Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

De raarste trends op het gebied van ouderschap in de afgelopen 100 jaar

Zodra je in verwachting bent, word je bedolven onder de goedbedoelde adviezen. Ineens heeft iedereen een mening over wat je beter wel en niet kunt doen. Best vervelend, maar wist je dat het vroeger nog een tikkeltje erger was?

Hier een aantal bizarre adviezen die zwangere vrouwen en moeders vroeger kregen.

Advertentie

1. Geen geknuffel

Tegenwoordig weten we dat fysiek contact heel belangrijk is voor baby’s, maar vroeger was dit wel anders. Sterker nog: rond 1910 werd geadviseerd om je baby zo min mogelijk vast te houden. De reden? Kinderen zou te ‘verwend’ worden als ze vaak werden aangeraakt. Ouders deden daarom tot de jaren twintig hun best om hun kinderen zo min mogelijk te knuffelen en zoenen.

2. Het vermijden van ‘zachtaardige’ namen

Ouders kregen vroeger een wel heel opmerkelijk advies bij het kiezen van een babynaam. Volgens experts was het beter om namen te vermijden die te ‘zachtaardig’ waren. Sommige namen zouden niet ‘stoer’ genoeg zijn, ongeacht de persoonlijkheid van het kind.

3. Zindelijkheidstraining voor baby’s

In de jaren dertig kregen ouders het advies om al direct na de geboorte van hun kind te beginnen met zindelijkheidstraining. Zélfs als dat betekende dat ze hun kind twintig keer per dag boven een potje moesten houden. Verrassend genoeg kwam dit advies van de Amerikaanse overheid.

4. Lekker schreeuwen

Zodra je baby begint te kruipen is het noodzaak om je huis babyproof te maken. Bizar genoeg werd ouders geadviseerd dit vroeger niet doen, omdat het een teken zou zijn van ‘luiheid’. In plaats daarvan moesten ze net zolang tegen hun kinderen schreeuwen tot ze zouden begrijpen dat bepaalde gebieden een no-go waren.

5. Huilen als oefening

Blijft je baby maar huilen? Probeer er niet achter te komen wat er aan de hand kan zijn, maar loop gewoon weg. Tenminste, dat werd in de jaren vijftig getipt. Een flinke huilbui werd gezien als een goede ‘oefening’ voor het kind en daarom was het beter als ouders baby’s tijdens het huilen met rust lieten.

6. Niet reizen

Tegenwoordig zijn veel zwangere vrouwen vlak voor hun bevalling nog druk in de weer, maar vroeger was dit wel anders. In 1935 kregen vrouwen het advies om tijdens hun zwangerschap niet te reizen met een auto, trein of het vliegtuig.

7. Blije gedachtes

24/7 blij zijn: het klinkt bijna onmogelijk, maar toch werd dit rond 1910 van zwangere vrouwen wel verwacht. Sterker nog: zwangere vrouwen mochten helemaal geen negatieve gedachtes hebben. Hadden ze dit wel, dan was de kans groot dat ze een lelijke baby zouden krijgen.

8. Oók na de zwangerschap

Blije gedachtes waren niet alleen tijdens de zwangerschap belangrijk, maar ook na de bevalling. In 1916 kregen moeders te horen dat ze tijdens het geven van borstvoeding absoluut niet boos mochten zijn of negatieve gedachtes mochten hebben. Hadden ze dit wel, dan kon hun kind last krijgen van krampjes.

9. Een badje vol vet

Tegenwoordig hebben we allerlei speciale douche- en badproducten om de gevoelige huid van een baby te verzorgen, maar vroeger was dit wel anders. Rond 1900 werd gedacht dat reuzel (gesmolten varkensvet) hét beste ingrediënt was om de huid van de baby te verzorgen. Veel ouders gebruikten dit dan ook in het badje van hun baby.

10. Alleen maar rechtshandigen

Of je kind rechts- of linkshandig wordt, kun je niet afdwingen. De meeste kinderen ‘kiezen’ rond hun derde jaar of ze rechts- of linkshandig zijn. In de jaren twintig hadden kinderen echter geen keuze. Omdat er werd gedacht dat het beter was om rechtshandig te zijn, gebruikten leraren speciale beugels om linkshandige kinderen weer rechts te maken.

11. Een strikt schema

Elke baby’s heeft natuurlijk zijn eigen schema als het gaat om voeden en slapen. Maar in de jaren twintig adviseerden experts om elke baby hetzelfde schema te laten volgen als het ging om voeden. Zelfs als dit betekende dat je je baby meerdere keren in de nacht wakker moest maken.

12. Kinderen in kooitjes

Om te zorgen dat baby’s genoeg frisse lucht kregen, werden ze vroeger in een soort babykooien gedaan. Deze babykooien waren vooral in – daar zijn ze weer – de jaren twintig een grote hit in steden in Amerika. De kooien werden aan hoge gebouwen gehangen zodat kinderen niet alleen frisse lucht kregen, maar ook nog eens een angstaanjagend uitzicht.

13. De ‘Tot Cot’

Reizen is voor veel mensen stressvol, laat staan als je een baby bij je hebt. In 1958 kwam iemand daarom met een reisgadget die het leven van ouders makkelijker moest maken, de zogeheten Sky Cot. Eigenlijk was deze uitvinding niet meer dan een wiegje die in de lucht ‘hing’. Zo hoefde je niet zelf met je baby op schoot te zitten, maar had je hem wel dicht genoeg in de buurt.

Auteur: Erandi Godinez – Bron: Healthyway.com – Beeld: Shutterstock