Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Baby hand vasthouden
door

Jorie’s tweelingzus overleed: ‘Het is nog steeds moeilijk om haar naam te horen’

Toen Jorie werd geboren, overleefde haar tweelingzus de bevalling niet. Thuis werd daar niet over gesproken. Toen Jorie volwassen was, doorbrak ze het familietaboe. 'Waarom werd er niet over haar gesproken?’

Ze moet aan de houten tafel in Deventer goed nadenken over hoe het ook alweer ging, toen haar moeder het vertelde. Hoe oud was ze nou helemaal? Zeven? Zes? ‘Misschien nog wel jonger. In mijn herinnering was het in de keuken en stond ik op een krukje om mijn moeder te helpen. Ik zie nog voor me hoe ze een stuk keukenrol pakte en dat ze huilde. “Ik moet je iets vertellen,” zei ze. “Je bent eigenlijk een tweeling, je hebt een zusje, maar die is dood.” Ik wist niet wat me overkwam. Het kwam zó binnen, vooral omdat ze huilde.

Advertentie

Speciaal kind

Even later voelde ik me heel bijzonder: ik was een speciaal kind. Ik vertelde het meteen aan mijn vriendinnen op school, zo trots was ik. We hadden een tweeling in de klas en die vond ik ook altijd zo bijzonder. Maar al snel viel er een deken over die gevoelens heen. Dit was helemaal niet leuk, in ieder geval niet voor mijn ouders. Mijn moeder had haar naam genoemd en die mocht ik nooit zeggen. Toen is voor mij het taboe begonnen. Ik had een geheim.’

Taboe

Jorie zweeg. Jarenlang. En vond dat haar twee broertjes ook moesten zwijgen. ‘Dit voorjaar zat ik met mijn vriend en onze dochter een paar weken bij mijn ouders, vanwege de coronalockdown. Wij woonden in een piepklein appartement in Amsterdam, moesten beiden werken en dat ging echt niet. Bij mijn ouders op zolder vonden we oude plakboeken, met een aantekening van mijn moeder dat mijn broer Jasper iets had gezegd over dode baby’s. Hij was toen vier. En toen zei ik volgens haar: “Daar praten we niet meer over, want dat is niet leuk.” Mijn moeder had gezien dat ik haar angstvallig had aangekeken en vond dat zo lief… Nu denk ik: wat akelig. Ik weet dat het bij de tijdgeest hoorde, maar ik vind het pijnlijk dat ik het taboe gewoon doorgaf.’

Patroon van zwijgen

‘Het verlies van mijn zusje heeft in mijn jeugd nooit echt op me gedrukt. Het was iets verdrietigs, maar ik had het diep weggestopt. Wel begon het steeds meer te wringen. Waarom spraken we er niet over? Waarom mocht ik haar naam niet zeggen? Ik was inmiddels volwassen en van mening dat je over alles moet kunnen praten, hoe moeilijk het ook is. Maar ik bleef hangen in het patroon van zwijgen.’ Intussen raakten vriendinnen zwanger. ‘Dat heb ik jarenlang lastig gevonden. Iedereen was lyrisch tijdens de babyshowers en ik dacht: als dat maar goed gaat. En toen ging het mis met Eva en Jeroen, twee goede vrienden. Ze kregen een doodgeboren kind. Zij gingen er heel anders mee om dan mijn ouders, noemden haar steeds Lola.

Besef

Ik ben naar ze toegegaan met het idee: ik weet misschien beter dan andere mensen hoe verdrietig dit is. Ik wist dat mijn ouders weinig steun hadden gekregen. Ik wilde laten zien dat ik het een beetje begreep, hoewel ik het ook lastig vond mijn verhaal te vertellen. Ik ben de trein ingestapt, had een fles juttersbitter mee en zette die op tafel. Het werd een mooie en trieste avond. Zij zaten midden in hun verdriet en wisten niets van mijn verhaal. Terwijl Eva al zo lang een goede vriendin van me was. Ze stelde me simpele vragen die ik niet kon beantwoorden. Hoe was de uitvaart? Waaraan is ze doodgegaan? Ik wist niks. En toen ik Eva en Jeroen zo zag zitten die avond, totaal uit het veld geslagen door het verdriet, besefte ik ineens hoe verschrikkelijk het voor mijn ouders geweest moest zijn.’

Dood, hop, weg

Rouwen om een doodgeboren kind is de lastigste en meest complexe vorm van rouwen die er is. ‘Ja, dat is wetenschappelijk aangetoond. Om een rouwproces door te kunnen maken, heb je herinneringen nodig. Mijn zus is direct weggenomen, dood, hop weg. Mijn moeder heeft haar nooit gezien. Ik heb me weleens afgevraagd: is het wel waar? Wie zegt dat ik een tweeling was? Sommige mensen blijven jaren zoeken omdat ze denken dat iemand helemaal niet dood is, maar ergens rondloopt. Als je niks kunt terugvinden, komen er fantasieën boven.

Meer lezen? Zwanger van een tweeling: alles wat je moet weten

Meer informatie

Voor mij was het dan ook een emotioneel moment toen ik na lang zoeken voor mijn boek een handgeschreven akte uit 1981 in handen kreeg waarop stond dat één kind niet meer in leven was, met de handtekening van mijn vader eronder. Vervolgens kwam ik er bij het pathologisch laboratorium achter dat er obductie op haar was gepleegd – dat was ook waardevol. Het was maar een medisch rapport, maar er was dus serieus in haar geïnvesteerd om te begrijpen waaraan ze waarschijnlijk was overleden (Jories moeder werd pas na 41 weken ingeleid, terwijl 37 weken nu de norm is bij een tweelingzwangerschap. Ook was de placenta nogal klein, red.) Natuurlijk zou ik een moord doen voor een echo waarop wij beiden te zien zijn. Maar ik was al blij met deze twee aanknopingspunten.’

Stop het taboe

Jorie wilde er meer over weten en bladerde, met toestemming van haar moeder, in dag- en fotoboeken. Maar daar werd ze niets wijzer van. ‘Er stond niets over mijn zusje en hun verdriet. Alleen: Hoera, Jorie is geboren! Ik dacht: dit klopt toch niet? Ik moest er met mijn ouders over praten, een muur doorbreken. Toen ik erover begon, leek het wel alsof ze erop zaten te wachten. Mijn ene broer stond achter mijn zoektocht, mijn andere broer vond het aanvankelijk maar niets. “Jouw vragen kunnen leiden tot meer verdriet en ellende,” zei hij. Maar ik was ervan overtuigd dat ik dat taboe uit ons gezin wilde halen, hoe moeilijk ik dat ook vond.

En wat nóg moeilijker was: het tweelinggebeuren. Wat betekent het voor mij dat ik een tweelingzus heb verloren? Ik wist dat niet. Dat was zo abstract. Nog nooit had iemand mij gevraagd: “Hoe is dat voor jou?” Net zoals mensen destijds tegen mijn ouders zeiden: “Je hebt er toch nóg één?” De teneur was: je hebt haar niet gekend, dus ze is niet relevant. Nooit heeft iemand erkend dat dit misschien wel een thema voor mij kon zijn, waardoor ik altijd maar gedacht heb dat het geen thema was.’

Wetenschappelijke hoek

En dat was het wel. ‘Ik heb niet het idee dat ik incompleet ben door haar dood. Iemand die naast mij had moeten staan, is er niet meer. Ik ben in mijn zoektocht voor mijn boek ook echt de wetenschappelijke hoek ingedoken. Zit er al een tweeling-gen in je als je nog in de buik zit? Maar daar is niets over bekend. Volgens psychoanalytici bouw je in de buik wel al een band met elkaar op. Daar kan ik me iets bij voorstellen.

Hoofdvraag

En dan komt de hoofdvraag: kun je iemand missen die je nooit hebt gekend? Daar gaan veel reacties op mijn boek ook over. Mensen zeggen: “Je hébt haar gekend, want jullie zaten samen in de buik.” Veel mensen hangen meer aan die negen maanden op dan ik doe – en dat geldt voor mijn ouders in nog mindere mate. Zij hebben gedacht: het verdriet houden we bij Jorie weg, dan merkt ze er niets van. Ik ga ook niet mee met mensen die zeggen daar herinneringen aan te hebben, dat hun tweelingbroertje tijdens de zwangerschap in hun armen is gestorven. Ik krijg daar de zenuwen van en hoor liever een wetenschapper die dit soort zaken kan aantonen. Maar die is er niet.’

Dankbaar

Een doodgeboren kind is puur pech hebben. Volgende keer beter. ‘Veel mensen denken zo, vooral mannen, is mijn idee. Rouwen om een doodgeboren kind, daar kunnen niet veel mensen zich iets bij voorstellen. Omdat het zo abstract is. Ze vinden het soms gezeur. Een collega van me zei ooit over het doodgeboren kind van voetballer Boulahrouz: “Waar gaat het eigenlijk over? Zo erg is het toch niet?” Of mensen vergelijken het met een kind dat wel heeft geleefd. Want dat is pas erg. Ik begrijp dat ze die hiërarchie erin aanbrengen, maar intussen word je als rouwend gezin niet gezien. Tegelijk zet dat mij weer op scherp om extra goed uit te leggen waarom het zo’n enorme impact heeft. Wat dat betreft ben ik mijn collega dankbaar. En mijn broertje ook. Als iedereen had gezegd: “Oh wat erg voor jullie,” had ik er nooit een boek over kunnen schrijven.

Lees meer: Ontroerende blog over doodgeboren zoontje

Niet zielig

Ik heb vaak gedacht: ik flikker dat boek in de prullenmand, wat een kutonderwerp. Ik wil niet die zielige vrouw zijn met die dooie tweelingzus. Maar wat ik zo belangrijk vind en me ook motiveerde om door te gaan: wat doet dit met de kinderen van de ouders die geen erkenning krijgen? Ouders zitten zo in hun eigen manier van omgaan met het verlies… Vaak proberen ze hun verdriet bij de kinderen weg te houden en het vooral leuk te houden thuis. Net als mijn ouders. Het is als kind moeilijk om een eigen manier te creëren, anders dan je ouders hebben voorgespiegeld.

Ik sprak een vrouw die gepromoveerd is op het thema rituelen rond doodgeboorte en later een tweeling kreeg van wie er één overleed. Haar zoontje zei: “Jammer dat-ie doodging, anders hadden we nu een grotere auto.” Dat vond ik zo ontwapenend. Het is knap als je als ouder in staat bent dat toe te laten. Maak het niet te groot, maar laat het gevoel van de kinderen er ook zijn.’

Mooie momenten

Haar naam is Evie. Jorie schrikt. ‘Dat voelt altijd… Nou ja, ik ben ook blij dat jij die naam noemt. Het mag er zijn. Maar ik vind het nog steeds niet makkelijk om hem te horen. Ik denk dat het mij, en mijn ouders helemaal, nog wel tijd kost om zonder lading die naam te horen of te noemen. Wel heb ik de indruk dat de namen van doodgeboren kinderen steeds vaker genoemd worden.’

Miskraam

Twee jaar geleden werd Jorie zelf moeder. Na een miskraam. Natuurlijk was ze tijdens de zwangerschap doodsbang. Maar ook blij. Heel dubbel. ‘Ik heb vaak te horen gekregen dat de miskraam voor mij extra heftig moest zijn. Voor mijn gevoel was het juist minder heftig, omdat ik er al rekening mee hield. Ik zat midden in mijn onderzoek naar doodgeboren kinderen en sommigen dachten dat dat de goden verzoeken was. Dat vond ik onzin, maar toen ik met een dikke buik op de conferentie ‘Verlies in de verloskunde’ langs stalletjes met mandjes liep dacht ik: kappen nu.

Het bleef tot het einde toe spannend, Jip bleef lang zitten: eenenveertig weken. Gelukkig ben ik net op tijd thuis bevallen. Ook voor mijn moeder was het bijzonder en emotioneel dat ik een dochter kreeg. Ik hou een boekje bij over Jip en mijn gevoelens; in tegenstelling tot mijn moeder die na de geboorte niets meer over mijn zusje en het verdriet heeft opgeschreven. Ik wil dat mijn dochter weet hoe deze periode voor mij was met al het verdriet en alle mooie momenten.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Thomas Braun, beeld: Pexels

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.