roze wolk
door

Soms gaat het anders: ‘Door het gemis, donderde ik van mijn roze wolk’

De moeder van Rolinda (25) stierf toen ze een tiener was. Het gemis was er altijd. Maar toen ze zelf zwanger werd van zoon Sevano (tien maanden), werd dat gevoel alleen maar sterker. En ze had ook nog zoveel willen vragen.

‘Als Sevano lekker ligt te slapen, kan ik uren naar hem kijken. Dan vult mijn moederhart zich met trots. Vaak vraag ik me af: vond mijn moeder het ook zo heerlijk om naar haar slapende kind te kijken? En werd zij er ook gelukkig van als haar kind lachte? Iedereen – mijn vader, oma, tantes – kan vertellen hoe zij het moederschap ervaarde. Maar ik wil niet dat een ander het antwoord voor mijn moeder geeft. Ik wil het van haar zélf horen. De afgelopen jaren wist ik me goed te redden zonder mijn moeder. Maar nu ik zelf moeder ben, mis ik haar meer dan ooit.

Zonder haar

Vijftien was ik toen mijn moeder overleed. Ik herinner me niet anders dan dat ze ziek was. Op mijn negende kreeg ze borstkanker. Na een behandeling werd ze schoon verklaard, maar een paar jaar later kwam de kanker terug. Mijn moeder was een vechter, ze weigerde de strijd op te geven. Maar uiteindelijk mocht het niet baten. Na haar overlijden, dacht ik: nu wordt alles anders. Ik was intens verdrietig en huilde mezelf ’s avonds vaak in slaap. Hoe kon ik verder zonder mijn moeder? Wat moest ik zonder haar? Naarmate de tijd verstreek, kreeg het verlies langzaam een plek. Ik moest door, samen met mijn vader en drie jongere zusjes – we hadden geen keuze.

Mijn vader bleef werken en mijn zusjes en ik namen het huishouden op ons. Praktisch gezien redden we het prima, emotioneel was het een ander verhaal. Even samen praten, lachen, kletsen over onbenullige dingen zoals we vroeger altijd deden, kon niet meer. Nooit meer. Dat besef hakte er diep in. Mijn vader probeerde er zo goed mogelijk voor ons te zijn en deed leuke dingen met ons. Over onze gevoelens spraken we niet veel, hij is een man van weinig woorden. Als ik mijn hart wilde luchten, ging ik naar mijn oma. Ook zij had haar moeder als tiener verloren en begreep hoe ik me voelde.

Samen naar de echo

Een paar maanden na het overlijden van mijn moeder kreeg ik verkering met Edwin. Dat ze hem niet kon ‘keuren’, knaagde aan me. Ze had altijd een sterke mening gehad over mijn vriendjes. Mijn familie gaf hem gelukkig een warm welkom. We groeiden steeds dichter naar elkaar toe, onze relatie werd hechter. Vier jaar later trouwden we en werd ik zwanger. Ongepland, maar de baby was voor ons allebei zeer welkom. Toen ik de positieve test in handen had, voelde ik me gelijk een moeder. Maar na zeven weken kreeg ik een miskraam. Ik was er kapot van. Ik wilde graag opnieuw zwanger worden, die wens was heel sterk. Ik werd opnieuw zwanger, maar kreeg weer een miskraam. En daarna nog een. Ik was bang dat een kind me niet gegund was. Tips voor lichamelijk en psychisch herstel na een miskraam.

Gelukkig leek het de vierde keer wél goed te gaan. Door mijn medische geschiedenis moest ik vaak naar het ziekenhuis voor een echo. Altijd ging Edwin mee. “Waarom vraag je Tirza niet een keer mee? Dat zou ze zo leuk vinden,” zei mijn vader. Ik had er erg aan moeten wennen, toen hij een paar jaar na het overlijden van mijn moeder een relatie kreeg met zijn huidige vrouw. Tirza is vijftien jaar jonger dan mijn moeder en een ander type. Ik dacht terug aan wat mijn moeder vlak voor haar dood had gezegd: “Als je vader een nieuwe vrouw krijgt, wees dan aardig voor haar. Ze vervangt mij niet, maar is er wel om je vader gelukkig te maken.” Het heeft me uiteindelijk geholpen om hun relatie te accepteren.

Tirza en ik gaan goed met elkaar om, ze is een lieve vrouw. Maar haar meenemen naar de echo’s? Er was maar één persoon, buiten Edwin, met wie ik dat intieme moment wilde delen. En dat was mijn moeder. Als mijn moeder de baby niet kon zien, dan gunde ik het anderen ook niet. Mijn vader verplaatste zich niet in mij en bleef zijn vraag herhalen. Dat vond ik moeilijk. Waarom begreep hij niet hoe ik me voelde?

Zoveel willen vragen

Nadat ik het eerste trimester goed was doorgekomen, kon ik pas echt ontspannen en genieten van mijn zwangerschap. Met een zwart randje, dat wel. Ik vond het moeilijk dat ik mijn moeder niet kon vertellen dat ze voor het eerst oma werd. Ze zou trots zijn geweest, natuurlijk, maar hoe zou ze precies gereageerd hebben? Vlak voor haar dood zei ze dat ze nog een boekje voor mij en mijn zusjes zou maken over haar zwangerschappen, voor later. Het is er nooit van gekomen. Zo jammer, het was goud waard geweest.

Ik had haar zo veel willen vragen: had zij ook buikpijn gehad en was ze ook zo misselijk geweest, in het begin van de zwangerschap? Mijn vader kan zich weinig van die tijd herinneren. Mijn oma wist te vertellen dat mijn moeder veel vocht had vastgehouden. Op foto’s zag ik dat mijn moeder een flinke buik had. Ook ik kwam behoorlijk aan en had, net als zij, veel striae. Niet iets om trots op te zijn, maar ik vond het fijn te weten dat ik op haar lijk.

Weg roze wolk

Na bijna 42 weken werd onze zoon Sevano geboren. Via een spoedkeizersnee, want hij was niet voldoende ingedaald en bij elke wee daalde zijn hartslag. Eenmaal thuis, vertrouwd in mijn eigen bed met hem aan mijn borst, kwamen de tranen. Bam, in een keer viel ik van die roze wolk. Het gemis van mijn moeder, dat door alle emoties rondom de bevalling naar de achtergrond was verdwenen, kwam in alle hevigheid terug. Mijn tantes, nichtjes, mijn schoonfamilie: iedereen wilde langskomen om de baby te bewonderen. Dat vond ik zwaar. Mijn moeder had trots aan mijn bed moeten zitten met haar kleinzoon in haar armen. Met haar had ik willen kletsen over mijn pijntjes, mijn gevoelens, mijn mooie kind. Mijn zusjes wisten weinig van baby’s – ik was de eerste van ons met een kind. Maar zij boden, net als Edwin, een luisterend oor. Dat was fijn. Ze konden mijn moeder niet vervangen, maar hun steun vulde wel de leegte op.

Voor altijd

Sevano is nu tien maanden en het gemis van mijn moeder wordt alleen maar groter. Ik wil zo graag weten hoe zij met haar onzekerheden omging. Waarom vond zij het belangrijk dat ik naar de peuterspeelzaal ging? En vond zij het ook zo moeilijk om haar kind uit handen te geven? Ik wil het beste voor mijn zoon. En ik denk dat mijn moeder mij het beste advies had kunnen geven. Ik heb lieve vriendinnen en natuurlijk mijn zusjes bij wie ik altijd terecht kan. ‘Wij zijn elkaars moeder,’ zeggen mijn zusjes en ik weleens tegen elkaar. Maar de onvoorwaardelijke liefde en het vertrouwde gevoel dat alleen een moeder haar kind kan geven, dat kunnen we elkaar niet bieden. En juist dat mis ik. Dat is moeilijk en doet me beseffen dat ik er des te meer als moeder voor Sevano wil zijn.’