Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Soms gaat het anders
door

'Laat ons maar lekker met z’n drietjes gelukkig zijn'

Het duurde twee jaar voordat Laura (32) vanwege haar diabetes zwanger mocht worden. Toen het eindelijk zo ver was, kon ze haar geluk niet op. Helaas sloeg dit gevoel snel om. Haar zwangerschap, bevalling en de eerste weken met Ubbe (1), álles liep anders. 'Het is nu echt ondenkbaar dat hij er niet is. Ik ben stapeldol op hem. Maar nog een keer hier doorheen? Nee.'

‘Ik was zo iemand zonder kinderen die precies wist hoe je met een baby moest omgaan. Babyfoon? Onzin! En mijn kind zou gewoon in zijn eigen bed slapen, niks altijd bij je houden. Oppas inschakelen? Geen probleem. Als moeder leid je gewoon je eigen leven. Nu mijn zoon Ubbe er is, is alles zo anders dan ik verwachtte. Als vriendinnen zuchten dat ze zó ontzettend toe zijn aan een avond uit, bedenk ik dat ik liever thuis een blokkentoren bouw met Ubbe. En boven zijn bed hangt een camera, zodat ik hem altijd in de gaten kan houden. De eerste weken zette ik de kinderwagen voor de open wc-deur als ik moest plassen, zodat ik hem geen moment uit het oog verloor. En alleen mensen die héél dicht bij me stonden, mochten hem een flesje geven. Maar alleen als ik er bovenop zat.

Advertentie

Alleen maar meten

Ik ben zo’n hysterisch overbezorgde moeder, omdat er ontzettend veel is gebeurd. Het begon al met zwanger worden: dat ging niet vanzelf. Even leek het er zelfs op dat mijn man Sjors en ik helemaal geen kinderen zouden krijgen. Sinds mijn zevende heb ik diabetes en vlak voordat ik zwanger wilde worden, kreeg ik door mijn diabetes last van mijn ogen. Het was zo erg, dat ik blind dreigde te worden. Zwangerschapshormonen konden daar een negatieve invloed op hebben, waardoor de internist een zwangerschap afraadde. Gelukkig konden de artsen er door middel van medicijnen voor zorgen dat ik goed bleef zien.

Toen het bericht kwam dat ik tóch zwanger mocht worden, was ik dolgelukkig. Er was alleen één struikelblok: mijn bloedsuikerspiegel moest eerst twee jaar stabiel zijn. Die schommelt van nature alle kanten op, maar ik ging ervoor. Twee jaar lang heb ik ontzettend op mijn voeding gelet en voortdurend mijn bloedsuikerspiegel gemeten. Als die niet goed was, kon ik zelf ingrijpen; insuline spuiten om hem naar beneden te brengen en minder insuline nemen als hij te laag was. Ik kreeg een glucosemeter, die vierentwintig uur per dag de bloedsuikers meet, zodat ik nog directer kon handelen. Ik was er constant mee bezig. Niet echt een feestje, maar ik had het ervoor over. Mijn man Sjors en ik wilden zó graag een kind!

Beroerde bevalling

Toen mijn bloedsuiker twee jaar lang redelijk stabiel was en ik eindelijk zwanger mocht worden, was ik ontzettend blij. Ik raakte snel zwanger en zat op een roze wolk. Maar daar donderde ik snel vanaf. Door mijn diabetes was de zwangerschap zwaar. Bij een te hoog bloedsuikergehalte kunnen er afwijkingen bij de baby ontstaan, waardoor ik me voortdurend zorgen maakte en als een havik mijn suikergehalte in de gaten hield. Ik voelde me niet fit, maar met vijfendertig weken werd ik pas echt beroerd. Ik was moe, misselijk, grieperig, energieloos, hield megaveel vocht was en had veel hoofdpijn.

Zwangerschapsvergiftiging, zo bleek. Met zesendertig weken werd de bevalling ingeleid. Ik herinner me er alleen nog flarden van, zo heftig was het. Mijn bloeddruk ging hard omhoog en ik was ontzettend beroerd. Ik spuugde bij elke wee. Omdat de ontsluiting op drie centimeter bleef hangen, mijn bloedsuiker kelderde, bloeddruk steeg en ik maar bleef overgeven, werd er besloten een keizersnee te doen. Helaas zat Ubbe vast en hebben ze flink moeten trekken om hem eruit te krijgen. Ik verloor twee liter bloed en leefde in een roes na zijn geboorte. Hij werd gezond verklaard, maar echt blij voelde ik me niet. Daar was ik te ziek voor.

Prematuur gedrag

Toen het na twee dagen met mij een beetje beter ging, begon Ubbe te dippen. Een paar keer per dag stopte hij zomaar met ademhalen, waardoor zijn hartslag wegzakte, hij slap werd en blauw aan liep. De ene keer leek het te komen door een voeding die omhoog kwam, de andere keer door een boertje dat vastzat, maar soms was er geen duidelijke oorzaak. Ik was ontzettend bang. Waar kwam dit vandaan? Bloedonderzoek wees niks uit en de voeding indikken hielp ook niet. Ik was op van de zenuwen en verdrietig. Ik was hartstikke trots dat ik een kind had gekregen, maar kon hem aan niemand laten zien. Als er bezoek kwam, was het risico dat hij ging dippen groter. Maar ik was vooral doodsbang dat hij het niet ging redden. Uiteindelijk bleek uit een echo van zijn hersenen dat die nog niet ‘rijp’ waren. ‘Prematuur gedrag’ noemden de artsen het. Ubbe was zesendertig weken, maar vertoonde het gedrag van een baby van vierendertig weken. Het had tijd nodig én hij had luchtondersteuning nodig. Die gaf hem de prikkel om te blijven ademen, de rust om te groeien en op kracht te komen.

Dag en nacht bezig

Ubbe moest drie weken in het ziekenhuis blijven. Een periode waarin ik totaal buiten mezelf was. Rust nemen om te herstellen? No way. Ik wilde bij hem zijn. Mijn kind, mijn zorg, mijn liefde. Dat ik zelf zorg nodig had, vergat ik. Ik kon Ubbe amper zelf wassen en verschonen en stond te trillen op mijn benen, maar ik deed het toch. Tijdens het kolven viel ik geregeld in slaap. Door de vermoeidheid hallucineerde ik zelfs. Ik praatte tegen zogenaamde verpleegkundigen in de kamer, terwijl er in werkelijkheid niemand was. Ik zag zelfs mijn opa en oma, die al jaren dood zijn! Heel bizar allemaal.

Na drie weken mocht Ubbe naar huis. Tijd voor een feestje? Ik dacht het niet. Ik was overbezorgd en durfde hem geen moment uit het oog te verliezen. Ik was dag en nacht met hem bezig en gunde mezelf geen tijd om alles te verwerken. Lag Ubbe in bed en werd het voor mijn gevoel opeens te stil? Dan werd het zwart voor mijn ogen en vloog ik naar boven. Hij was vast dood. Dat hij gewoon in slaap was gevallen, kwam niet eens in me op. Verslikte hij zich tijdens een voeding? Totaal hysterisch werd ik. En ik heb hem meerdere malen uit bed gerukt omdat hij koud en slap aanvoelde. Dat elk mens slap is als hij slaapt, vergat ik. Rationeel wist ik het allemaal wel, maar op zulke momenten ging er een knop om en was elke vorm van normaal denken uitgeschakeld.

Tekortgeschoten

Heel soms heb ik nog een paniekaanval, vooral als ik moe ben, maar inmiddels gaat het veel beter met me. Ik ben in therapie geweest bij een psycholoog om alles te verwerken; de moeizame zwangerschap, de traumatische bevalling en Ubbes moeilijke start. Ik heb gesprekken gehad, maar ook EMDR-therapie. Hierbij ga je terug naar moeilijke momenten. Heel confronterend – ik heb me rot gehuild – maar het heeft me wel geholpen.

Sommige dingen blijven pijn doen. Zo neem ik mezelf kwalijk dat ik Ubbe nog niet goed alleen kan laten. Ik wil veel liever een moeder zijn die allerlei leuke dingen voor zichzelf doet. Die relaxed is en alles altijd positief benadert, zoals ik vroeger deed. Het eerste jaar van zijn leven was ik iemand die ik niet herken. Daar voel ik me schuldig over. Van nature ben ik namelijk heel positief, vrolijk, gezellig en helemaal niet moeilijk. Daarom heb ik het gevoel dat ik voor Sjors en Ubbe ontzettend tekort ben geschoten. Ook al neemt Sjors me niets kwalijk en vindt hij mij nog steeds de leukste en de liefste, ik was niet de vrouw op wie hij verliefd werd. En dat vind ik vervelend. Ik weet dat ik er niets aan kan veranderen, maar had het zo graag anders gewild.

Tegelijkertijd denk ik dat ik niet zo streng voor mezelf moet zijn. Het komt allemaal wel goed. Gelukkig ben ik al veel minder een stresskip dan een half jaar geleden. Als Ubbe niet wil eten, schiet ik niet in de paniek, maar denk ik: dan maar niet. Ik kan het meer laten gaan, waardoor ik de rust voel om te genieten. Eindelijk.

Wonderjongen

Mensen vragen vaak wanneer de tweede komt. Dat vind ik een ontzettend stomme vraag. Als ik zeg dat ik nog steeds niet de oude ben, kijken ze me raar aan. Ubbe is toch al één? Daar kan ik heel boos om worden. Ze hebben echt geen idee. Een tweede kind komt er niet, dat weet ik heel zeker. Als ik dit van tevoren allemaal had geweten, had ik het denk ik niet eens een eerste keer aangedurfd. Gelukkig had ik die keuze niet, want dat betekent dat ik Ubbe had gemist. Het is nu echt ondenkbaar dat hij er niet is. Ik ben stapeldol op hem.

Maar nog een keer hier doorheen? Nee. Laat ons maar lekker met z’n drietjes gelukkig zijn. Ik mag in mijn handen knijpen dat ik een gezond kind heb gekregen. Dat is in mijn geval bijna een wonder, waar ik ontzettend dankbaar voor ben. Voor hetzelfde geld had ik geen groen licht gekregen om zwanger te worden en waren we met z’n tweeën gebleven. Wat had ik dan veel gemist. Alle stress, maar vooral ook al het geluk. De moeilijke tijd ligt achter ons. Ik ga nu vooral heel erg genieten.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.