Wonen in ecodorp
door

‘Maar wat wil je dan, in een commune wonen?’

Mariska en haar gezin verruilden hun huis voor een commune in Brabant. ‘Nee, het is geen vage hippiecommune, maar wel een plek waar mensen voor elkaar en de natuur zorgen.’

Leven met liefde voor de natuur en een touwtje in de brievenbus, zodat iedereen bij elkaar naar binnen loopt. Mariska (31) woont samen met haar man Wouter (35) en dochters Roos (5) en Cato (2) in een ecologische commune.

Advertentie

‘Laatst had Roos een tekening van een huis gemaakt. Op de deur stond een soort kruis. Ik vroeg aan haar wat dat was. “Het touwtje uit de brievenbus,” antwoordde ze. Voor haar is het de normaalste zaak van de wereld dat mensen spontaan in- en uitlopen. Soms heb ik uren het huis voor mezelf en een moment later heb ik zes kinderen over de vloer. Ik vind dat heerlijk. En ik geniet ervan als Roos en Cato samen de voedseltuin in rennen en precies weten waar de frambozen, kruisbessen en aardbeien hangen. Dan plukken ze hun handen vol fruit en zie ik ze smikkelen. Vol trots geeft Roos haar vriendjes een rondleiding door de tuin. Ik merk aan haar dat ze op haar manier stilstaat bij wat wij voor de natuur kunnen doen. Pas hoorde ik haar tegen een vriendinnetje zeggen dat het niet goed is voor de bomen als wij te veel autorijden. Dat was nadat ik haar had uitgelegd waarom wij óók als het koud is meestal de fiets pakken. En dan voel ik dat we de juiste beslissing hebben gemaakt om hier te gaan wonen.

Wouter en ik hadden alles. Een mooi, groot huis, een leuke baan en Roos, onze prachtige dochter. Kortom: alles erop en eraan. Maar als jonge moeder voelde ik me eenzaam. Iedereen in de buurt leefde z’n eigen leven achter de schutting, onderling contact was er weinig. Voor speelafspraken moest de agenda worden getrokken. Ik werd bijna dertig, dat voelde als een keerpunt. Ik merkte dat ik ‘iets’ goeds wilde doen voor de toekomst. Maar hoe of wat, dat wist ik niet. Ik dacht steeds vaker aan de spreuk ‘it takes a village to raise a child’. Oftewel: een kind voed je samen op, met de gemeenschap. Een mooi uitgangspunt, dat ik miste in ons dagelijks leven.

Wifi & de natuur

Ik besprak dit met Wouter, die me vroeg: “Maar wat wil je dan, in een commune wonen?” Misschien wel ja, dacht ik. Niet in een vage hippiecommune, maar wel op een plek waar mensen voor elkaar en de natuur zorgen. Ik googelde en kwam terecht op een site over Ecodorp Boekel. Ik las dat er plannen waren om duurzame huizen te bouwen in een soort mini-dorp dat grotendeels zelfvoorzienend zou worden. Dat sprak me aan, ik wilde immers meer contact met de mensen om me heen én iets goeds doen voor de komende generaties. Direct de volgende dag gingen we naar het terrein en kregen we een rondleiding. Ik vond het meteen tof. Het bood de mogelijkheid om te leven in verbinding met elkaar en de natuur, maar wel in 2020. Moderne huizen dus, met wifi en vloerverwarming. En voor ieder gezin een woning, maar wel met gemeenschappelijke ruimtes. Een beetje zoals de dorpen van vroeger, waar iedereen bij elkaar binnenliep. Precies dat saamhorigheidsgevoel, daar was ik al een tijd naar op zoek.

ecodorp

Containerloft

Twee jaar geleden verkochten Wouter en ik ons huis. Het was toen nog niet zeker of het ecodorp echt gebouwd ging worden, dat hing af van het rondkrijgen van de financiering. En tóch namen we de gok. Het was niet eng om ons huis te verkopen, het voelde eerder als een bevrijding. We zaten niet meer vast aan een woning en hypotheek. Alle huizen in het ecodorp zijn huurwoningen, ik vond het wel fijn om geen grote lening meer te hebben.

Eerst woonden we een maand in een vouwwagen op het terrein. Onze jongste dochter Cato was toen net twee maanden oud. Met een baby in een vouwwagen wonen klinkt verre van ideaal, toch ging het verrassend goed. Het was heel basic, maar daardoor besefte ik hoe weinig ruimte je eigenlijk nodig hebt. Tegen het eind van die maand – het was september – werden de nachten wel kouder, dus ik was blij dat we toen in onze containerwoning gingen wonen. We kozen er bewust voor om meteen op het terrein te gaan wonen en niet te wachten tot ons huis af was. Het is fijn om alvast de mensen te leren kennen met wie je straks gaat wonen en om nauw bij de bouwplannen betrokken te zijn.

Momenteel wonen we met dertig volwassenen en dertien kinderen op het terrein, ieder gezin in een containerwoning. Onze woonunit is zestig vierkante meter. Het is een soort vakantiehuisje. We hebben alles: een woonkamer, badkamer, keuken en slaapkamers. De kinderen slapen samen in één kamer, dat vinden ze gezellig. In de winter wordt het hier binnen wel snel koud, dus ik kijk uit naar het goed geïsoleerde huis waar we over een jaar in gaan wonen.

Ontspullen

Ons vorige huis was veel groter, dus toen we hierheen kwamen heb ik veel spullen weggedaan. We hebben veel dingen waarvan we denken dat we er gelukkig van worden, maar geluk zit voor mij niet in een groot huis met veel spullen. Dat wil ik mijn kinderen ook meegeven: dat het niet normaal is dat alles maar onbeperkt voorhanden is. Zoals in de winter ingevlogen aardbeien kopen. Maar eerlijk is eerlijk: daar dacht ik vroeger ook niet veel over na.

Sinds ik met het ecodorp bezig ben, is er een ommezwaai in mijn bewustzijn gekomen. Ik koop veel minder kleding en andere spullen, en wat ik koop is vaak tweedehands. Mijn dochters hebben zo veel mogelijk houten speelgoed of spullen van de kringloopwinkel. En na sinterklaas keken we naar hun speelgoed: waar speelden ze niet meer mee? Daar kunnen we dan andere kinderen blij mee maken. Ik probeer Roos en Cato bewust bij te brengen: wat heb je nu echt nodig en waar word je blij van? Dat snapt vooral Roos al goed. Toen we spullen naar een goed doel brachten, zei ze: “Dat voelt fijn! Ik speel er niet mee en zij wel.”

ecodorp

Pizza iemand?

Zelf ben ik niet heel milieu-bewust opgevoed. Wel was ik altijd al graag in de natuur met mijn paard. En ik had een heel warm contact met mijn oma en tante. Dat familiegevoel vond ik fijn. Toen ik later als student met twaalf huisgenoten woonde, vond ik dat ideaal: ik had mijn eigen plekje, maar kon ook met anderen samen zijn als ik wilde. Daar heb ik echt van moeten afkicken toen Wouter en ik met z’n tweeën gingen samenwonen. Ik ben blij dat ik dat saamhorigheidsgevoel nu terug heb. Dan krijg ik een mailtje van een andere bewoner dat de pizza-oven die avond aangaat, heeft er iemand zin om mee te eten? Of ik vergeet de was uit de wasmachine te halen in onze gemeenschappelijke ruimte en dan heeft een buurvrouw dat al voor mij gedaan. Iemand is ziek en de rest doet boodschappen voor diegene.

Toen Cato een baby was, nam een buurvrouw weleens Roos onder haar hoede zodat ik me even alleen op de kleine kon richten. En dan is er nog de handige buurvrouw die heel lief voor iedereen fietsen repareert. Alles zonder ‘voor wat, hoort wat’ en zonder dwang. Wil je gezellig samen zijn, dan kan dat. Wil je dat niet: ook prima. Dan haal je je touwtje even uit de brievenbus. Ik denk dat dat een misvatting is over woonvormen zoals die van ons: dat je geen eigen leven of privacy meer hebt. Of dat het heel zweverig is of juist dwingend, met strenge regels. Dat is echt niet zo. Wouter en ik rijden gewoon nog auto en niemand kijkt ons daarop aan. Bijna iedereen heeft een auto, want ons ecodorp is helaas niet goed met het ov bereikbaar. Uiteindelijk willen we graag auto’s met elkaar delen.

Ik raak ook geïnspireerd door onze medebewoners, zo heb ik buren die hooguit één vuilniszak aan afval per jaar produceren. Ik wil onze ecologische voetafdruk verkleinen, maar toch comfortabel leven. Onze twee auto’s hebben we dus vervangen door een kleine auto en een bakfiets. Ook koop ik geen in plastic voorverpakt eten meer, maar dat betekent niet dat we nooit een frietje gaan halen. Je hoeft echt niet in een lemen hut zonder elektriciteit te wonen met je voeten in de klei om meer contact te hebben met de natuur.

Meebouwen

Twee maanden geleden is de bouw van de huizen begonnen. Er worden dertig duurzame en klimaatvriendelijke huizen gebouwd en zes mantelzorgwoningen. Ook komen er twee boomhutten, een kunstenaarsverblijf en een buurthuis. Verder leggen we een voedseltuin en voedselbos aan, en er komen kippen en varkens. Het is de bedoeling dat we straks voor zo’n zeventig procent zelfvoorzienend zijn qua voeding. Voor de wc’s en wasmachines wordt regenwater gebruikt en we leggen een ecologische waterzuivering aan. Ik ben actief binnen de bouwvergadering met de architect en aannemer en wil heel graag ook een dag in de week meehelpen op de bouw. Het is leuk om juist in deze opbouwende fase al betrokken te zijn. Ik heb gemerkt dat ik stoerder ben dan ik dacht. Zo geef ik ook presentaties over ons ecodorp, terwijl ik vroeger zenuwachtig werd van spreken in het openbaar.

ecodorp

Pionieren

Soms kom ik mezelf hier wel tegen. Dan werken er zes mensen in de tuin, en heb ik al een hoop andere dingen gedaan en voel ik me toch schuldig dat ik even niets doe. Ik heb moeten leren grenzen aan te geven. Om soms gewoon in een tuinstoel een boek te lezen zonder bang te zijn dat er meteen over me wordt geoordeeld. Want dat gebeurt helemaal niet, dat idee zat in mijn hoofd.

Ik wil Roos en Cato laten zien dat ze niet bang moeten zijn om hun hart te volgen. Mijn man en ik zijn het avontuur aangegaan, we kozen voor een manier van leven die niet gangbaar is. Maar er kunnen zo veel mooie dingen ontstaan als je je gevoel volgt. Niet voor niets hebben mensen op hun sterfbed vaak spijt van de dingen die ze níet hebben gedaan en dat ze niet voor zichzelf kozen. Met mijn baan als lerares in het basisonderwijs was ik al gestopt toen Roos een jaar was, en het ecodorp liet me ontdekken dat mijn kwaliteiten juist zitten in het begeleiden van groepsprocessen en conflicthantering. Dat heeft me doen besluiten coach en mediator te worden. Ik weet nu dat ik moet varen op mijn vertrouwen, al weet ik niet wat de uitkomst wordt. We zijn pioniers en daar ben ik best trots op.’

Nieuwsgierig? Kijk op ecodorpboekel.nl voor alle updates

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Anne Broekman, Fotografie: Brenda van Leeuwen, Visagie: Minke Boeijen.