ritme baby
door

Je baby mee laten gaan in jouw ritme of je leven aanpassen aan je baby: dit zegt een expert

Meer thuiszitten na de komst van een baby? No way, dacht Marije. Een baby kan toch overal slapen? Helaas werd het een ramp en moest ze toch een strak schema aanhouden voor dochter Evi. In tegenstelling tot Lotte die haar zoontje Tobias overal liet slapen en mee naartoe nam, zonder problemen. Maar wat is het nou het beste voor baby's: een strak schema of go with the flow? Orthopedagoog Merel Obermeijer legt het uit.

Marije was acht weken zwanger toen zij en haar vriend Sven aan hun beste vrienden vertelden dat ze een kind zouden krijgen. Meteen voegde Marije aan het nieuws toe: ‘Maar verder verandert er niets, hoor!’ Ze wilde gewoon blijven uitgaan, spontaan afspreken en haar vrienden even vaak blijven zien. Marije moet er nu, met een peuter van twee, een beetje om lachen. ‘Ja, zo dacht ik echt. Ik zag andere stellen bij wie het leven stil leek te liggen toen ze een baby kregen. Die hoorde en zag je ineens nergens meer. Gingen we stappen, dan bleven zij thuis of haakten vroeg af, ze kwamen nooit meer zomaar even langs en ik had ook niet langer het gevoel dat wij welkom waren. Zelfs de telefoon werd minder vaak opgenomen. Zo wilde ik niet worden. Ik vond het ook onzin, waarom zou je je hele leven omgooien voor een baby? Die baby kan zich makkelijker aan jou aanpassen, die weet toch niet beter.’

Advertentie

En zo pakten Marije en Sven het de eerste maanden ook aan. Marije: ‘Ik ben niet zo van het thuiszitten. Baby’s slapen toch wel en of ze dat nou thuis doen of in de kinderwagen, dat leek me niet uit te maken. Dus ging ik met vriendinnen naar het park en naar koffietentjes mét Evi. Vaak viel ze in slaap, maar dat was altijd kort. Veel korte slaapjes bij elkaar is ook veel slaap, dacht ik. Maar steeds vaker viel ze thuis niet meer in slaap. Het huiluurtje werd een huilnacht en na acht weken zaten we met een kind dat zo’n achttien uur per dag wakker was en dan alleen maar huilde. Ze deed hazenslaapjes om na een kwartier wakker te worden, met van die enorme, open ogen.’ Na nog twee weken aanmodderen, klopte het wanhopige stel met hun huilende kind aan bij de eerste hulp van het ziekenhuis. Evi werd opgenomen op de huilpoli en daar volgde de voorzichtige conclusie: ze was overprikkeld.

Wennen aan de wieg

Tot zes weken is bijna iedere baby flexibel. In die periode slapen ze overal doorheen en kunnen ze zich makkelijk afsluiten van de buitenwereld. Maar ná die tijd kan er een verandering plaatsvinden. Merel Obermeijer is pedagoog en heeft haar eigen praktijk Opvoedingsondersteuning Utrecht: ‘Soms zie je dat een baby huilerig of druk wordt. Plotseling is het lastig om hem te begrijpen. Wil hij nou wéér drinken? Slapen? Spelen? Het kind gaat slechter slapen, is ’s avonds lang wakker en ’s ochtends vroeg op. Dat kan betekenen dat je baby overprikkeld is en behoefte heeft aan meer rust en regelmaat.’

Obermeijer vergelijkt deze behoefte met het rijden over een vertrouwde weg. Als je elke ochtend dezelfde route naar je werk neemt, is er, naast autorijden, ook ruimte voor andere dingen. Meezingen met de radio, bijvoorbeeld. Of genieten van het uitzicht. Rijden over een onbekende weg kost meer energie en vraagt veel concentratie. Zo is dat ook bij sommige baby’s. Als er geen regelmaat is, zijn ze druk bezig met het verwerken van steeds weer nieuwe prikkels. Dan blijft er minder energie over voor in slaap vallen, spelen en ontdekken. Daarbij is het veilig voor ze om te weten waar ze aan toe zijn. Voor een baby wordt de wereld heel snel steeds groter en groter. Dan kunnen herkenningspunten geruststellend zijn.

Kon Marije iets met die uitleg, die zo dwars ingaat tegen de manier waarop zij wilde leven? Marije: ‘Kijk, overprikkeld zijn is natuurlijk niet iets wat ze uit je bloed halen of op een scan kunnen zien, maar toen de kinderarts het uitlegde, klonk het wel logisch. Evi had geen regelmaat, wist niet waar ze aan toe was. Was niet gewend aan haar wiegje en had er dus ook geen slaapassociatie mee. En waar wij dachten: een moe kind valt vanzelf in slaap, werkt dat niet zo als er steeds andere prikkels zijn die de aandacht trekken. Achteraf hebben we ons echt wel schuldig gevoeld dat Evi door ons blijkbaar in een negatieve spiraal raakte.’

Baby in de kampeerbus

Haaks op het verhaal van Marije staat dat van Lotte. Met een enorme allergie voor alles wat naar burgerlijkheid ruikt (haar woorden) besloten zij en haar vriend geen hypotheek af te sluiten of een kunst te maken van meal preppen. Nee, het stel besloot in een omgebouwd busje te gaan wonen en daarmee door Europa te trekken. Lotte: ‘We zagen vrienden met kinderen hun leven regelmatig en rustig indelen, maar wij wilden ons niet laten vangen.’ In vier dagen tijd reed ze met haar gezin naar Spanje. ’s Nachts sliepen ze op parkeerplaatsen. Lotte: ‘Ik gaf borstvoeding, dus we hoefden niet te klooien met flesjes en overdag zat Tobias, vanuit de maxicosi, nieuwsgierig uit het raam te kijken. Eenmaal in Spanje installeerden we ons in het bos, onder de naaldbomen.

In het begin, toen Tobias nog niet liep, droegen we hem in de draagzak. Zo wandelden we ’s avonds laat door gezellige dorpjes en gingen we zelfs naar een concert als we daar zin in hadden. Tobias sliep door de muziek heen en pas na afloop, als iedereen klapte, werd hij even wakker, om vervolgens weer weg te soezen. We namen Tobias in de draagdoek overal mee naartoe en hij viel zonder problemen, dicht tegen ons aan, in slaap. Ons leven was allesbehalve ‘over’, zoals we andere ouders weleens hoorden zeggen. Toen Tobias kon kruipen, lieten we hem lekker door het bos scharrelen. Ik deed freelance-werk achter mijn laptop en als Tobias wilde slapen, legde ik een voedingskussen om mijn middel, zodat hij tegen me aan kon liggen. Zo sliep hij soms wel twee uur, terwijl ik mijn opdrachten afmaakte. Natuurlijk hadden we de verantwoordelijkheid voor een baby en moest ik zorgen dat Tobias niet de paardenstal in kroop of een giftige paddenstoel in zijn mond stopte. Maar buiten dat hoefden we ons nauwelijks aan te passen. Tobias ging mee in óns ritme. Hij was vrolijk en tevreden.’

Het draait niet om jou

Kan het dan toch? Een kind meenemen in je eigen leven, zonder ritme of vaste slaapplek? Obermeijer moet lachen. Als pedagoog weet zij al langer dat elk kind een andere gebruiksaanwijzing heeft. ‘Het ene kind heeft meer behoefte aan rust en routine dan het andere. Net als Tobias zijn er kinderen met wie je lekker kunt rondsjouwen. Zij hebben hun ‘prikkelmanagement’ goed op orde en gedijen prima zonder veel structuur. Maar er zijn ook baby’s zoals Evi, die het heerlijk vinden om precies te weten waar ze aan toe zijn. Voor ieder slaapje ‘dág dág!’ tegen hetzelfde schilderijtje zeggen, een rondje maken langs alle knuffels en dan in een slaapzak naar bed.’ Dat heeft niets met de ouders te maken.

Natuurlijk is het goed voor een baby als de moeder tijdens de zwangerschap superzen door weilanden huppelt. Honderd keer beter dan dat ze stress heeft, rookt of drinkt. Maar in de praktijk zie je dat ook relaxte ouders huilbaby’s kunnen krijgen. En dat een zeer gespannen stel ouders kan worden van ’s werelds meest ontspannen baby.

‘Het schema werd heilig’

Marije en Sven waren misschien iets te relaxed, maar dat veranderde toen Evi werd ontslagen van de huilpoli. Ze kregen een schema mee en van de verpleegkundige leenden ze het boek Regelmaat en inbakeren van Ria Blom. Marije: ‘Ik ben het niet met alles in het boek eens, het is hier en daar wat ouderwets, vind ik. Maar het opende wel mijn ogen dat wij vrij egoïstisch in het ouderschap stonden. Alles draaide om ons, terwijl het om de behoeftes van je kind moet draaien. Hoewel een schema totaal niet bij ons past, werd het heilig voor ons. ’s Ochtends speelden we wat met Evi, kreeg ze een fles en ging slapen en na twee uur herhaalde dat riedeltje zich. Ik heb in die tijd weinig vrienden gezien, dat was ook van ondergeschikt belang. Nu Evi een peuter is, hebben we ons leven weer grotendeels terug, al plannen we veel activiteiten om haar middagslaapje heen. Dat is er gelukkig nog maar één, maar we zorgen wel altijd dat ze ’m doet. Want ook nu merken we nog dat ze narrig wordt als ze niet in haar eigen bed kan slapen wanneer ze moe is.’

Totaal ander kind

Als een kind behoefte heeft aan rust en routine, ontkom je dus niet aan een nieuwe (lees: tikkeltje voorspelbare) levensstijl. Obermeijer: ‘Dat is voor veel jonge ouders best lastig. Toen er nog geen kinderen waren, kon je neerploffen op een terras wanneer je daar zin in had. Eten met vrienden, spontane avondwandelingen: je hoefde met niemand rekening te houden. Er zijn stellen die denken: de baby gaat maar mee in ons ritme en wij zetten deze levensstijl door. Maar er zijn ook ouders die dit allemaal (voorlopig) omgooien en hun dag laten bepalen door de baby. Allebei kunnen ze gelijk krijgen. Want elk kind is anders. De meeste kinderen doen het goed op rust en regelmaat, waardoor hun prikkelmanagement op orde komt. Het is eerder geluk hebben als je een kind hebt waarmee je alles kunt doen. Precieze cijfers ken ik niet, maar het is zeker niet fiftyfifty.’

Het roer om

Voor Lotte bleek het wel een gevalletje van fiftyfifty, want zo makkelijk als Tobias was, zo moeizaam voegde tweede zoon Lucas zich naar hun ritme. Lotte en haar gezin woonden inmiddels weer in Nederland, maar hun ontspannen lifestyle hadden ze meegenomen uit Spanje. Lotte: ‘Net als Tobias namen we nu ook Lucas mee op sleeptouw. Maar al snel begon hij vreselijk te huilen. Hij sliep slecht. Heel naar om hem zo ongelukkig te zien. Ik ging op onderzoek uit en na advies van verschillende vrienden dook ik in de ‘rust en regelmaat-boeken’. Daarin herkende ik Lucas enorm. Het was duidelijk dat hij moeite had met ons gebrek aan structuur. We besloten dat Lucas een andere aanpak nodig had dan Tobias. Ik vond dat heel moeilijk, vooral omdat dat betekende dat we onze overtuigingen over opvoeding aan de kant moesten zetten. Maar voor hem gooiden we het roer graag om.’

Lucas kreeg een eigen ledikant en sliep overdag alleen in zijn slaapkamer. ‘Als ik Lucas zag gapen of in zijn oogjes zag wrijven, bakerde ik hem in en legde ik hem wakker weg. Spontaan de deur uitgaan kon niet meer, want we zaten vast aan zijn slaapjes en voedingen. Omdat hij snel overprikkeld raakte van bezoek, kwamen er nauwelijks mensen over de vloer. Ik voelde me geïsoleerd en moest wennen aan dit nieuwe leven. Er waren avonden dat mijn vriend thuiskwam, ik hem Lucas in handen gaf en zei: “Doei!” Dan moest ik echt even weg.

Inmiddels is Lucas bijna een jaar. Een beetje chaos trekt hij steeds beter. Een tijdje terug waren we op vakantie en konden we uren langs het strand wandelen met de kinderen, zonder dat we naar huis moesten voor een slaapje van Lucas. Dat geeft lucht. Ik heb me inmiddels neergelegd bij alle rust en regelmaat in huis, maar dat past van nature niet bij me.’

‘Je hóéft niet in te dutten’

Pedagoog Obermeijer erkent dat het best benauwend kan zijn voor ouders: het gevoel vast te zitten. Aan huis. Aan slaapjes. Aan voedingen. Obermeijer: ‘Ik  moet in dit verband altijd denken aan de serie Star trek. Daarin liep alles gesmeerd in het ruimteschip, totdat de bemanningsleden werden overmeesterd door The Borg. Deze onverslaanbare ruimtewezens namen alle controle over en het enige dat ze riepen, terwijl ze een ravage aanrichtten, was: “Resistance is futile!” Dat is in dit geval ook zo. Tegenstribbelen heeft geen zin. Het is beter om je bij de situatie neer te leggen. Rust en regelmaat zijn op dit moment belangrijk in jullie gezin. Het kan helpen om naar andere vormen van vrijheid te zoeken. Wie weet word je heel blij van hardlopen? Of van een ongestoorde cappuccino in een koffietentje? Dan is het belangrijk om daar tijd voor vrij te maken. Misschien heb je de neiging je partner te ontzien en zeg je: “Schat, ga jij maar naar de sportschool. Ik leg de kinderen wel in bed.” Dat is prima, maar het is minstens zo belangrijk om me-time te creëren.’

En thuis kan het natuurlijk ook best rock-’n-roll zijn. Je hóéft niet in te dutten. Vrienden kunnen langskomen als de kinderen ’s avonds in bed liggen – als je daar nog de puf voor hebt. Timmer niet je hele week dicht, maar hou ruimte voor spontane dates met vriendinnen en gun je partner dat bijvoorbeeld de week erna. Daarbij is het volgens Obermeijer ook goed om dingen een-op-een met je partner te blijven doen. Een date night (met oppas uiteraard) waarin je samen, net als vroeger, een glaasje wijn te veel drinkt of spontaan naar de bios gaat. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat je je minder geleefd voelt door het ‘brave’ ritme dat van nature misschien niet bij je past. En besef dat er een einde komt aan deze intensieve tijd. Obermeijer: ‘Over het algemeen ervaren ouders de lagereschoolperiode, van ongeveer vier tot twaalf jaar, als een kalme fase, waarin er weer meer lucht ontstaat.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Albertine Otten, beeld: stocksy

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.