Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Soms gaat het anders: 'Mijn buik was zo dik dat een normale echo niet lukte'

Jolyn (25) was al een stevige puber. Ze werd steeds dikker, tot ze morbide obesitas had. Toen ze moeder werd, besloot ze dat ze moest afvallen.

‘Mijn moeder was altijd bezig met haar gewicht, ze volgde het ene dieet na het andere. Dan hield ze zich bijvoorbeeld tien weken aan een ziekenhuisdieet en at ze alleen eieren, sla en geroosterd brood. Daar viel ze prima van af, maar als ze daarna weer normaal ging eten, kwam ze weer aan. Met mijn moeder als voorbeeld werd ik in de puberteit ook dikker: ik volgde diëten, viel af, maar kwam daarna weer dubbel zo hard aan. Op mijn negentiende leerde ik mijn man kennen. Ik woog toen 95 kilo en was gezet. Mijn man viel op mijn ogen, hij vond het niet erg dat ik wat forser was. We gingen vaak uit eten en op vakantie aten we als we honger hadden. En honger had ik altijd. Bewegen deed ik eigenlijk niet. We hadden twee auto’s, dus waarom zou ik de fiets pakken? Als ik niet goed in mijn vel zat, bijvoorbeeld omdat ik ongesteld moest worden, at ik chocola. Als ik me goed voelde, at ik ook. Een kaasplankje met een wijntje erbij: mijn man werd er niet dik van, ik wel. Op mijn tweeëntwintigste werd ik zwanger. Omdat ik 130 kilo woog en een BMI had van 40 – dat is morbide obesitas – had ik een hoog-risico zwangerschap. De twintigwekenecho werd gedaan in het ziekenhuis, omdat mijn buikwand zo dik was dat het echo-apparaat van de verloskundige er niet doorheen kwam. Tijdens mijn zwangerschap was ik alleen maar ziek. Ik hield niets binnen, zelfs geen kopje thee. Ik werd twee keer opgenomen in het ziekenhuis, omdat ik was uitgedroogd. Door mijn overgewicht kreeg ik zwangerschapsdiabetes. Om die reden werd Sophie met 38 weken via een keizersnee geboren. Ze woog 3400 gram, wat eigenlijk te zwaar is voor een baby van 38 weken. Na de zwangerschap bleek dat ik door al dat spugen elf kilo was afgevallen. Yes, nu moest ik doorgaan! Maar dat lukte niet. Een vriendin had tegelijk verlof en we brachten die regenachtige herfst en winter veel samen door, zittend op de bank met onze baby’s, een filmpje en een schaal hapjes.

Advertentie

Naar de dikkemensenwinkel

Langzaam werd ik steeds dikker. Zelf zag ik dat niet, ik wilde het niet zien. Als iemand zei dat ik te dik was, ging ik juist meer eten. Bovendien: ik was toch gelukkig? Ik had een man die van me hield, ik had een kind en ik at wat en wanneer ik wilde. Waarom zou ik dat geluksgevoel verstoren door streng te gaan diëten? Natuurlijk wist ik toen ook al dat ik diep vanbinnen helemaal niet zo gelukkig was. Ik was onzeker en had een laag zelfbeeld. Als ik kleding wilde kopen, moest ik naar een dikkemensenwinkel, want ik had broekmaat 52. Daarbij paste ik nog maar moeilijk in stoelen in restaurants en moest ik mezelf omhoog duwen om te voorkomen dat ik bleef steken. Daar werd ik verdrietig van. Als ik dat nu vertel, schaam ik me. Terug op mijn werk zag ik dat mijn collega, die voor mijn verlof ook 130 kilo woog, met de hulp van een diëtiste maar liefst 35 kilo was afgevallen. Ze zei: “Als ik het kan, kun jij het ook.” Ik antwoordde dat ik na mijn vakantie wel een afspraak met een diëtist zou maken, maar zij zei: “Als je het wilt, moet je het niet uitstellen, maar nu bellen.” Ze had gelijk en ik belde. Bij de diëtiste bleek ik 132,5 kilo te wegen. Met mijn lengte van 1.80 meter had ik daarmee een BMI van 42. Als ik zo zou doorgaan, zou ik na een jaar zeker 150 kilo wegen. De diëtiste liet me inzien dat mijn eetpatroon verkeerd was. Ik at ’s morgens een cracker en ’s middags twee boterhammen. Om een uur of vier kreeg ik vaak geweldige honger en ging ik snoepen. ’s Avonds at ik normaal, maar wel veel te veel vlees. En later op de avond kwamen de lekkere hapjes: chips, toastjes, kaas. Ik moest mijn leefpatroon omgooien en wel nu. Sophie was op dat moment tien maanden en at al met de pot mee. Ik wilde dat zij gezond at en hoe dan ook voorkomen dat ik haar een verkeerd beeld over gezond eten zou meegeven. Bovendien wilde ik dat ze een moeder had die met haar kon meespelen, niet een moeder die door haar omvang niets kon. De diëtiste raadde me aan om elke dag drie maaltijden te eten en drie gezonde tussendoortjes in de vorm van fruit of een koekje. Als lunch mocht ik drie boterhammen eten en ’s avonds gewoon warm, maar met minder vlees. Daarnaast raadde de diëtiste me aan op te schrijven wat ik at, waar ik at en hoe ik me voelde tijdens het eten. Daardoor werd ik me bewuster van mijn eetpatroon. En als je bewuster eet, eet je langzamer, kauw je goed en proef je veel meer. Ik genoot meer van eten dan ooit tevoren.

Vluchten in het sporten

Een half jaar nadat ik mijn eetpatroon omgooide, woog ik 109 kilo. Ik zat steeds lekkerder in mijn vel, kon leukere kleren kopen. Eerlijk gezegd ging het vrij makkelijk. Ik mocht nog best veel eten, genoot ervan en viel nog af ook. Als ik naar een verjaardag ging, at ik óf taart óf hapjes. Maar niet allebei. Ik werd opnieuw zwanger en bleef, in overleg met de gynaecoloog, afvallen. Ook deze keer kreeg ik zwangerschapsdiabetes, en Jasmijn kwam na 37 weken via een keizersnee ter wereld. Ze woog 2800 gram, wat prima was bij 37 weken. Na die zwangerschap woog ik 99 kilo. Ik sprong een gat in de lucht: onder de 100! Ik had met de diëtiste afgesproken dat ik zou gaan sporten als ik minder dan 100 kilo zou wegen. Zes weken na de bevalling ging ik naar de sportschool met een oude foto onder mijn arm. “Hier kom ik vandaan, dat wil ik nooit meer. Vertel maar wat ik moet doen,” zei ik tegen mijn trainer. Ik ben cardiotraining gaan doen en later bodypump. In die tijd kreeg de jongste, Jasmijn, een luchtweginfectie. Drie maanden gingen we ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Ik was alleen maar bezig met haar, had geen aandacht voor mijn man of voor Sophie, geen tijd voor mezelf. We sliepen amper, door de stress en doordat Jasmijn zichzelf steeds wakker hoestte. Toen ze wat opknapte was ik het zorgen zo zat, dat ik vluchtte in het sporten. Ik ging vier, vijf keer per week naar de sportschool.

Nooit meer dik

Naarmate ik slanker werd, kreeg ik meer aandacht van mannen. Dat was ik niet gewend. Ik vond het moeilijk ermee om te gaan en dat zorgde voor problemen tussen mij en mijn man. Niet veel later hoorde ik dat ik een postnatale depressie had. De zwangerschapshormonen, het afvallen, Jasmijns gezondheidsproblemen, de plotselinge aandacht van mannen, een huwelijkscrisis: het was me allemaal te veel geworden. Met hulp van een psycholoog, mijn man, vrienden en familie ben ik er, negen maanden na de geboorte van Jasmijn, weer bovenop gekomen. Nu weeg ik 77 kilo en heb ik een keurige BMI van 24. Ik eet nog steeds gezond en sport nu twee keer per week. Omdat ik jong ben en geleidelijk ben afgevallen, heb ik gelukkig geen overtollig vel. Ik ben niet bang dat ik terugval. Ook al heb ik het geestelijk nog steeds zwaar. Ik had gehoopt dat mijn negatieve zelfbeeld met al die kilo’s zou verdwijnen, maar dat is niet zo. Aan de ene kant voel ik me gevleid door de aandacht die ik van mannen krijg, maar ik word er ook onzeker van. Ik zie mezelf nog steeds als ‘die dikke’. Als ik kleding koop, grijp ik naar de grootste maat, terwijl ik nu maatje 38 heb. Op foto’s zie ik vooral vetkwabjes, niet dat ik zo ben afgevallen. En hoewel ik nu weer met mijn kinderen in de zandbak kan zitten en van de glijbaan glij, blijf ik meten of ik er wel tussen pas. Ik denk dat het in mijn hoofd nog even moet landen dat ik niet langer dik ben. Ik ben nu ruim 55 kilo kwijt en ik weet zeker dat ik nooit meer dik word. Dat doe ik mezelf niet meer aan.’