen, spenen te desinfecteren en je wonden te likken. Je mist de buitenwereld. Volwassen gesprekken die verder gaan dan ‘oetjepoetjepoe’ of nadenken over andere dingen dan: moet ik nou met de linkerborst of rechterborst beginnen? Met enige jaloezie kijk je hoe je werkende partner wél een leven heeft naast het ouderschap. Kortom, je wilt weer aan de slag. Ilse: ‘Xander en ik waren zo blij toen ik zwanger bleek, negen maanden lang zaten we bij elk gebreid sokje te brullen van geluk. Tótdat Joris er daadwerkelijk was en ik – die altijd druk was met vriendinnen en sporten – plots in mijn uppie op de bank zat. Opgesloten. Met een baby. Ik vond het he-le-maal niks. Joris was een schatje, maar ik moest er ongelooflijk aan wennen dat mijn leven PATS-BOEM stilstond. Want zo voelde het echt. Aan het einde van elke dag zat ik boven aan de trap op Xander te wachten, zodat hij me kon ‘aflossen’. En ik was dolblij dat ik na drie maanden weer mocht werken. Niet omdat mijn werk nou zozeer mijn ‘passie’ is, maar puur omdat ik weer naar buiten kon: mijn eigen ding doen, een beetje aanrommelen achter mijn computer en met collega’s en andere mensen praten. Iedereen had verwacht dat ik zo’n ‘moeder-moeder’ zou worden die 24/7 thuis wil blijven, omdat ik erg verzorgend ben en al vanaf mijn achttiende kinderen wilde, maar blijkbaar hecht ik meer waarde aan mijn eigen leven dan verwacht.’

  3. Je hoeft je niet schuldig te voelen

    Alsof een baby baren op zichzelf nog niet voldoende is, krijg je er als nieuwbakken moeder nóg een ongevraagd cadeau bovenop: schuldgevoel. Niet een klein bakje, nee, bakken vol. Schuldgevoel omdat de borstvoeding niet lukt, schuldgevoel omdat je soms verlangt naar simpeler tijden (of een gin-tonic). Schuldgevoel omdat je partner weer een veeg uit de pan krijgt of schuldgevoel omdat je geen kracht hebt voor visite en je de kraamzorg vraagt om tante Ans uit Oirschot te weigeren bij de voordeur. Stop. Daar. Mee. Niemand is perfect, je doet wat je kunt. Chiara: ‘Had ik zin om weer te werken? Ja, absoluut. Ik durfde het alleen niet hardop te zeggen, zeker niet tegen sommige vriendinnen, omdat ik me dan een ontaarde moeder voelde. Ik genoot ervan om me weer ‘nuttig’ te maken, als vanouds ging ik volledig op in bepaalde projecten, zo erg zelfs dat ik soms de tijd vergat. En als ik dan nét op tijd kwam aanhollen bij het kinderdagverblijf en dat weerloze, blije snuitje van Emily zag, voelde ik me enorm schuldig. Aan de andere kant voelde ik me op mijn thuiswerkdagen continu tekortschieten naar mijn collega’s, bijvoorbeeld als Emily ’s middags maar een uurtje sliep, waardoor ik mijn to do-lijst bij lange na niet afkreeg. Ik realiseerde me dat ik van het ene naar het andere schuldgevoel hopte: wanneer deed ik het eigenlijk góéd volgens mijn eigen maatstaven? Sinds kort probeer ik de lat wat lager te leggen: ik doe wat ik kan en wat niet kan, kan niet. Morgen weer een dag.’

  4. Je ambities en prioriteiten kunnen veranderen

    Als iedereen naar huis ging, zat jij nog te knallen op kantoor. Maar ja, toen hoefde je nog met niks of niemand rekening te houden. Je partner werkte ook veel over of ging na het werk borrelen met collega’s, en de poes redde zichzelf wel. Nu is alles anders. Je kind moet immers op tijd opgehaald worden van de crèche en ja, ineens hecht je waarde aan een gezamenlijke maaltijd rond de klok van zes. Amber: ‘Mijn werk bij een internationale onderneming was mijn leven, ik wilde zo snel mogelijk carrière maken. Vlak voor mijn zwangerschap kreeg ik eindelijk die felbegeerde topfunctie
    op het Amerikaanse hoofdkantoor aangeboden. Natuurlijk greep ik die kans met beide handen aan, mijn man was ook aan boord – hier had ik immersal die tijd voor gewerkt. Ik weet nog dat mijn zus – die al moeder was – voorzichtig zei: “Misschien moet je nog geen overhaaste beslissing nemen, het moederschap is niet zomaar iets.” Leuk geprobeerd, ik had er geen boodschap aan. Totdat Oscar werd geboren. De eerste drie maanden deinde ik verliefd op mijn roze wolk. Logisch. Maar ook na die kraamperiode was ik niet van mijn wolk af te branden. Ik wílde niet meer 24/7 werken, zes dagen in de week, ik wilde voldoende bij Oscar zijn, hem zien opgroeien. Het liefst in de buurt van opa, oma, zijn neefjes en nichtjes. Kort samengevat: ik nam die baan niet aan. Natuurlijk kostte me dat wat slapeloze nachten, maar eerlijk? Ik voelde meteen wat ik moest doen. Geen seconde spijt van gehad.’

  5. Je hóéft niet te veranderen

    Ja, je bent er nog! Die powerchick van weleer. Het was best even wennen om jezelf het afgelopen jaar zo te zien veranderen. Je lichaam veranderde in rap tempo, je had emoties, angsten en cravings waarvan je het bestaan tot dan toe nog niet wist. Maar nu ineens, na al die highs, lows, pieken, dalen en nieuwe impulsen, sta je er weer. Zoals je was. Maar dan, klein detail, als moeder. Tessa: ‘Ik herinner me vooral hoe ongelofelijk sterk ik me voelde toen ik de eerste keer zonder Mare de straat weer op ging, bij een vriendin langsging en in de auto stapte. Zeker de eerste dag weer voor de klas voelde ik me onoverwinnelijk. De kinderen waren blij me weer te zien, ik lachte met collega’s, iedereen had me gemist en gaf met het gevoel dat ik toegevoegde waarde had. Mijn angst dat alles anders zou zijn omdat de geboorte van Mare mijn wereld zo had veranderd, bleek ongegrond: ik was nog steeds mezelf.’

  6. Maar als dat wel gebeurt: alles is goed

    ‘Aha! Dát bedoelde mijn moeder!’ Of het ouderschap je nou wezenlijk verandert of niet, een ding is zeker: de kans dat je je eigen ouders, of andere ouders, in één klap beter begrijpt, is groot. Hoe groot de impact is op je eigen ambities of levenswijze, is voor iedereen verschillend en niet te voorspellen. Vaak zijn ouders zelf verbaasd over wat het ouderschap bij ze teweegbrengt. Forceer daarom niets en bekijk gewoon wat het met je doet. Best een interessant experiment. Jaimy: ‘Ik was vooral nieuwsgierig naar mijn postnale zelf: zou ik anders tegen dingen aankijken, niet meer van huis willen, of juist wél? Uiteindelijk bleek dat ik het heerlijk vond om weer te gaan werken. Hoe zalig het ook is om thuis te zijn, het is minstens zo fantastisch om zo nu en dan de rommel achter te laten, de kinderen bij de gastouder te droppen, me op te tutten, lekker naar de trein te fietsen, een halfuurtje ongegeneerd te Candy Crushen om vervolgens – na een bak koffie met collega’s – weer inhoudelijk bezig te zijn. Blijkbaar heb ik dat nodig, want aan het einde van de werkdag zijn de kriebels in mijn buik gegarandeerd terug, puur omdat ik de tweeling weer ga zien. Het voelt aan beide kanten goed, en dat lijkt me gezond. Natuurlijk gaan mijn kinderen altijd voor: deadline of niet, als een van de twee ziek is, dan is de keuze snel gemaakt.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Kim Hopmans

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.