door

'Ik durf het bijna niet toe te geven, maar ik vind deze work-out best leuk'

Saskia (36) is met geen stok de sportschool in te slaan. Maar dan ontdekt ze EMS. 'Met het gevaar dat ik nu klink als een telsellreclame: al na vier keer trainen merk ik verschil. Vooral mijn buik lijkt, onder de speklaag, wat steviger aan te voelen.'

Ik zie mezelf nog zitten in de badkamer, op de klep van de wc. Ik schuif m’n T-shirt omhoog, klieder wat gel op mijn buik, gesp de Abtronic om en loop naar beneden. Daar plof ik op de bank om TMF te bingen. De Abtronic pulseert stevig, ik voel mijn buikspieren samentrekken. ‘De toekomst van fitness is eindelijk hier! U ontspant en de Abtronic doet het werk!’ echoot de telsellreclame nog na in mijn hoofd. Eíndelijk word ik bikiniproof, denk ik tevreden, terwijl ik nog maar eens een graai doe in de zak wokkels die naast me ligt.

Advertentie

Onder stroom

Twintig jaar later. Mijn iets te volle tienerbuikje van toen is een sixpack vergeleken met de puddingpens van nu. Maar hé, ik heb wel twee kinderen gebaard. En zesduizend zakken chips leeg-gegeten, maar dat terzijde. Ik sta voor de deur van Fit & Fast, een bedrijf dat beweert dat ik met twintig minuten krachttraining per week in no time strakker en sterker kan worden. En 515 calorieën per keer kan verbranden. En dan nu de grap: hun werkwijze is gebaseerd op hetzelfde principe als de Abtronic van Tel Sell, alleen is deze methode níét te mooi om waar te zijn, zeggen ze. EMS heet het, Electro Muscular Stimulation. Ik voel de buik al hangen: deze keer mag ik niet op een bank zitten. En ik mag al helemaal niet simultaan chips eten.

Ik ben hier trouwens niet alleen vanwege De Buik. Door het rondsjouwen met zoon Gijs (1,5), die een vaste zitplaats op mijn linkerheup heeft, heb ik al tijden last van mijn linkerschouder en -bovenarm. En omdat je hier kunt trainen onder begeleiding van een fysiotherapeut, kan ik mooi twee vliegen in één klap slaan, aldus mijn theorie. EMS wordt in de revalidatiewereld al veel langer ingezet voor mensen die hun pezen en gewrichten minder goed kunnen belasten maar wel training nodig hebben. Voordat ik onder stroom word gezet, wacht me een uitgebreide intake. Mijn spiermassa wordt gemeten, m’n stofwisseling wordt onder de loep genomen en meteen daarna krijg ik de keiharde cijfers gepresenteerd: ik heb 3,3 kilo overtollig vet, m’n spiermassa is 29% in plaats van de minimale 35% en er zit te weinig vocht in mijn lijf. Ik ben, met andere woorden, voor verbetering vatbaar.

Een nat pak

EMS blijkt in de praktijk zo veel te betekenen als krachttraining met weerstand. Hoe ironisch, want ik voel inderdaad enorm veel weerstand als ik aan krachttraining denk. Met een cocktail van angst, afkeer en nieuwsgierigheid meld ik me dan ook voor de eerste training bij instructeur Pim. Hij geeft me een speciale wetsuit; een shirt en broek die wel wat weghebben van thermo-ondergoed. Oh ja, m’n sportbeha kan in m’n tas blijven, roept hij me na als ik richting kleedkamer vertrek. Ik denk nog dat hij een geintje maakt – ik heb al visioenen van pijnlijk bouncende borsten – maar hij blijkt bloedserieus. Hoe meer de stof in contact is met mijn huid, hoe beter de prikkel mijn spieren bereikt. Over de wetsuit krijg ik een vest met elektroden aan dat, voor een optimale geleiding, eerst met warm water wordt natgespoten.

Als even later alle kabeltjes vastzitten en het natte vest loeistrak is aangetrokken, kan de training beginnen. Echt sexy is het niet – ik voel me alsof ik een bomgordel draag. En zo zie ik er volgens mij ook uit. Pim draait wat aan de knoppen van het apparaat waarmee ik ben verbonden. Onmiddellijk begint mijn lijf te tintelen, want de prikkel is in acht spiergroepen te voelen (armen, benen, billen, buik, rug, schouders, borst en flanken). Vier seconden aan, vier seconden uit. En dat twintig minuten lang. Tijdens de zogenaamde ‘prikkelfase’ moet ik oefeningen doen, die Pim steeds voordoet. Squats, lunges, planken. Stuk voor stuk best simpele oefeningen, maar de elektrische impulsen maken ze zwaar. Alsof je in de wildwaterbaan van het zwembad tegen de stroom in probeert te lopen. En de intensiteit van de prikkel wordt steeds verder opgevoerd.

Aan mij de taak om tijdens de oefeningen mijn spieren maximaal aan te spannen. Om extra kracht te kunnen zetten, krijg ik twee stressballetjes in mijn handen geduwd. De prikkel zorgt ervoor dat je spieren 85 keer per seconde worden aangespannen, dat is 150 keer zo veel als tijdens normale krachttraining, legt Pim uit. En dus staat een EMS-training van twintig minuten gelijk aan drie uur reguliere krachttraining. De volgende ochtend open ik angstig mijn ogen: zou ik nu ook 150 keer zo veel spierpijn hebben? Dat blijkt mee te vallen. Al voel ik ineens wel spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. En dat kan kloppen, want normaal gesproken kan je lichaam maximaal 50% van je spiervezels tegelijk aansturen en met EMS is dat 90%, waardoor ook de dieper gelegen spieren worden bereikt.

Leestip: Zo val je na je zwangerschap af zonder een dieet

Op de schaal van kwab

Met het gevaar dat ik nu klink als een telsellreclame: al na vier keer trainen merk ik verschil. Vooral mijn buik lijkt, onder de speklaag, wat steviger aan te voelen. Zou er dan toch een netwerk van staalkabels schuilgaan daar? Hoe dan ook, het snelle resultaat werkt verslavend. Een paar weken later sta ik thuis bloedserieus voor de spiegel mijn biceps aan te spannen. Miss Fitness krijgt waarschijnlijk een lachstuip als ze mijn armzalige spierballen ziet, maar ik ben er maar wat trots op. Bijkomend voordeel: de pijn in mijn schouder en arm is helemaal verdwenen.

Ook op andere plekken begin ik resultaat te zien. Ik hanteer daar graag de door mezelf in het leven geroepen Schaal van Kwab voor. In tijden van dikte ontstaat tot mijn grote ergernis op mijn rug altijd een huidplooi, net boven heuphoogte. Hoe strakker ik ben, hoe minder de kwab zich manifesteert. En ik bespeur nu toch echt een lichte verbetering op dat front.

Fitgirl-angst

Na een paar weken privéles van Pim ben ik klaar voor de duotrainingen, want EMS doe je in principe met (maximaal) twee personen tegelijk. In eerste instantie spreekt dat me niet echt aan – straks sta ik compleet voor schut naast een of andere fanatieke fitgirl of bodybuilder. De praktijk is gelukkig een stuk leuker. Mijn trainingsmaten blijken heel normale mensen, die hier allemaal om een andere reden zijn. Zo spreek ik een medemoeder die na haar zwangerschap weer in shape wil komen. De keer daarop train ik met een boom van een vent die z’n personal trainer de laan uit heeft gestuurd (‘Hij wilde een bodybuilder van me maken’) en weer een week later sta ik naast een vrouw die net hersteld is van een hernia en niet meer zomaar de sportschool in durft te duiken. Dat samen trainen is niet alleen gezellig (iets met gedeelde smart), het zorgt bij mij ook voor wat extra fanatisme. Doet degene naast me vier squats per prikkel? Dan ik ook.

Slaan als een meisje

Ik krijg de smaak te pakken en schaal op naar twee trainingen per week. Op zondag bij Pim, op donderdag bij Job, die weer over een ander arsenaal aan oefeningen blijkt te beschikken. Zoals met alle kracht die je hebt proberen Job omver te duwen. Challenge accepted. ‘Zo, je biedt de meeste weerstand van iedereen vandaag,’ complimenteert Job me. Yes, ik glunder van trots. Totdat Job ziet dat ik één voet naar achteren heb gezet, in plaats van naast elkaar. ‘Haha, je speelt vals!’ Tot zover mijn gloriemoment.

Ik durf het bijna niet toe te geven, maar eigenlijk vind ik krachttraining best leuk. Zelfs al moet ik ervoor naar de sportschool. Wat zeker meehelpt, is dat een les maar twintig minuten duurt. Op het apparaat dat voor me staat, kan ik de minuten letterlijk zien wegtikken. Compleet kapotgaan is ineens niet zo erg meer als je weet dat het zo weer voorbij is. En ben je nog niet compleet kapot? Dan draaien Pim en Job met alle liefde nog wat aan de knoppen (tamelijk sadistisch als je het mij vraagt) en sluiten de training af met de zwaarste oefening. Boksen bijvoorbeeld, wat bij mij meestal resulteert in wat slap gemaai met mijn armen. Ik heb er letterlijk de kracht niet meer voor.

Sterke verhalen

Had je me dit van tevoren verteld, dan had ik je keihard uitgelachen, maar het onmogelijke gebeurt: van een doorgewinterde sportschoolhater verander ik in een professioneel promotor van EMS. Ik ga nog net niet langs de deuren om het woord te verkondigen, maar mijn familieleden en vriendinnen ontkomen niet aan mijn enthousiaste promopraatje. Met succes, want ik weet een vriendin, mijn broer en zelfs mijn schoonvader te bekeren.

Na een paar maanden maak ik de balans op. Ben ik sterker? Ja. Ben ik strakker? Zeker. Zijn de kilo’s eraf gevlogen? Dat nog niet. Pim doet nog eens een spiermassameting en tofwisselingsanalyse. Er zijn twee typen mensen, vertelt hij: de koolhydraat- en de vet-verbranders. Ik behoor volgens de meetapparatuur nog tot de eerste categorie. Als ik nog meer effect (lees: minder vet) wil, zou ik er nog wat cardiotraining bij kunnen doen. Wie weet ga ik het nog doen ook. En wie weet ga ik nu eindelijk wat minder wijn drinken en chips eten, want wat dat betreft ben ik ook nog voor verbetering vatbaar. Maar al zijn de kilo’s niet allemaal verdwenen, ik ben sterker en strakker dan ik in lange tijd ben geweest. De toekomst van fitness is eindelijk hier.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Saskia Borst, Beeld istock