Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

partypooper
door

'Hoe doen andere ouders van party poopers dat?'

Op verjaardagen en feestjes urenlang jengelen en mokkend op schoot hangen: Marike (40) moet tot haar spijt vaststellen dat haar dochter Bobbie (3) geen feestbeest is. Inmiddels gaat het wat beter, maar toch. 'Ik vind het onaardig om te zeggen, maar we schaamden ons stiekem een beetje voor haar ongezellige gedrag.'

Er was een tijd dat mijn man en ik vlekken in onze nek kregen als er een uitnodiging binnenkwam voor een feestje waarbij ook kinderen welkom waren. Het feest zelf was niet het probleem. De kinderen ook niet. Over het algemeen zijn alle ingrediënten voor een geslaagde middag of avond dan wel aanwezig: voor de kinderen een overdosis suiker in de vorm van snoep, taart en limonade, speelgoed, ballonnen, soms zelfs een springkussen of een clown, en altijd speelmaatjes. En voor de ouders genoeg (alcoholische) drankjes, borrelhappen én leuke volwassenen. Waarom dan die vlekken? Heel eerlijk: die ontstaan door onze dochter. Een waar party poopertje. Bij haar geboorte had ze al besloten dat feestjes niet haar ding zijn. En dus wist ze van allerjongst af aan nagenoeg elk gezellig samenzijn met vrienden of familie tot iets te maken wat maar heel weinig met gezelligheid van doen had.

Advertentie

Bliksembezoek

Ik geef je een kijkje in onze geschiedenis. Te beginnen bij het begin. Als baby ging het spektakel van start zodra we een voet over de drempel van de gastvrouw en -heer zetten. Neem het kerstfeest bij mijn ouders: we vertrokken met een engeltje van huis, maar direct bij aankomst begon ze tegen te sputteren, wat ze volhield totdat we weer vertrokken. En met tegensputteren bedoel ik niet: een beetje jammeren. Nee, met zowel haar traanbuizen als haar stemcapaciteit was niks mis; Mariah Carey hoefde niet aan. Wij hadden onze eigen sopraan. Er waren altijd tantes die spontaan hulp of advies aanboden: ‘Geef maar even aan mij, ik weet daar wel raad mee’, ‘Ze heeft vast honger’, ‘Ze is vast moe…’ Goedbedoeld, maar het maakte geen indruk op onze kleine. Uiteindelijk hóórde je iedereen denken: kan dat kind als-je-blieft twee minuten stil zijn?!

Troosten, ‘goegoe, gaga’, knisperboekjes, haar in een andere kamer te slapen leggen, speen, een meditatie-app voor kinderen: we hebben alles geprobeerd, maar niets kon Bobbie op zulke momenten rustig krijgen. Te veel prikkels, dachten we, geen vertrouwde omgeving. Dus werden feestjes tot een minimum beperkt of werden het bliksembezoekjes, of een van ons nam de honneurs waar, of oma en opa pasten op, maar ideaal was het niet. Want hoe leuk is het om gewoon als gezin ergens naartoe te kunnen? Om een gesprek te kunnen voeren zonder dat er een kind in je nek ligt te snotteren? Dat je bij het taartmoment aanwezig kunt zijn en ‘Lang zal ze leven’ kunt meezingen, in plaats van in een vreemde slaapkamer naast je baby te liggen in de hoop dat ze gaat slapen of op z’n minst rustig wordt (meezingen bij het taartmoment is niet eens mijn favoriete onderdeel, kun je nagaan hoe wanhopig ik was). En hoe frustrerend is het dat je met een luiertas om je nek met één been alweer buiten staat, terwijl iedereen binnen net aan het kerstdessert begint. Niet leuk, kan ik je vertellen.

Hoe breng je je kind normen en waarden bij? Tips van Tischa Neve

Paniek in de tent

Eenmaal ‘baby-af’, toen Bobbie ging kruipen en interesse kreeg in speelgoed, dachten wij naïef: party time! Vanaf nu zou het beter worden en kon ze op nieuw terrein op ontdekkingsreis. Helaas. Het huilen had weliswaar plaatsgemaakt voor jengelen – dat was al winst – maar zichzelf vermaken of zich laten vermaken zat er nog steeds niet in. Opnieuw gingen we op zoek naar een reden, want die moest er toch zijn? Je wilt per slot van rekening het beestje een naam geven, en liever niet de naam van Chronische Chagrijn. Eenkennigheid, dachten we. Hoewel we ons af en toe opgelaten voelden omdat ze praktisch aan ons vastgeplakt zat, vonden we het stiekem ook best een vleiende gedachte dat eenkennigheid de reden kon zijn. Want, zo dachten we: ze besefte dat papa en mama de belangrijkste personen in haar leven zijn, dat wij voor haar zorgen, van haar houden, haar rots in de branding zijn, haar alles, dat ze zich afhankelijk van ons voelde, etc. etc… Een ietsiepietsie geromantiseerde gedachte, maar ook een geruststellende, die voor ons een hoop goedmaakte. En die eenkennige fase zou voorbij gaan, het was slechts wachten op beterschap.

Lees ook: Hoe help je een onzeker kind?

Geduld bleek niet de truc. Met tweeënhalf jaar leek het zelfs of de eenkennigheid was doorgeslagen in scheidingsangst. Paniek in de tent als een van ons ook maar een schijnbeweging richting wc maakte. Oké, ze huilde nu minimaal, dus we kwamen weer aan gesprekken toe, maar spelen met andere kinderen was er nog steeds niet bij. We hadden een soort verlengstuk van onszelf gekregen: bij binnenkomst greep Bobbie zich aan een van ons vast, om niet meer los te laten tot we op weg terug naar huis waren. En op de schamele momenten dat ze niet aan ons zat vastgekleefd, zat ze te mokken in een hoekje. Iedereen die het in zijn hoofd haalde haar wat lieve aandacht te schenken kwam van een koude kermis thuis. Daar moest wat aan gedaan worden. Hier werd niemand gelukkig van: wij niet, de feestvarkens niet en ons meisje al helemaal niet.

Schuldgevoel

Een bevriende pedagoog gaf wat handvatten. Zo moesten we haar vooral rustig laten wennen aan de nieuwe omgeving, met mensen en kinderen die ze niet goed kende en daarom een beetje eng zou kunnen vinden. In de belevenis van een kind is alles veel groter, heftiger en daarom voor sommigen angstiger. We namen Bobbie dus rustig op schoot (daarin veranderde niet veel), waarbij we moesten proberen zelf kalm te blijven en niets te laten merken van ons ongenoegen (beter gezegd: frustraties). Op zachte en geruststellende toon namen we iedereen die op het feest aanwezig was met haar door en benoemden we alle leuke, grappige en lieve karaktereigenschappen van de betreffende personen, wat de andere kinderen deden en met wie, waarom en waarmee en vooral: ‘Kijk eens hoe leuk het is om samen te spelen!’ En het hielp, het had echt een positieve uitwerking op haar gemoedstoestand.

Inmiddels is ze vier. Ze is nog steeds niet degene die het feestje máákt, maar ook niet degene die het feestje breekt. En misschien denk je: mens, waar zeur je over – dat kan natuurlijk – maar voor ons was het een ding. Gemengde gevoelens kwamen om de hoek kijken. Schuldgevoel, want onze dochter voelde zich duidelijk niet prettig in een omgeving waar we haar zomaar mee naartoe trokken. Maar ook schuldgevoel, omdat we ons aan haar gedrag, aan ons eigen kind nota bene, stoorden. Daarbij kwam dat we haar gedrag gewoon ook niet begrépen. Van wie had ze dit? Oké, ondergetekende staat ook niet dansend op tafel op elk feest, maar haar vader is wel degene die altijd als laatste vertrekt. Ik vind het onaardig om te zeggen, maar we schaamden ons stiekem een beetje voor haar ongezellige gedrag. Je wilt toch het liefst dat mensen dol zijn op je kind, dat ze haar lief, leuk, aardig en ontwapenend vinden, in plaats van chagrijnig… Want zo veel was ons wel duidelijk.

Lees ook: Hoe ga je om met driftbuien?

Uit volle borst

Hoe doen andere ouders van party poopers dat? Als ik op fora zoek, zie ik dat het een bekend fenomeen is. En er zijn ook kinderen die juist het podium opeisen op andermans feestje. Die scheuren de cadeautjes open voordat het feestvarken de kans krijgt. Er zijn meegebrachte kinderen die het cadeautje van de jarige job niet willen afstaan of op geen van de cadeaus enthousiast reageren. Ook geen sfeermakers. Wel fijn om te weten, want gedeelde smart is halve smart. Wij behalen inmiddels zowaar succesjes: laatst deed ze uit volle borst mee toen de jarige werd toegezongen. En wij weten er ook steeds beter mee om te gaan. We bereiden haar voor en blijven in de buurt. Bobbie heeft een soort handleiding qua festiviteiten. Ik ben haast geneigd die uit te schrijven, uit te printen en bij haar eerste verjaarspartijtje mee te geven, maar ik begin er vertrouwen in te krijgen dat het goed komt. Wie weet wordt ze ooit nog een party animal…

Lees ook: 5 redenen waarom kinderen soms niet te handelen zijn tijdens de feestdagen (en wat je eraan doet)

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Marike Wiegers. Beeld: Stocksy