Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

De tweeling Sam en Luuk was prematuur: 'Er was 65% kans dat ze het zouden redden'

Ooit wogen ze amper meer dan een pak suiker, de tweeling Sam en Luuk (2) werd te vroeg geboren. Hun moeder Myrna (32), getrouwd met Sander, over de angst na de bevalling en het gevoel van paniek dat lang bleef.

Advertentie

Er was maar één navelstreng

Met zestien weken vertrok ik van mijn werk, met een ‘tot morgen’. Niet wetende dat ik er pas een jaar later weer zou zijn. Het was foute boel, de arts zag het meteen aan mijn buik. Ik had TTS: de baby’s deelden de placenta en er was maar één navelstreng. Luuk kreeg bijna alle bloed en voedingsstoffen en Sam veel te weinig.

De gynaecoloog bood ons vier opties, waarvan er drie voor ons meteen afvielen. De jongens moesten het halen, allebei. Ik werd geopereerd: de placenta werd gelaserd en de bloedsomloop omgelegd. Er was 65 procent kans dat ze het zouden redden.

Net binnen de norm

Na de langste nacht van mijn leven kreeg ik een echo. Hartjes zoeken: een en ja, twee! Ik mocht naar huis. Ik verloor veel vruchtwater en durfde amper te bewegen. Drie maanden lang lag ik op de bank. Die hebben we daarna weg moeten doen, drijfnat was ie.

De operatie bleek deels gelukt. Sam kreeg nog steeds te weinig bloed, te weinig voeding, zijn groei bleef achter, maar het was net binnen de norm.

Advertentie

Tussen twee couveuses in

‘Leeft hij? Leeft hij?’, bleef ik vragen terwijl de artsen Sam meenamen na de bevalling. Hij zag grijs en huilde niet. Ik kreeg geen antwoord en moest door. Luuk wilde eruit. Hij was rood en krijste. Ik zag meteen: die is kerngezond.

Ze parkeerden me met bed en al tussen hun couveuses in. Duizend slangetjes overal, ze werden beademd. Sam sliep, Luuk huilde. Ik mocht ze niet aanraken of aaien, maar ik zei: “Luuk, mama is er,” en hij werd rustig. Sam woog 1100 gram, kreeg een hersenbloeding, twee bloedtransfusies. Maar, zo zeiden ze op de IC: “Het is een vechtertje.”

Na vijf dagen mochten ze naar een ziekenhuis in de buurt. Van ’s ochtends negen tot ’s avonds elf uur zat ik naast ze. Ik dronk amper, dan hoefde ik niet te plassen en kon ik langer met ze buidelen. Als ik andere ouders zag weggaan, dacht ik: hoe kun je? Daar zitten was het enige wat ik voor ze kon doen.

Elke nacht hyperventileren

Na drie weken stortte ik in. Ik kon alleen nog maar huilen. Maar tegelijkertijd vond ik: ik mag niet klagen. Want ze deden het goed en ik zag om me heen dat het ook anders kon. Na zeven weken mochten de jongens naar huis. Met hen achter in de auto hyperventileerde ik voor het eerst. In het ziekenhuis werden ze gemonitord, waren er de piepjes. Nu was het aan ons.

Advertentie

Het hele eerste jaar heb ik die paniek gevoeld. Tot een maand geleden hyperventileerde ik elke nacht. We zullen nooit voor een derde gaan, dat durven we niet meer aan.

Ze doen het supergoed

Hoewel ze een eeneiige tweeling zijn, zag Sam er het eerste jaar helemaal niet uit zoals Luuk. Hij had geen vet in z’n gezicht, geen haartjes op z’n hoofd. Nu is hij nog maar 1 kilo lichter dan Luuk. Elk jaar worden ze gecontroleerd door de kinderarts. Ze doen het supergoed.

Er zijn kleine dingetjes, waarvan je je kunt afvragen: komt dat door de vroeggeboorte? Luuk kan niet tegen vreemde texturen, ze zijn snel overprikkeld en hyperactief. Wordt er voorgelezen in de bieb, dan zitten alle kinderen stil, behalve die van mij. Die zetten de boel op stelten.

Maar ze zijn ook ontzettend lief, ze delen samen, kunnen echt schaterlachen om elkaar. Onlangs moesten ze een IQ-test doen, de uitslag was gemiddeld. Gemiddeld! Dat is, na alles, toch het allerfijnste dat je kunt horen?’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Sabine Kok en Mariska Schulte. Fotografie: Kim Krijnen

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.