peuter
door

Dit is waarom je je peuter eigenlijk veel te vaak overschat én overvraagt

Je peuter denkt natuurlijk dat hij alles kan, maar er is nog veel wat hem niet goed lukt. Samen delen bijvoorbeeld, of stil zijn als je praat. Dat heeft alles te maken met zijn onderontwikkelde prefrontale cortex: een kwabje in de hersenen.

Het lijken al van die zelfstandige wezens, die peuters. Ze weten precies wat ze willen, doen dingen graag zelf en kunnen dat ook meestal al in behoorlijke volzinnen aan je duidelijk maken. Het is dan ook niet gek dat we onze peuters af en toe overschatten én overvragen. Want in werkelijkheid kunnen ze vooral ook een heleboel niet. Misschien denk je nu: maar die van mij is vroeg wijs. Of: ik kan het hem toch leren? Maar dat kan niet, want het is geen kwestie van leren. Het is een kwestie van kunnen.

Advertentie

En daar speelt de hersenontwikkeling van kinderen een rol bij. Nog specifieker: de prefrontale cortex. Dat is een kwab in het voorste deel van de hersenen, die onder andere zorgt voor de regulering van emoties en impulsen, maar ook voor inlevingsvermogen. Verder is dit hersengebied belangrijk voor het geheugen en het maken van plannen. Bij peuters is de prefrontale cortex nog onderontwikkeld. Het is nog aan het groeien, verbindingen moeten nog worden aangelegd. Sommige deskundigen stellen dat dit pas rond de 25 jaar volledig aangelegd is, andere wetenschappers zeggen zelfs dat dit 30 jaar duurt.

Ook interessant: Peuterpuberteit, over eigenwijs zijn en nee zeggen

Gedraag je eens

Als je niet doorhebt dat je gedrag van je peuter verwacht dat hij niet kan waarmaken (doordat die verbindingen in zijn hoofd nog niet zijn gelegd), zou het zomaar kunnen dat je denkt dat je kind expres dwars of ongehoorzaam is of zich gedraagt als een eh… nou ja, typische peuter. Besef dat je kind niet kan delen, omdat in zijn hoofd zijn eigen behoeftes zwaarder wegen en hij zich niet kán inleven in een ander. Dat scheelt een hoop frustratie de volgende keer dat hij ruzie heeft met de buurjongen om wie er met de grote auto mag spelen.

Uit een groot Amerikaans onderzoek uit 2015 onder 2200 ouders van kinderen tussen 0 en 5 jaar, blijkt dat zij vrij weinig weten van het peutergedrag van hun kinderen. Deskundigen stellen dat er een kloof is tussen wat ouders dénken dat hun kind kan en weet of zou moeten kunnen en weten, en de realiteit. Laten we het voorbeeld ‘samen spelen, samen delen’ er nog eens bij pakken. Wat denk jij? Zou een kind van twee dat al moeten kunnen? Van de ondervraagde ouders denkt 43 procent van wel, terwijl de realiteit is dat kinderen dit pas kunnen als ze drieënhalf tot vier jaar oud zijn.

Zou een kind van twee zijn emoties al onder controle moeten kunnen houden? Als je in de supermarkt staat en je kind op het punt staat een enorme rel te schoppen, ben je misschien geneigd om te denken van wel. Helaas, ook dit is niet realistisch. 42 procent van de 2200 ouders denkt dat kinderen van twee al een driftbui kunnen inhouden. Sterker nog: ruim een kwart is er zelfs van overtuigd dat een kind van één zich al zou moeten kunnen beheersen. Terwijl deze skill pas een beetje begint te komen als kinderen bijna vier zijn. Dan leren ze bijvoorbeeld ook pas om zich toch maar te gedragen, ook al willen ze heel graag iets stouts doen. Omdat dat nou eenmaal handiger is. 56 procent van de Amerikaanse ouders denkt echter dat ze dit al voor hun derde verjaardag kunnen. Ruim een derde verwacht dit zelfs al van tweejarige peuters. Het zijn eyeopeners die je een hoop frustraties kunnen schelen. En zo zijn er meer.

Tips: Je geduld verliezen, zo voorkom je dat

Focus op één ding tegelijk

‘Zo, daar zijn we! Doe maar even je jas uit, hang ’m aan het haakje en kijk, hier mag je je laarsjes neerzetten. Naast wie ga je zitten? En wil je beginnen met een puzzel of een kleurplaat maken? O, zeg de juf eens gedag. En nu mama.’ Vol enthousiasme zet je je kind ’s ochtends af bij de opvang, maar waarom blijft-ie toch zo irritant klooien met zijn jas en laarzen? Zo lang hoeft dat toch niet te duren? Wat een getreuzel. Of niet? Nee. In elk geval niet bewust. Je kind is een beetje overvraagd. Peuters kunnen zich namelijk maar focussen op één ding; het peuterbrein kan zich niet bezighouden met twee even belangrijke taakjes als jas ophangen én je laarzen wegzetten. Na het jas ophangen is het wel klaar voor ze. Dus als ze dan ook nog moeten nadenken over hun laarzen en zitplaats, ontstaat er kortsluiting en komen ze tot stilstand.

Wat je kunt doen, aangezien je toch graag voor de lunch op je werk aankomt? Word niet boos, maar hou er rekening mee dat je kind niet meerdere opdrachten tegelijk kan verwerken. Geef ’m één opdracht tegelijk. En als die volbracht is, laat je hem een nieuwe taak doen. Lekker overzichtelijk, voor jou en je peuter. Dan heb je zelfs kans dat je nog eerder dan voorheen op weg bent naar je werk ook. Lees hier waarom het zo belangrijk is om het goede voorbeeld te geven.

Leg je er bij neer

Je had nog zo gevraagd of hij deze broek netjes wilde houden. Hoe vaak je het hem ook op het hart drukt, het lijkt niets te helpen. Heb je ook weleens het idee dat hoe vaak je iets ook zegt, het gewoon niet aankomt? Klopt ook, want peuters kunnen nog geen consequenties overzien. Dat je van het zelf opendraaien van een tubetje verf spetters op je trui krijgt, weten ze eenvoudigweg nog niet. En dat ze jou hadden kunnen vragen de tube open te maken, kwam niet in ze op, want ze hadden geen moment verwacht dat ze zouden knoeien. Je kunt natuurlijk elk potje zelf openen, of je kinderen verbieden de zandbak in te gaan. Beter leg je je erbij neer dat je kinderen totdat ze een jaar of twaalf zijn altijd vies zullen zijn. Pas dan is hun prefrontale cortex dusdanig ontwikkeld dat ze snappen dat het beter is iets niet te doen omdat ze er vies van worden. Maar pas op hun 25e (!) kunnen ze echt goed anticiperen op situaties. Probeer dus niet boos te worden.

Nog een voorbeeld. Het is schermtijd en je dochter zit helemaal in Paw Patrol. Je kunt een kanon afschieten in de kamer. Maar jullie moeten echt even naar de supermarkt en ze zit al best een tijdje te kijken, dus hup: uit dat ding en schoenen aan. Dat gaat net zo makkelijk als tandenpoetsen en het bij één koekje laten. Of opschieten. Toch? Haha, wat denk je zelf? Peuters zijn nog niet zo goed in staat te switchen tussen wat zij zelf willen en wat jij wil. Wat zij zelf willen, gaat altijd voor. Dat is geen egoïsme, in elk geval niet bewust. Ze hebben gewoon geen idee dat jij ook wensen hebt, zo ver denkt hun brein niet. Pas als ze een flinke kleuter zijn, begint er iets te dagen op dat vlak.

Blije ouder, blije peuter

Je zou hier rekening mee kunnen houden door niet te ad hoc voorstellen te doen, maar je kind ruim van tevoren voor te bereiden op de stappen die jullie vandaag gaan zetten. Zet desnoods een wekker als je iets nieuws wilt beginnen en laat dat nog een keer snoozen zodat je kind ruim de tijd krijgt om aan het idee van ‘stoppen’ te wennen. Realiseer je dat twee- en driejarigen een sterke eigen wil hebben en dat pick your battles in veel gevallen de beste oplossing is. Hoe belangrijk is het dat jullie nú naar de bibliotheek gaan? Niet te veel mopperen en begripvol blijven is de truc, want hoe beter jullie relatie, des te eerder zijn peuters geneigd iets voor je te doen.

Langer dan een paar minuten rustig op een stoel zitten, op zijn beurt wachten, aandacht delen, rustig reageren als hij boos is, stil zijn als je dat vraagt: het zijn allemaal dingen die je niet van je peuter mag verwachten. Druk je je verwachtingen door, dan is de kans op een driftbui op z’n zachtst gezegd aanzienlijk. Je peuter kan zich overvraagd en gefrustreerd gaan voelen, met als gevolg (hoi, negatieve spiraal) nóg recalcitranter gedrag of dat hij zich in zichzelf terugtrekt.

Mijn wonderkind

De ouders uit het Amerikaanse onderzoek vinden dat ze te weinig kennis hebben over de ontwikkeling van hun peuter: 44 procent van hen geeft aan daarover meer te willen weten. Het is ook de ervaring van pedagogisch medewerker Tamara Burggraaf, dat ouders niet erg op de hoogte zijn van het hoe en waarom achter het gedrag van hun peuter. Het valt Burggraaf op dat ouders het vooral lastig vinden dat hun kinderen niet luisteren of de regels overtreden, terwijl dat juist is waarvan peuters leren. ‘Dat vind ik soms wel moeilijk om te zien. Sommige ouders vragen echt te veel van hun zoon of dochter, zeker op het gebied van manieren en netjes blijven. Ik denk dat dat komt doordat ouders onbewust toch bang zijn dat hun kind niet normaal is of niet slim en snel genoeg, en dat ze hen daarom soms te hoog inschatten en te veel verwachten.’

Uit onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat er in Nederland ook een expectation gap bestaat, een kloof tussen wat je denkt dat je kind kan en wat hij daadwerkelijk kan. Hij vroeg, samen met collega’s, een groot aantal ouders naar wat zij dachten dat hun kind allemaal al wist. ‘Ze kregen een lijst voorgeschoteld met daarop plaatsnamen en namen van mensen – ook namen die totaal verzonnen waren en personen die niet bestonden. Toch wisten sommige van de ouders zéker dat hun kind die niet-bestaande persoon of plaats kende.’ Hoewel dit onderzoek gehouden werd onder ouders van oudere kinderen, laat het goed zien dat je je kind dus echt flink kunt, en misschien ook wel wilt, overschatten. Maar volgens Brummelman kun je daar niet zo veel aan doen. ‘Het gaat min of meer vanzelf. De intenties van ouders zijn altijd goed, maar de, vaak onbewuste, behoefte aan het beste en snelste kind voert soms de boventoon.’

Lees ook: 10 redenen waarom driftbuien goed zijn voor je peuter

Wat knáp!

Moeten we onze verwachtingen dan maar helemaal loslaten? ‘Niet altijd,’ zegt Brummelman. ‘Uit onderzoek blijkt namelijk ook dat jonge kinderen zich juist kunnen optrekken aan de verwachtingen van hun ouders, zeker als deze realistisch zijn. Ze willen immers graag aan die verwachtingen voldoen en dat werkt vaak positief.’ Het gaat er volgens hem vooral om hoe je reageert als je kind iets doet wat je nog niet verwacht of als hem juist iets niet lukt. ‘Ga hem niet overladen met complimenten als hij iets vrij eenvoudigs doet, want daarmee laat je hem onbewust weten dat je verwachtingen niet bijster hoog zijn. Daar zijn jonge kinderen heel gevoelig voor. Maar word ook niet boos als hij iets nog niet kan of begrijpt, maar prijs wat hij heeft geprobeerd en laat hem zien hoe hij hiervan kan leren. Je hoeft geen dikke boeken over ontwikkelingspsychologie te lezen om te begrijpen op welk ontwikkelingsniveau je kind zit. Met goed naar hem kijken, open voor hem staan en meegaan in zijn behoeftes kom je al een heel eind.’

En onthoud vooral dat het typische gedrag van je peuter dus vooral wordt veroorzaakt door zijn trage hersenontwikkeling. Je kunt er zelfs een mantra van maken voor de momenten dat je peuters gedrag je enorm frustreert: het is zijn prefrontale cortex, het is zijn prefrontrale cortex. Al is de good old ‘het is een fase’ een stuk makkelijker in je hoofd op te dreunen.

Meer lezen over het Amerikaanse onderzoek? Je vindt het National Parent Survey Report op zerotothree.org.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine –  Tekst Neeltje Huirne beeld istock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.