Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

'Ik schrok me kapot. Een tweede baarmoeder?'

Als hun zoon James (nu 3) één jaar is, raakt Melanie (30) opnieuw zwanger. Helaas krijgt ze een miskraam waarbij er wordt ontdekt dat ze een tweede baarmoeder heeft. Het begin van een heftige periode. Mét een happy ending, want inmiddels is daar ook dochter Lotte (5 maanden). 'Ik hoop dat andere vrouwen, hoop krijgen als ze mijn verhaal lezen.'

Een vreemd, ombestemd gevoel

‘Na de geboorte van James was ik in de wolken. Ik had een zorgeloze zwangerschap achter de rug en voelde me goed. Ik vond het heerlijk om eindeloos met James te knuffelen en zijn geur op te snuiven. Erwin en ik fantaseerden dan ook na een jaar al over een tweede. Het leek ons leuk als het leeftijdsverschil niet zo groot was. En gelukkig raakte ik zwanger, maar ik had meteen een vreemd, onbestemd gevoel. Ik was ervan overtuigd dat er iets niet goed was met de baby. Verbaasd en opgelucht zag ik tijdens de echo een hartje kloppen, maar niet lang daarna begon het bloedverlies. Na tien weken zwangerschap kreeg ik een miskraam.

Advertentie

Een tweede baarmoeder

Erwin en ik waren verdrietig, maar omdat ik al die tijd al niet echt vertrouwde op een goede afloop, konden we de miskraam toch al snel een plek geven. We werden wel verwacht bij de gynaecoloog, omdat mijn verloskundige iets vreemds had gezien op de echo. Een soort leeg, extra zakje in mijn buik. “Ja, ik zie het al,” zei de gynaecoloog. “Je hebt een tweede baarmoeder.”

Ik schrok me kapot. Een tweede baarmoeder? De gynaecoloog legde uit dat dit weinig voorkomt en dat vrouwen het vaak niet weten. En er, net als ik, per toeval achter komen. “Niets om je zorgen over te maken,” zei hij. “Jullie zoon is het levende bewijs dat zwanger worden geen probleem hoeft te zijn.” Dus gingen we opgelucht en optimistisch naar huis. Maar diezelfde nacht begon de helse pijn. Ik kreeg extreme krampen in mijn buik, alsof ik op het punt stond te bevallen. We belden mijn schoonouders uit bed om James op te vangen en reden naar de spoedeisende hulp. Daar kwamen ze er niet achter waardoor de pijn werd veroorzaakt. Ik moest wachten tot de aanval over was, maar ook daarna bleef onduidelijk waar ik last van had.

Leestip: Soms gaat het anders: ‘We sloegen met deksels boven de wieg’

Invriezen of niet?

Zo belandde ik in een paar weken tijd vijf keer op de eerste hulp. De pijn in mijn buik was afschuwelijk en straalde uit naar mijn rug en benen. Elke keer moest ik wachten tot de aanval over was. Op den duur raakte ik in paniek: hoe vaak moest ik dit nog doormaken? Gelukkig kwam de gynaecoloog er uiteindelijk achter dat er bloed in mijn tweede, onderontwikkelde baarmoeder zat. Iets wat ze nooit eerder hadden gezien. En ze wisten daarom ook niet hoe ze me konden helpen. “We kunnen je medicijnen geven die de pijn onderdrukken, maar daardoor kom je wel vervroegd in de overgang,” zei de gynaecoloog. Toen gingen bij mij natuurlijk de alarmbellen af. Dat zou betekenen dat we geen kind meer konden krijgen. Maar ja, met deze pijn viel ook niet te leven.

Uiteindelijk werd ik doorverwezen naar een ander ziekenhuis en daar besloten ze mijn tweede baarmoeder en één eileider te verwijderen. “Weet je écht zeker dat ik mijn eicellen niet hoef te laten invriezen?” vroeg ik aan de arts. Ik was zo bang dat er iets fout zou gaan tijdens de operatie. Dat ik wakker zou worden met een specialist aan mijn bed die zei: “Sorry, er is helaas tóch iets misgegaan.” Maar de arts verzekerde me dat mijn andere eileider alles in zijn eentje kon opvangen.

Rare, ongewone klachten

De operatie ging goed. Net als na een keizersnee moest ik een week in bed blijven en mocht ik zes weken niet tillen. En ik mocht voorlopig niet zwanger worden. Mentaal had ik een flinke klap gekregen. Ik was geschrokken van alle pijn die ik had gevoeld. Daarbij moest nog worden onderzocht of ik wel twee nieren had. “Vrouwen met twee baarmoeders hebben vaak maar één nier,” legden de artsen uit. Het kon voor mijn gevoel niet gekker worden.

Zo had ik niets en zo had ik een aaneenschakeling van rare, ongewone klachten. Ik kon het allemaal niet bijbenen. Alsof mijn lijf niet van mezelf, maar van een vreemde was. En helaas bleef het daar niet bij. Want ik bleek gewoon twee nieren te hebben, maar de uitslag van een ánder onderzoek was niet goed. Tijdens de zwangerschap van James, nu drie jaar geleden, stond ik te zwoegen in het park tijdens een sportles toen ik plotseling een bult op mijn heup voelde. Lange tijd dacht de dokter dat het om een spierscheur ging, maar de bult werd groter. Er werd een stukje op kweek gezet; het bleek een Desmoïd-tumor, iets wat maar bij één op de miljoen mensen voorkomt. Dat had ik weer.

Een Desmoïd-tumor

Gelukkig is zo’n tumor niet kwaadaardig, maar hij moet wel goed in de gaten worden gehouden, omdat hij groot kan worden. Scenario’s van een mismaakt of zelfs geamputeerd been spookten door mijn hoofd. Wat was dit nu weer voor vreemde aandoening? Ik raakte uitgeput en angstig. Erwin deed alles thuis, terwijl ik in een soort overlevingsstand de dagen probeerde door te komen.

James ging veel naar de opvang en zijn opa’s en oma’s, omdat ik de zorg voor mijn kind er niet bij kon hebben. Lusteloos lag ik op de bank te netflixen. Soms liep ik een rondje door de tuin, maar verder dan dat kwam ik niet. Vrienden durfde ik niet over mijn klachten te vertellen. Ik schaamde me voor alle negativiteit. Ik ben van nature vrolijk en optimistisch en kon niet goed omgaan met deze nieuwe situatie. Zo hield ik al mijn contacten oppervlakkig. Alleen aan Erwin vertelde ik wat er in mijn hoofd omging. Hij was lief en begripvol, maar toch voelde ik me eenzaam en geïsoleerd.

De Ziekte van Bell

Met kerst zaten we met mijn familie aan tafel toen mijn broer verbaasd vroeg: “Melanie, waarom zit je steeds zo raar naar me te knipogen?” Ik schrok en begon me ongemakkelijk te verontschuldigen. “Dat doe ik niet expres,” zei ik. Mijn ogen zullen wel ontstoken zijn, probeerde ik mezelf gerust te stellen, maar toen ik een slok wijn nam, liep het in straaltjes langs mijn mond. Ik zei niets en stak mijn kop in het zand.

Pas in de auto vertelde ik Erwin wat er was gebeurd. “Melanie, je moet het wel zeggen als je iets geks hebt!” zei hij. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, knipperde mijn ene oog niet mee en hing mijn mondhoek naar beneden. Ik schrok me dood en ging meteen naar de huisarts. “Dit heb ik nog nooit gezien!” zei hij tegen mij en zijn verbaasde collega die erbij was geroepen. “Als het een TIA was geweest, had je ook last gehad van je linkerarm. Ik denk dat dit de Ziekte van Bell is. Een plotselinge gezichtsverlamming.”

De huisarts gaf me prednison, ik hoefde niet naar een specialist. Als het goed was, zou de verlamming na een paar weken weer wegtrekken door de medicijnen. En dus zat ik met oud en nieuw bij vrienden met een opgezwollen gezicht van de medicijnen op de bank. Ik droeg een bril om mijn ogen te beschermen tegen vuiltjes, want ik kon ze door de zwelling niet meer dicht doen. Ik zit hier wel, dacht ik, maar ik ben eigenlijk al lang geleden uitgecheckt.

Opgelucht en dolgelukkig

Maar toen werd ik zwanger. En dat veranderde alles. Mijn leven ging van zwart naar wit. Erwin en ik waren opgelucht en dolgelukkig. Het vertrouwen in mijn lijf kwam langzaam terug. Er was weer een lichtpuntje. Ik hield me niet meer bezig met de toekomst, leefde van dag tot dag. Misschien waren het de hormonen, maar ik voelde me mentaal sterk.

Het zorgeloze gevoel kwam terug en ik genoot van James die voorzichtig over mijn buik aaide. “Ik krijg een zusje, mama!” zei hij. En hij kreeg gelijk. Lotte kwam ter wereld via een geplande keizersnee. Toen ze op mijn borst werd gelegd, dacht ik: dit klopt gewoon. Dit is waar het om draait. James kwam stralend, met een roze ballon in zijn hand, de ziekenhuiskamer binnenlopen en riep: “Ik heb een baby gekregen!” Sinds tijden had ik weer eens de slappe lach.

Wat een geluk

Mijn gezichtsverlamming is inmiddels weggetrokken. De tumor op mijn heup zit er nog steeds, maar die wordt vijf jaar lang elke drie maanden gecontroleerd. Gelukkig heb ik er weinig last van, dus we wachten het af. Ik merk wel dat ik nog steeds in een verwerkingsproces zit. Mijn leven stond van de één op andere dag op losse schroeven door alle aandoeningen en dat heeft diepe indruk op me gemaakt.

Lotte is inmiddels vijf maanden en ik heb besloten minder te gaan werken. Daar ben ik trots op. Ik vind het heerlijk om zo veel mogelijk tijd met James en Lotte door te brengen. Er gaat geen dag voorbij waarop ik niet geniet van onze mooie, gezonde kinderen, die nu al zo blij met elkaar lijken te zijn. Erwin en ik beseffen wat een geluk we hebben dat James nu een zusje heeft.

Ik hoop dat andere vrouwen, die misschien wel door eenzelfde dal gaan, hoop krijgen als ze mijn verhaal lezen. Hoop op een betere toekomst. Het leven zit vol ups en downs, dus geniet volle bak van de momenten waarop je gezond bent.’

Lees ook: Bevallingsverhaal: ‘In twintig minuten tijd zijn we twee prachtige kinderen rijker’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Janou Zoet, Fotografie: Mirjam Cremer