inleiden
door

Inleiden of nog even wachten: wat zijn de gevolgen?

Sommige baby’s hebben totaal geen haast om geboren te worden. Maar is het verantwoord om te wachten als je overtijd bent? En welke opties zijn er om in te grijpen?

‘Is-ie er nu nóg niet? Voel je al iets?’ Vanaf het moment dat de uitgerekende datum nadert, lijkt je omgeving nog nerveuzer dan jijzelf. Je moeder komt vaker ‘toevallig’ even langs en vriendinnen appen erop los. En jij staat ondertussen op scherp. Zodra je voorbij de veertig weken komt, lijkt elke harde buik op Het Begin. Je drinkt liters ananassap, omdat dat voor weeën zou zorgen, en je zus appt dat een potje seks de bevalling ook op gang kan brengen. Intussen ben jij het gewoon beu en overleg je met je verloskundige wat te doen. Afwachten of de boel een beetje helpen?

Advertentie

Een belangrijke week

Tot nu toe is er in Nederland een afwachtend beleid. Zolang het met baby en moeder goed gaat, kun je wachten tot 42 weken. Pas daarna wordt medisch ingrijpen geadviseerd. Toch lijkt daar nu iets in te gaan veranderen. De reden? Een Zweeds onderzoek met verontrustende resultaten. Eind vorig jaar werden de resultaten van een onderzoek gepubliceerd over het al dan niet opwekken van een bevalling bij 41 weken. Aan het onderzoek deden in totaal 2.600 vrouwen mee. Bij de helft daarvan werd de bevalling ingeleid bij 41 weken. Alle baby’s kwamen levend ter wereld. Bij de andere groep werd gewacht tot 42 weken voordat er werd ingegrepen. In deze groep overleden vijf baby’s in de buik en één kort na de bevalling. Voor de onderzoekers kwam dat als een schok. Ze stopten per direct het onderzoek.

Hun conclusie: eerder inleiden kan babysterfte reduceren. Voor Zweden betekent dit een mogelijke omslag in hun beleid. Daar was het tot nu toe de regel pas na 42 weken medisch in te grijpen. Belangrijk om te melden: uit een Europees onderzoek uit 2015 bleek de babysterfte rond de geboorte in Zweden rond het gemiddelde te zitten, vergelijkbaar met de Nederlandse cijfers. Maar daar valt mogelijk winst op te behalen, door niet bij iedereen af te wachten en actiever een inleiding aan te bieden bij 41 weken.

Lees ook: 11 tips om op een natuurlijke manier weeën op te wekken

Overal anders

Ook voor Nederland en andere West-Europese landen verandert het onderzoek mogelijk veel. In veel landen lijkt het beleid namelijk op dat van Zweden. In Nederland wordt gewacht tot 42 weken en inleiden is bespreekbaar vanaf 40 weken, al verschilt dat per zorgverlener. Over het algemeen adviseren artsen en verloskundigen nog even af te wachten. Want hoewel inleiden zonder risico is, is het wel medisch ingrijpen (met bijbehorende kosten).

Gynaecologen en verloskundigen werken nu aan een advies om alle zwangere vrouwen vanaf 41 weken een inleiding aan te bieden en niet meer af te wachten. Jan van Lith, voorzitter van de Nederlandse beroepsvereniging van gynaecologen: ‘Vanaf 40 weken bestaat nu ook al de mogelijkheid tot inleiden voor gezonde zwangere vrouwen. Maar het beleid in Nederland is niet geheel uniform. Het ene ziekenhuis wacht, het andere niet.’

Dé datum

Eerst dan maar de vraag: hoe weten we eigenlijk wanneer een baby geboren ‘hoort’ te worden? De uitgerekende datum is voor geoefende echoscopisten en verloskundigen goed te bepalen. Alle ongeboren baby’s groeien namelijk de eerste twaalf weken exact hetzelfde. Een deskundige kan dus met een echo heel nauwkeurig vaststellen hoelang je zwanger bent. Op basis daarvan doet men een berekening en daar komt de uitgerekende datum uit rollen. Alleen kan niemand voorspellen of je ook exact op die datum gaat bevallen. Dat hangt van jou en je baby af. Ongeveer 20 procent van de zwangere vrouwen haalt de 41 weken en zo’n 5 procent tikt de 42 weken aan.

Specialisten weten niet waarom het ene volgroeide kind langer in de buik blijft zitten dan het andere. Van Lith: ‘Het is wel bekend dat de placenta aan het einde van de zwangerschap zijn werk minder goed gaat doen. De functie is voeding en zuurstof aan het kind doorgeven en de afvalstoffen weer aan de moeder. Een baby wil aan het einde van de zwangerschap steeds meer ‘eten’ en blijkbaar kan de placenta dat op een bepaald moment niet meer bijhouden.’ In principe is dat het signaal voor je lichaam om het kind geboren te laten worden, maar dat werkt niet altijd. Van Lith: ‘Als het kind minder voedingsstoffen krijgt, gaat zijn conditie achteruit. Hebben we dat niet op tijd in de gaten, dan kan dat uiteindelijk leiden tot ziekte en sterfte.’

Strippen

Julia is moeder van twee zoons. Beide keren ging ze ruim over de 40 weken heen. ‘Bij beide zwangerschappen had ik vertrouwen in mijn lijf. Als het niet nodig was voor mij of de baby, wilde ik zo min mogelijk ingrijpen. Ik deed aan zwangerschapsyoga en de docente leerde ons dat we niet moesten focussen op die ene datum. Een zwangerschap kan nu eenmaal tussen de 37 en 42 weken duren. Omdat het goed ging met mij en de baby, vond ook de verloskundige het niet nodig om de bevalling in te leiden. Toen ik de 41 weken voorbijging, stelde ze voor om te strippen. Daar zag ik tegenop, ik had gehoord dat het naar kan zijn. Nou, ze hebben me in de wachtkamer horen schreeuwen. Uiteindelijk moest het bij beide zwangerschappen nog twee keer gebeuren. Van die andere keren voelde ik minder.’

Strippen dus. Wanneer je overtijd bent (rond de 41 weken), kan een verloskundige dit bij je doen. Ze probeert dan de vliezen voorzichtig los te woelen van de baarmoedermond; de behandeling lijkt nog het meest op het meten van de ontsluiting. In principe hoeft het dus niet zo veel pijn te doen, maar een ongemakkelijk, krampend gevoel geeft het wel. Als het lukt, komt er een hormoon vrij dat kan zorgen voor krampen, die op hun beurt zorgen voor weeën. Hier lees je wat strippen precies is.

Over inleiden

Strippen heeft alleen niet altijd effect. Soms moet het een aantal keer worden herhaald, zoals bij Julia. Hebben ook die pogingen geen effect, dan kan de bevalling na overleg worden ingeleid in het ziekenhuis door een gynaecoloog of verloskundige. Hoe de inleiding gaat, verschilt per vrouw. De verloskundige of gynaecoloog checkt eerst of je al wat ontsluiting hebt. Is dat niet het geval, dan start een inleiding met vaginale tabletten of een ballonkatheter. Dat is een ballonnetje dat wordt opgeblazen in je baarmoedermond. Als je baarmoedermond al rijper is en je een beetje ontsluiting hebt, kunnen de vliezen kunstmatig worden gebroken. Soms komt de bevalling dan vanzelf op gang. Hier lees je meer over inleiden en wat je kunt verwachten.

Koen Deurloo is gynaecoloog in het Diakonessenhuis in Utrecht. Hij ziet wekelijks vrouwen die ingeleid worden. Deurloo: ‘Als de weeën niet op gang komen, wordt via een infuus oxytocine toegediend. Dit is het hormoon dat ook in normale omstandigheden voor weeën zorgt. Het streven is maximaal vier à vijf weeën per tien minuten te hebben. Alles daarboven is te veel en dan spreek je over een overstimulatie, in de volksmond een weeënstorm. In dat geval wordt de pomp van het infuus lager gezet.’

Het breken van de vliezen is pijnloos. Maaike, moeder van twee dochters, had al wat ontsluiting toen besloten werd dat de bevalling vanwege gezondheidsredenen moest worden ingeleid. In het ziekenhuis werden haar vliezen gebroken. ‘De gynaecoloog wilde eerst proberen of het breken van de vliezen de bevalling op gang zou brengen, voordat we overgingen op een infuus met hormonen. Van het breken zelf merk je weinig. Alles was kletsnat, maar pijn deed het niet.’ Al na vijf minuten kreeg Maaike weeën die steeds regelmatiger kwamen en sterker werden. Vijf uur later beviel ze van haar tweede dochter. ‘Van tevoren zag ik op tegen de inleiding. Ik had veel horrorscenario’s gehoord over weeënstormen en vreselijke pijn, maar ik vond het een eitje. Ik denk dat het heeft geholpen dat mijn lichaam het zo goed oppikte. Ik had geen hormonen nodig.’

Zo natuurlijk mogelijk

Maaike is lang niet de enige die opzag tegen het inleiden. In 2018 was er ook in Nederland een groot onderzoek onder zwangere vrouwen. De opzet leek een beetje op de Zweedse studie, maar de resultaten waren minder eenduidig. Een van de toevallige uitkomsten was dat de onderzoekers merkten dat het lastig was om vrouwen te vinden die wilden meewerken. De meeste vrouwen wilden namelijk ook na 41 weken liever afwachten en de natuur zijn gang laten gaan.

Hester is zwanger van haar vierde kind. Ook zij was bij haar eerste twee zwangerschappen niet zo bezig met die uitgerekende datum. Dat veranderde een paar weken voor de geboorte van hun derde dochter. ‘Een goede vriendin was gelijktijdig zwanger. Met 42 weken werd ze ingeleid in het ziekenhuis. Uiteindelijk ging het helemaal mis. Haar kind was kerngezond, maar veel groter dan ze dachten en overleed uiteindelijk vlak voor de spoedkeizersnee in de buik. Dat had een enorme impact op ons. We hebben dat direct besproken met onze verloskundige en aangegeven dat we niet tot 42 weken wilden wachten. Uiteindelijk beviel ik spontaan een paar dagen na de uitgerekende datum in het ziekenhuis. Veel vrouwen in mijn omgeving maken er een enorme halszaak van als ze niet thuis kunnen bevallen, beïnvloed door al die tijdschriften en influencers die beweren dat het allemaal ‘natuurlijk’ moet gaan. Er wordt vaak voorbijgegaan aan de medische kant van het verhaal. Het gaat om de gezondheid van je kind en als een arts adviseert de bevalling in het ziekenhuis in te leiden, moet je daarop vertrouwen, vind ik.’

Keizersnede: wat kun je verwachten?

Veiliger

Julia was zo iemand die niet over inleiden wilde nadenken. ‘Ik was bang dat ik dan in het ziekenhuis zou moeten bevallen en dat wilde ik niet. Inmiddels sta ik daar anders in. Onze jongste zoon werd kort na de geboorte ernstig ziek en moest gereanimeerd worden. Dat veranderde mijn beeld volledig. We willen graag nog een kind. Het ziekenhuis vind ik nu een veiligere gedachte. En na dit Zweedse onderzoek weet ik ook niet zeker of ik opnieuw tot de 42e week wil wachten.’

Leestip: Alles over een (natuurlijke) bevalling

Een nieuw advies

Jan van Lith: ‘Alle studies laten een voordeel zien om bij 41 weken te bevallen: minder sterfte van kinderen, terwijl het aantal keizersneden niet toeneemt. Iedere zwangere vrouw behoort hierover geïnformeerd te worden en samen met de zorgverlener tot een besluit te komen om in te leiden of nog even te wachten. De nieuwe richtlijn (van verlos-kundigen, kinderartsen en gynaecologen) die hierover gaat, is vrijwel klaar. Nog voor de zomer ligt er een landelijk advies om niet zomaar meer af te wachten tot 42 weken.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Mijke Pol. Beeld: istock