Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Ontwikkeling baby leren lopen
door

Waarom de ene baby sneller de eerste stapjes zet dan de andere

Of je baby nou ruim voor z'n eerste verjaardag zijn eerste stapjes zet of ver daarna: elk kind zonder ontwikkelingsproblemen leert uiteindelijk lopen. Wanneer dat maakt geen bal uit. Maar waarin zit nou het verschil en wat moet er in het lijf en de hersenen van een kind gebeuren voordat hij kan lopen? Neurowetenschapper Marcia Goddard legt het uit.

‘Kan die van jou eigenlijk al lopen?’ Het zal een van de meestgestelde vragen zijn aan ouders van een kind van om en nabij een jaar oud. De onderhuidse concurrentie die daarbij komt kijken, is verbazingwekkend, want uiteindelijk leert elk kind zonder ontwikkelingsproblemen soepel lopen.

Advertentie

Vallen en opstaan

Of hij die eerste stappen zet als-ie negen of zestien maanden is, maakt volgens neurowetenschapper Marcia Goddard geen snars uit. ‘Ik ben in mijn werk veel bezig met onderwijs en maak vaak een vergelijking tussen de manier waarop kinderen leren vóór en nadat ze naar school gaan. Leren lopen gebruik ik vaak als voorbeeld, omdat het zo tekenend is. Stel je maar eens voor hoe het zou zijn als we kinderen zouden beoordelen op hun loopvermogen zoals ze op school worden beoordeeld op bijvoorbeeld hun capaciteit om te lezen of schrijven. Op school wordt fouten maken niet toegejuicht, terwijl leren lopen letterlijk een proces is van vallen en opstaan.’

Stappen, stappen, stappen

Wanneer kinderen voor het eerst gaan lopen, zetten ze zo’n 2400 stappen per uur. Dat staat gelijk aan zo’n zeven voetbalvelden, waarbij ze zo’n zeventien keer omtuimelen. Tel je al die pogingen bij elkaar op, dan kom je uit op een gemiddelde van veertienduizend stappen per dag, wat goed is voor meer dan veertig voetbalvelden en dik honderd valpartijen. Honderd keer op je plaat gaan en toch niet opgeven, maar met een brede grijns voor de zoveelste keer opstaan en verder wankelen, wiebelen en waggelen. ‘Moet je nagaan hoe de wereld eruit zou zien als dat niet zo zou zijn, als we er de brui aan zouden geven na een paar keer omvallen,’ zegt Goddard.

Doorzettertjes

‘We zien bij baby’s al dat ze met ondersteuning proberen om stapjes te zetten. Zet je ze op hun voetjes, dan beginnen ze met stappen. Dit suggereert dat lopen ‘ingebakken’ zit in onze genen,’ vertelt Goddard over de ontwikkeling van het leren lopen. De ontwikkeling van een kind kun je het best vergelijken met een achtbaan. Ons brein is de motor van die achtbaan, die elke maand, week, dag en soms zelfs uur nieuwe bochtjes, twists en loopings leert maken.

Daarbij laten de hersenen er geen gras over groeien, want ze starten twee weken na de bevruchting al met hun ontwikkeling. Dat is geen random proces, want alle cellen en genen weten exact wat ze moeten doen om alles op de juiste manier op te tuigen. In het kort: het begint met een plaat, die plaat wordt als hij groot genoeg is een buis en deze buis transformeert uiteindelijk in de voorhersenen, middenhersenen en achterhersenen. ‘Doordat de hersenen van een foetus al helemaal af zijn, kan een baby in de buik al een beetje gaan bewegen en smakbewegingen maken,’ legt Goddard uit. ‘Verder doen ze nog niet zo veel, want je krijgt weliswaar een heleboel mee via je genen, er is ook input van buitenaf nodig om een kind tot wasdom te laten komen.’

Sneller dan kruipen

In haar boek Brein in aanbouw beschrijft Goddard hoe onze hersenen zich van baby via peuter en kleuter tot puber ontwikkelen. Vanuit neurowetenschappelijk perspectief vindt ze leren lopen een van de interessantste highlights, want wat zorgt er nou voor dat kinderen denken: hé, dat lopen ziet er wel handig uit, laat ik dat ook eens proberen? Goddard: ‘Je kunt het ze niet vragen en de meest logische verklaring is ‘omdat lopen sneller is dan kruipen’. Wat ik fantastisch vind, is de enorme wilskracht en het hoge tempo als ze eenmaal hebben besloten dat ze willen leren lopen. Als je dat als ouder ziet, is het logisch dat je denkt dat dit te maken heeft met de ontwikkeling van het lichaam. De spieren zijn voldoende gegroeid om te kunnen lopen, dus gáán met de benenwagen. Maar leren lopen zit heel ingenieus in elkaar.’

Lees ook: Rollen, kruipen, zitten en staan: vanaf dit moment kan je baby het

Zwaar hé?

Er zijn verschillende theorieën over hoe dat nu eigenlijk in z’n werk gaat, leren lopen. Een van de bekendste is de zogenaamde dynamics systems-theorie, die ervan uitgaat dat het zetten van de eerste stapjes het resultaat is van een interactie tussen verschillende systemen. ‘Je hebt het lichaam, ofwel de genetische opmaak,’ legt Goddard uit. ‘Dat zijn de hersenen, genen, spieren en groei daarvan. Dan heb je de taakeisen: wat moet er gebeuren om te leren lopen, je moet kunnen opstaan, de ene voet voor de andere zetten. Daarnaast is er de omgeving waarin de taak uitgevoerd moet worden, namelijk onze aarde. Op onze planeet heb je zwaartekracht, wat ervoor zorgt dat onze kinderen niet meteen kunnen lopen. Zodra ze het proberen, een impuls die je bij baby’s vanaf de geboorte al ziet, worden ze weer naar de grond gezogen.’

Babyvet

Een andere sta-in-de-weg bij lopen is babyvet. Jonge kinderen worden met de week groter en zwaarder, wat een natuurlijk en gezond proces is, maar hun spieren zijn nog niet sterk genoeg om die mollige spekbenen op te tillen. ‘Er zijn dus verschillende redenen waarom baby’s niet meteen na hun geboorte kunnen lopen,’ zegt Goddard. ‘De zin om te lopen is er wel, maar het wordt een tijdlang onmogelijk gemaakt door de zwaartekracht en lichamelijke systemen als spierkracht, gewicht, balans, motivatie, vetpercentage en motorische hersengebieden die nog niet genoeg op elkaar zijn afgestemd en ontwikkeld.

Geen talent

Op een bepaald moment valt alles op z’n plek en lukt het ineens wel om te lopen. Wat mij opvalt, is dat mensen vaak een beetje jaloers zijn als het kind van een ander met tien of elf maanden al loopt. Het idee heerst dat je kind dan slimmer of beter is. Ik moet daar altijd een beetje om lachen, want het heeft niets met ‘talent’ te maken. Het moment dat je kind gaat lopen, is een complex samenspel van allerlei factoren.’

Synapsen

Een van de factoren die een grote rol speelt, is tijd. We hebben in onze jeugdjaren allemaal bepaalde gevoelige periodes waarin onze hersenen optimaal in staat zijn om een vaardigheid te leren. Dat elk kind dat zich normaal ontwikkelt voor z’n tweede verjaardag kan lopen en praten is geen toeval of willekeur, maar heeft te maken met de productie van zogenaamde experience-expectant-synapsen.

‘Synapsen zijn verbindingspunten tussen hersencellen, die door middel van chemische stofjes boodschappen van de ene naar de andere hersencel doorgeven,’ legt Goddard uit. ‘Je ziet dat deze synapsen in bepaalde periodes actiever worden, zodat ze extra goed in staat zijn om informatie op te slaan of een vaardigheid te leren. Zo zijn er gevoelige periodes voor taalontwikkeling, maar ook voor motorische ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat je na je kindertijd niets meer kunt opnemen, maar basale vaardigheden leer je het makkelijkst als je jong bent.’

Lees ook: De voor- en nadelen van een loopstoeltje

Nadoen

We worden daarbij geholpen door spiegelneuronen, een specifiek type hersencellen dat actief wordt zodra we iemand anders iets zien doen waartoe we zelf in theorie ook in staat zijn. ‘Van professionele dansers die bezig zijn met het aanleren van een ingewikkelde dans, weten we dat hun motorische schors sterker reageert nadat ze anderen deze zelfde moeilijke routine hebben zien uitvoeren,’ vertelt Goddard. ‘We zien datzelfde mechanisme terug bij kinderen die net leren lopen. Als zij vanuit stilstand naar iemand kijken die loopt, worden er spiegelneuronen actief in hetzelfde gebied als bij de persoon die loopt. Onze hersenen spiegelen dus de hersenen van de persoon naar wie we kijken. Je brein leert daardoor: als ik ook een loopbeweging wil maken, moeten die hersencellen in actie komen. Dat werkt zo bij motorische, maar ook bij sociale ontwikkeling.’

Op repeat

Naast de spiegelneuronen is er nog een fenomeen van ons brein belangrijk als kinderen leren lopen: de motorische homunculus. Een hele mond vol, maar je kunt het zien als een mannetje of vrouwtje dat je over de motorische schors kunt leggen. De lichaamsdelen van het poppetje passen precies op de hersencellen die over de besturing van die gebieden gaan. De armen van het poppetje zitten dus op de plek van de hersencellen die bij onze armen horen, de benen van het poppetje op de plek van de hersencellen die bij onze benen horen en ga zo maar door.

‘Opvallend is dat de homunculus buitenproportioneel grote handen en gigantisch dikke lippen heeft,’ vertelt Goddard. ‘We moeten met onze handen heel vaak verfijnde, kleine bewegingen maken, waarvoor een sterke controle van de hersenen nodig is. Voor onze lippen geldt hetzelfde, omdat we taal gebruiken als voornaamste communicatiemiddel. Hoe groter het desbetreffende lichaamsdeel van de homunculus, hoe sterker de representatie ervan in ons brein.’ We weten ook dat de representatie van de homunculus in onze hersenen sterker wordt naarmate we een bepaalde beweging vaker uitvoeren. Daarom wordt lopen, maar ook klimmen, vangen en praten makkelijker naarmate je kind het vaker doet.

Kabouterdans

Kun je zelf iets doen om het proces van leren lopen zo soepel mogelijk te laten verlopen? ‘Wat goed is voor de motorische ontwikkeling van kinderen, zijn spelletjes waarbij ze over hun fysieke middenlijn moeten. Een voorbeeld daarvan is de Kabouterdans, waarbij hun linker- en rechterhersenhelft moet samenwerken om van links naar rechts te bewegen. Door die samenwerking leren de hersenhelften met elkaar te communiceren en worden er nieuwe verbindingen aangelegd. Dat zorgt ervoor dat bewegingen zoals lopen, maar ook rekenen en schrijven later makkelijker gaan. Maar ook als je dat niet doet, wordt het eerste stapje vanzelf gezet. Lopen is zo’n fundamentele vaardigheid, dat komt wel.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Fleur Baxmeier, beeld: Shutterstock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.