Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Lisa beviel in de parkeergarage van het ziekenhuis: 'Daar hing ik, tussen de twee voorstoelen'

Eerst denkt Lisa (29) dat de bevalling van haar tweede nog niet zo opschiet, maar ineens gaat het sneller dan gedacht. 'Vlak voor het ziekenhuis moesten we nog stoppen om fietsers voor te laten en terwijl ik heel hard brulde, reden we eindelijk onder de slagbomen van de parkeergarage door.'

Advertentie

Lees ook: Eefjes bevallingsverhaal: ‘Met mijn handen probeer ik de baby tegen te houden’

Zwart voor mijn ogen

‘“Siri, bel mijn man!” Zo begon mijn eerste bevalling. Ik lag met 39 weken rustig op de bank en van het ene op het andere moment zag ik niets meer. Alles werd zwart voor mijn ogen, dus ik kon mijn telefoon nergens vinden. Achteraf bleek ik een acute vorm van zwangerschapsvergiftiging te hebben, zowel het HELLP-syndroom als pre-eclampsie.

Gelukkig was Xavi een gezonde baby, maar je kunt je voorstellen dat ik extra goed in de gaten werd gehouden toen ik voor de tweede keer zwanger was. Ik kreeg een medische indicatie en moest op tijd bellen als de weeën begonnen.

Lees ook: Alles over zwangerschapsvergiftiging

Opgelucht

Mijn tweede zwangerschap vond ik heel spannend omdat ik bang was dat de zwangerschapsvergiftiging zou terugkeren. Tijdens de zwangerschap heb ik, terwijl we op vakantie in Frankrijk waren, drie keer in het ziekenhuis gelegen en moest ik regelmatig bloedprikken en onderzoeken doen om te kijken of alles wel goed ging.

Ik had namelijk dezelfde symptomen als de eerste keer. Mijn handen tintelden en ik zag vlekken. Gelukkig heb ik het uiteindelijk niet gekregen, maar wat was ik opgelucht toen de bevalling begon.

Advertentie

Rommelen

Ook nu weer was ik 39 weken zwanger toen het begon te rommelen in mijn buik. Het stelde weinig voor, dus ik dacht: misschien zijn dit oefenweeën. Ik deed de afwas, speelde met Xavi (inmiddels 2) en kletste met mijn vader die nog even op bezoek kwam.

Na een uur besloot ik onder de douche te gaan om te kijken of de kramp zou wegtrekken. Mijn moeder zat op de omlaag geklapte toiletbril tegenover me nieuwsgierig te kijken hoe ik de weeën opving.

Lees ook: Weeën: welke soorten zijn er en hoe herken je ze?

Toch begonnen

Ik had daar nog een hele poos kunnen blijven staan, want echt pijn deed het niet, maar omdat er een duidelijke regelmaat in de kramp zat, besloten we de verloskundige toch te bellen. “Ze is nog heel relaxed,” zei mijn man Joni.

De verloskundige besloot om nog niet te komen, maar vlak daarna vroeg ik Joni om weer te bellen. Ik was wel erg nieuwsgierig of de bevalling nu écht begonnen was. 6 centimeter ontsluiting! Geen twijfel mogelijk. “Nu de auto in en naar het ziekenhuis,” zei de verloskundige. Zij stapte in haar eigen auto en reed achter ons aan.

Advertentie

Puffen op de busbaan

Tijdens de autorit van twaalf minuten werden mijn weeën steeds heftiger. Ik greep de handgreep boven mijn hoofd vast, terwijl Joni me ongerust aankeek en steeds harder ging rijden. De baby kan elk moment komen, schoot er door mijn hoofd.

Ik probeerde de kramp weg te puffen, maar op het moment dat ik het ziekenhuis zag, begonnen de persweeën. “Ze moet eruit!” riep ik. Joni schoot over de busbaan om tijd te winnen, maar we moesten meteen weer in z’n achteruit omdat de bus eraan kwam. Ik kreunde van ellende.

Vlak voor het ziekenhuis moesten we nog stoppen om fietsers voor te laten en terwijl ik heel hard brulde, reden we eindelijk onder de slagbomen van de parkeergarage door.

Één keer persen

Joni probeerde een plek te vinden met zo veel mogelijk privacy, maar ik riep: “De baby komt nu!” Gelukkig parkeerde de verloskundige haar auto meteen naast die ons en nadat Joni de deur opengooide, wurmde ik mezelf tussen de twee voorstoelen en hing daar met mijn gezicht naar de achterbank en mijn handen om de maxicosi geklemd.

Terwijl de verloskundige mijn broek naar beneden trok, riep ze dat ik mijn weeën moest wegpuffen, maar ik dacht: mooi niet! Eén keer persen en Elin werd geboren. Ze zat nog in de vliezen toen de verloskundige haar opving en de vliezen opentrok met haar vingers.

Lees ook: Vliezen gebroken, waar moet je op letten?

Komt goed

Joni had niet eens in de gaten dat zijn dochter al geboren was, want hij was driftig op zoek naar hydrofiele doeken in de achterbak. Van de zenuwen kon hij ze niet vinden en toen hij terugliep en zag dat Elin al geboren was, trok hij snel zijn T-shirt uit.

Zo rende hij met ontbloot bovenlijf, onze dochter in zijn armen, het ziekenhuis in, samen met een tweede verloskundige die te hulp was geschoten. “Het komt goed! Ik hou van je!” riep hij nog, maar ik voelde me plotseling zo bang. Ik had Elin nog helemaal niet horen huilen.

Naar mijn dochter

“Kun je je omdraaien?” vroeg de verloskundige. Met veel moeite hielp ze me uit de auto. Er kwamen twee beveiligers aangelopen met een rolstoel en het lukte ons nog net op tijd om mijn broek op te hijsen.

De navelstreng, met een schaar er nog aan, lag op mijn schoot en de kramp begon weer, omdat mijn placenta eruit moest. Dat voorbijgangers me in deze toestand zagen, maakte me niets uit. Ik wilde naar mijn dochter; zeker weten dat alles goed was.

Waar is mijn baby?

Het verdriet van mijn eerste bevalling kwam onverwachts terug. Na de geboorte van Xavi was ik zo vreselijk ziek dat ik hem de eerste twaalf uur niet kon vasthouden. Ik kreeg toen naast de zwangerschapsvergiftiging ook een fluxus (verlies van te veel bloed, red.). Mijn zoon voelde als een baksteen op mijn buik en ik kon ineens het licht niet meer verdragen, kreeg geen lucht en kon amper praten.

Ook ging ik steeds slechter zien en in no time stonden er acht extra verloskundigen, verpleegkundigen en artsen in de kamer op mijn buik te duwen om de bloeding te stoppen. Ik moest vervolgens in mijn eentje bijkomen in een verduisterde kamer. Nu was mijn baby wéér weg, terwijl ik haar zo graag tegen me aan wilde voelen, haar wilde ruiken en aaien.

Alles compleet

“Het gaat hartstikke goed met Elin,” stelde de verloskundige me gerust. “Ze heeft een Apgar-score van 9!” Ze had gebeld met haar collega in het ziekenhuis.

Toen we de verloskamer eenmaal binnenreden, stond Joni met de verloskundige bij Elin voor de afronding van het onderzoek. Ik werd op een bed gelegd en na een paar keer persen kwam de placenta. Joni legde Elin in mijn armen en terwijl ik naar haar keek, voelde alles compleet. Ze was warm en veilig bij mij.

Spoor van bloed

In de minuten daarna keken Joni en ik met verbazing naar elkaar en naar Elin. We hadden een baby en alles was zó snel gegaan. Na een kwartier dronk ze uit mijn borst en daarna mocht ik douchen en naar huis. Om 16.39 uur was Elin geboren, terwijl we om 16.35 uur de parkeer­garage in waren gereden – dat konden we terugzien op het parkeerkaartje.

“Heeft u een prettige bevalling gehad?” vroeg de baliemedewerker van het ziekenhuis. “Ja, hier beneden in de parkeergarage,” zei ik. “Ah, dat bent u!” riep ze enthousiast. “Heel bijzonder.”

Toen Joni en ik met Elin in de parkeergarage kwamen, zagen we dat er een bloedspoor naar onze auto liep. In de auto rook het naar vruchtwater en na lang boenen zit er nog altijd een grote vlek op de bijrijdersstoel. Dat vind ik een bijzonder aandenken.

Lees ook: 7x de gekste plekken om te bevallen

Bijzondere bevalling

Elin is inmiddels tien weken en ze is vrolijk en relaxed. Ze huilt nauwelijks, alleen als Xavi per ongeluk met een speelgoedauto tegen haar hoofd stoot. Als we de tijd hebben, beginnen we de dag met z’n vieren in bed. De kinderen met een flesje melk en wij met een kop koffie.

Elin is nieuwsgierig en helder. Xavi vindt het fantastisch om, als Elin in haar babygym ligt, al zijn speelgoed om haar heen op de grond te leggen. Hij is lief en zorgzaam voor zijn zusje.

Als ik ’s nachts in bed lig, zie ik nog vaak de slagbomen van de parkeergarage voor me. Dan krijg ik weer dat beklemmende gevoel: help, we gaan het ziekenhuis niet redden! Toch kijk ik terug op een bijzondere bevalling. Het parkeerkaartje heb ik in het plakboek van Elin geplakt. Het is een mooi verhaal en ik kan niet wachten om het haar later te vertellen.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Albertine Otten. Fotografie: Kim Krijnen

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.