Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Soms gaat het anders: 'Hij mag niet denken dat hij een B-keuze is'

De echo’s wezen uit: het is een meisje. O nee, toch niet. En dat kan Laura (29) maar slecht verkroppen.

‘Tot de dertiende week in mijn zwangerschap had ik geen uitgesproken voorkeur voor het geslacht van onze baby. Job en ik waren allang blij dat het zo snel was gelukt en hoopten, zoals iedere ouder doet, op een gezond kind. We hadden op dat moment drie jaar een relatie en waren net een half jaar getrouwd. Vrij snel nadat ik stopte met de pil werd ik zwanger en we konden ons geluk niet op. Ik was wel heel nieuwsgierig wat het zou worden. Zwanger zijn van een baby zonder te weten of het een jongetje of een meisje was, vond ik killing. Dus toen ik hoorde dat ik al bij dertien weken een pretecho kon laten maken, aarzelde ik geen moment. Dan zou ik weten of het een zoon of een dochter werd. Mijn moeder, van wie ik mijn nieuwsgierigheid heb geërfd, wilde mee. Job bleef thuis, hij wilde zich liever tijdens de bevalling laten verrassen, zei hij. Al wist hij ook wel dat dat heel lastig zou zijn, met mij als vrouw. Maar ik beloofde mijn best te doen om het geheim te houden.

Advertentie

Geen twijfel

Ik vond het magisch om op een tv-scherm een knipperend bolletje, mijn kind, te zien ‘zwemmen’. Maar het was helemaal bijzonder om te
horen wat we zouden krijgen. “Ja hoor, een dochter!” zei de echoscopist triomfantelijk. Ik had even ervoor verteld dat ik een sterk voorgevoel had in die richting. In Jobs familie worden veel meiden geboren. We hebben zeven nichtjes en maar één neef. Mijn moeder en ik waren compleet door het dolle. We hebben een enorm sterke moeder-dochterband, hoe leuk zou het zijn als we er een derde generatie aan toevoegden? “Oh mam, je krijgt een kleindochter,” riep ik. Mijn moeder glunderde van oor tot oor. Diezelfde middag shopten mijn moeder en ik roze rompertjes, leggings, jurkjes en een wit lakentje met roze sterren. Ik twijfelde geen seconde aan de bevindingen van de echoscopist. Ze had gezegd dat ze voor 75 procent zeker was van de uitslag, dat leek me voldoende. Toen ik thuiskwam, zag Job aan de overdaad aan roze kleding natuurlijk meteen wat het geslacht van onze baby was. Gelukkig werd hij niet boos dat ik het niet voor hem verborgen had gehouden. Hij stond er vooraf ook heel neutraal in. Jongen of meisje, het was hem om het even. Maar nu vond hij het toch wel stoer dat hij straks vader zou zijn van een dochter.

Alles roze

Het liefst had ik meteen een roze Bugaboo besteld en de babykamer al helemaal roze ingericht, maar Job was zo verstandig om me daarin af te remmen. Voor hem was 75 procent geen onomstotelijk bewijs, hij wilde eerst meer zekerheid. Die kwam drie weken later. Mijn verloskundige wist dat ik erg nieuwsgierig was naar het geslacht en had al bij een van mijn eerste consulten aangeboden om bij zestien weken nogmaals een echo te maken. “Dan weet je meteen wat je krijgt,” had ze gezegd. Nou wist ik dat al door de pretecho, maar ik vond het erg leuk om het nog een keer bevestigd te krijgen, dit keer waar Job bij was. Ook uit deze echo bleek: een meisje. Voor mij was dat het startsein om helemaal los te gaan voor de babyuitzet. Ik kocht de schattigste roze lakentjes, slabbetjes en kruikhoezen en nam het roze babybadje over van een vriendin. Elke keer als ik wakker werd, dacht ik: er is iets leuks… o ja, ik krijg een dochter! Ik praatte zelfs tegen haar, waarbij ik haar Benthe noemde, de naam waar Job en ik het al snel over eens waren.

In de war

Toch was Job nóg steeds niet honderd procent overtuigd. Ik weet niet waarom. Misschien een voorgevoel? Vier weken na de laatste echo werden we doorgestuurd naar het ziekenhuis. Bij Job in de familie komen nierproblemen voor. Met een medische echo zouden ze kunnen zien of ons kind dit misschien ook had. Tijdens de echo vroeg de arts die het onderzoek uitvoerde of we het geslacht al wisten. Trots antwoordde ik: “Ja, we krijgen een meisje!” De arts ging met het echoapparaat over mijn buik, deed dat nog een keer en nóg een keer en toen werd het stil. Ik schrok en vroeg hem of er misschien iets mis was met onze dochter. Had ze iets aan haar nieren? “Nee, dat niet,” zei hij aarzelend, maar er was wél iets anders verkeerd gegaan. Zowel de dertienweken- als de zestienwekenecho was volgens hem verkeerd beoordeeld. Zei dat ik met 99 procent zekerheid zwanger was van een zoon. Hij zag duidelijk een piemeltje. Ik was in de war en riep dat ik dat niet kon geloven. Van schrik sprongen de tranen in mijn ogen. Daar zat ik dan, met een overbodige roze uitzet en een vervlogen roze droom. De hele terugweg naar huis heb ik gehuild. Job begreep wel dat ik teleurgesteld was, maar vond dat ik erg overdreven reageerde. We kregen er zelfs ruzie over. Ik was zwanger van een prachtig compleet en gezond mensje, dus ik moest blij zijn, vond hij. Natuurlijk was ik gelukkig dat ons kind geen ernstige nierkwaal had en volledig gezond was. Maar hoe ik mezelf ook probeerde op te peppen, ik bleef teleurgesteld.

Raceauto’s

Ik besloot mezelf wat tijd te gunnen om de omschakeling te maken. Inmiddels ben ik 33 weken zwanger en ik vind het nog steeds lastig te
accepteren. Ik heb geen echte reden waarom ik geen zoon zou willen, maar vind het lastig erin te berusten dat ik nu geen dochter krijg. Dat durf ik alleen aan niemand te vertellen. Ook al weet ik zeker dat er meer vrouwen zijn die net als ik verlangen naar een bepaald geslacht en begrip zullen hebben voor mijn reactie. Maar ik wil niet dat onze zoon opgroeit met het idee dat hij een B-keuze is. Dat hij later denkt: ik had eigenlijk een meisje moeten zijn. Ik weet zeker dat ik veel van hem zal gaan houden en dat ik gelukkig met hem ben als hij straks geboren is. Maar een naam verzinnen lukt me nog steeds niet. Bij alles wat Job aandraagt, haak ik af. Misschien wel omdat ik de baby al een tijdje Benthe noemde. Het lukt me niet om nu om te schakelen naar Jip of Merijn. Het merendeel van de roze kleertjes en uitzet kon ik gelukkig terugbrengen of omruilen voor de jongensvariant. Ik kreeg begrip van het winkelpersoneel. Ook de babykamer is inmiddels een stuk neutraler. Toch moet ik elke keer als ik er binnen kom, even slikken. Weg zijn alle roze knuffelberen en rompertjes. Daarvoor in de plaats hangt er nu een mobile met raceauto’s, een cadeau van Jobs autogekke vader die na drie kleindochters dolblij is met het vooruitzicht van een
kleinzoon.

Volgende keer

Ons eerste kind moet nog geboren worden, maar in mijn hoofd ben ik stiekem al bezig met een tweede. Hoewel ik altijd dacht dat we het voorlopig bij één kind zouden houden, weet ik nu zeker dat ik een half jaar na de bevalling weer zwanger wil worden. Ik heb gelezen dat je, om een meisje te krijgen, drie tot vijf dagen voor je eisprong moet vrijen, omdat dat een grotere kans op een dochter geeft. Misschien zijn het bakerpraatjes, maar ik denk toch dat ik het ga proberen.’