Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

‘Het duurt anderhalf jaar, zei de internist. Tot die tijd: succes en toedeledoki!'

Onrustig, down, angstig: nadat Loes (38) was bevallen van Seppe (nu 16 maanden), voelde ze zich allesbehalve zichzelf. En daar kon ze letterlijk haar hormonen de schuld van geven. De boosdoener bleek haar schildklier, die door de zwangerschap niet goed werkte. 'Ik gun geen enkele moeder de angst en onzekerheid die ik voelde.'

Schildklierafwijking

“Je hebt een schildklierafwijking aan de zwangerschap overgehouden,” zei de internist. “Het duurt anderhalf jaar, daarna gaat het over. Tot die tijd: succes en… toedeledoki!” Daar kwam het op neer. Ik was daarmee niet voorbereid op de ellende die me te wachten stond. Paniekaanvallen, allerlei lichamelijke klachten. Ik wist niet wat me overkwam.

Advertentie

Ruim vijf procent van de vrouwen krijgt vlak na de bevalling te maken met een schildklierafwijking. Er is weinig over bekend, dus er wordt nauwelijks over gesproken. Dat maakt me verdrietig, want ik gun geen enkele moeder de angst en onzekerheid die ik voelde. Ik had zo veel behoefte aan iemand die uit ervaring wist dat het over zou gaan. Aan iemand die zei: “Het komt goed, Loes.”

Lees ook: Ontzwangeren, dit doet je lichaam na de bevalling

Hormonen op hol

Jos en ik waren, voor de geboorte van Seppe, gehecht aan onze vrijheid. Zo reisden we door Australië, India en Amerika. Ik woonde een jaar in China en Jos pendelt als dirigent tussen Nederland en Duitsland. Een kind zou dat veranderen. Toch begon het te kriebelen. We besloten het te proberen en het was meteen raak. Ik was supergelukkig en kon niet wachten tot de baby werd geboren. De bevalling werd ingeleid en duurde lang, de ruggenprik werd verkeerd gezet en alle hulpstukken die je kunt bedenken moesten uit de kast worden getrokken. Maar daar was Seppe dan eindelijk. Nu gaat ons leven met jou beginnen, dacht ik toen hij op mijn borst werd gelegd.

Lees ook: Alles over postnatale depressie

Is dit wel normaal?

Toen we uit het ziekenhuis vertrokken. ging ik kapot van de pijn. Mijn knip was gehecht en het voelde alsof iemand continu met een mes tussen mijn benen prikte. “Is dit wel normaal?” vroeg ik. Maar niemand leek gealarmeerd. De kraamhulp gaf me tien paracetamol per dag, maar de pijn werd erger en erger. Op mijn knieën kroop ik naar de wc, waar ik huilend plaste. Op dag drie kwam mijn huisarts Seppe bewonderen. Ze zag me zitten, lijkbleek en doodmoe. “Jij gaat nu naar het ziekenhuis,” zei ze ongerust. Daar kreeg ik eerst een paardenmiddel, maar de intense pijn bleef. Pas toen de gynaecoloog me inwendig onderzocht, bleek alles van binnen zwaar ontstoken. Aan de buitenkant was dat niet te zien. Ik kreeg een ruggenprik en werd meteen geopereerd. Ik kon alleen maar huilen. Drie dagen daarvoor was ik voor het eerst moeder geworden en de hormonen raasden door mijn lijf. Het was allemaal te veel.

Het herstel was zwaar. Door de ontsteking kon ik niet opnieuw gehecht worden. Dus moest ik zes weken lang na elk toiletbezoek onder de douche om alles schoon te houden. Ik durfde de deur niet uit, bang dat de extreme pijn zou terugkomen. Drie weken na de geboorte ging Jos weer aan het werk in Duitsland. Hij vertrok op zondag en kwam dan op donderdag terug. Ik was gewend om samen te leven met een muzikant, maar nu was dat heftig. Mijn ouders en schoonouders hielpen veel, maar de verantwoordelijkheid voor Seppe lag natuurlijk bij mij. Steeds vaker voelde ik me onrustig en opgejaagd, alsof ik honderd dingen tegelijk moest doen.

Een onbestemd gevoel

Na zeven weken vroegen mijn ouders of ik mee op vakantie ging naar Frankrijk. Dan zouden zij voor Seppe zorgen, zodat ik kon bijkomen. Tijdens de eerste hotelovernachting kreeg ik een onbestemd gevoel. Toen ik wilde gaan slapen, ging mijn hartslag plotseling door het dak. Mijn hele lijf begon te trillen en in paniek belden mijn ouders de ambulance. Eenmaal het ziekenhuis was de aanval voorbij – de artsen konden het niet echt plaatsen. Niemand sprak Engels, waardoor we elkaar niet goed begrepen. Vanwege de taalbarrière werd besloten dat het beter was als het vervolgonderzoek in Nederland zou plaatsvinden.

Eenmaal thuis werd mijn bloed onderzocht. “Je schildklier functioneert veel te snel,” zei de huisarts. Ik wist alleen dat een schildklier hormonen aanmaakt, verder niets. Ik werd doorverwezen naar een internist. Die gaf me een korte uitleg: “Je hebt een schildklierafwijking aan de zwangerschap overgehouden. In ongeveer anderhalf jaar tijd ga je van een véél te snel werkende schildklier naar een véél te traag werkende schildklier. Daarna vindt je lichaam de balans als het goed is weer terug.” Omdat mijn lijf dat zelf moest regelen, kreeg ik geen medicatie.

Lees ook: Congenitale hypothyreoïdie (CHT)

‘Hoe moest ik deze dag doorkomen?’

Dat mijn schildklier te snel werkte, had nogal wat impact. Mijn hart sloeg soms op hol en ik voelde me opgefokt en extreem alert. Vaak was ik opvliegend, ook naar Jos. Mijn emoties en gedachten gingen alle kanten op en ik kon me plotseling down voelen. Ik werd angstig, kon niet rustig zitten en vroeg me af of deze klachten er allemaal wel bij hoorden. Was er niet iets anders aan de hand?

Een half jaar later werkte mijn schildklier steeds trager. Voor mijn gevoel liep ik steeds twee tellen achter, alsof de wereld te snel voor me ging. Ik werd traag, kwam flink aan en had mijn lichaam niet goed onder controle. Ik was als de dood dat ik Seppe zou laten vallen en werd supervoorzichtig. Er hing een grijze waas in mijn hoofd en ik werd somber. Ik had nare, negatieve gedachtes, die ik alleen met Jos durfde te bespreken. Ik verzorgde Seppe, speelde met hem, maar voelde daar niets bij. Elke ochtend werd ik vol goede moed wakker, maar na een paar uur raakte ik al in paniek. Hoe moest ik deze dag doorkomen? Op internet zocht ik naar lotgenoten, maar ik kon niemand vinden. Een paar keer ging ik terug naar de internist, omdat ik bang was, maar telkens zei hij ongeïnteresseerd: “Je moet hier gewoon doorheen.”

Ik stortte in

Toen Seppe acht maanden was, kon Jos een aantal weken verlof opnemen van zijn werk. Voor die tijd had hij het te druk gehad met belangrijke uitvoeringen. Toen hij eenmaal thuis was, stortte ik in, omdat ik het toen pas kon toelaten. Die eerste week sliep ik non-stop. Ik bevond me in een soort slaapwereld, wist niet meer of ik droomde of wakker was en was het vertrouwen in mijn lichaam en geest helemaal kwijt.

Het voordeel daarvan was dat ik te moe was om me nog langer te verzetten. Er ontstond een soort berusting. Ook hielp het dat ik hulp kreeg van een natuurarts. Geen hocus pocus, maar praktische tips over voeding. Zo volgde ik een dieet dat het herstel van mijn schildklier versnelde. Waarom had niemand me verteld dat die mogelijkheid er was? Eindelijk kon ik zélf iets doen.

Is dit het nou, het moederschap?

De natuurarts raadde me ook aan om veel te bewegen. Daar had ik in het begin geen zin in, maar ik heb het toch gedaan. Uren wandelde ik met Seppe in de kinderwagen. Al snel gaf dat bewegen me rust en energie. Ook als Seppe naar de opvang was, ging ik lopen.

Inmiddels is Seppe zestien maanden en het gaat steeds beter met me. Voorheen kon ik nog weleens denken: is dit het nou, het moederschap? Maar dat gevoel is gelukkig helemaal verdwenen. Ik word gelukkig als ik Seppe brabbelend in zijn bedje zie staan. Soms voel ik me schuldig, omdat ik mijn handen vol had aan mezelf. Seppe was vanaf dag één zo’n tevreden baby. Misschien probeerde hij mij te ontzien, voelde hij dat zijn moeder niet veel kon hebben.

Sinds ik me zo naar heb gevoeld, ben ik kritischer op mijn tijd. Terwijl ik aan het re-integreren was op mijn werk, besefte ik dat mijn baan niet langer is wat ik wil. Ik breng het liefst tijd door met Seppe. Samen zingen en dansen met sambaballen in onze handen. Fietstochten maken, terwijl hij langzaam met zijn hoofd tegen mijn rug inslaap valt. Allemaal kleine dingen die mij als moeder gelukkig maken.’

Lees ook:
Soms gaat het anders: ‘Ik blijf piekeren waar het is misgegaan’

Dit artikel is eerder verschenen in de rubriek ‘Soms gaat het anders’ in Ouders van Nu Magazine –  Auteur: Albertine Otten, Beeld: Shutterstock