Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Soms gaat het anders: 'Het kon toch niet al zijn begonnen?'

De bevalling van Marit (30) ging zó snel, dat haar dochter in de badkamer werd geboren. Zónder verloskundige erbij. Toch is Marit blij dat het zo is gelopen. ‘De verloskundige zei: “Als je ooit een derde krijgt, zet ik wel een tentje in de tuin.”’

‘Mop, de baby komt. Nú!” Geschrokken komt Paul de badkamer binnenrennen, waar ik onder de douche op handen en knieën probeer de weeën op te vangen. Een half uurtje geleden zijn mijn pijnloze harde buiken overgegaan in echte weeën. Als op de wc mijn vliezen breken, krijg ik kort daarna enorme persdrang. Als ik mijn hand tussen mijn benen leg, voel ik het hoofdje van de baby. Ik schrik me rot. Oh nee, ze komt nu. Op de koude badkamervloer.

Advertentie

Raar gevoel

Een paar uur daarvoor zaten Paul, Luna en ik nog rustig bij mijn ouders aan het avondeten. Ik was 38 weken zwanger en klaar met de zwangerschap, maar hoewel ik me onrustig voelde, was er nog niets aan de hand. Ik kon mijn gevoel niet thuisbrengen, maar ik had geen idee dat die nacht onze kleine meid geboren zou worden. Na het eten brachten Paul en ik Luna (3) thuis naar bed. Daarna zei ik tegen Paul dat ik lekker in bed televisie ging kijken. Ik bleef me raar voelen en dacht dat ik gewoon te druk was geweest. Toen ik rond half tien harde buiken kreeg, dacht ik: dit past ook wel in het plaatje. Tot het me opviel dat ze wel heel regelmatig kwamen. Omdat de bevalling van Luna behoorlijk snel ging – binnen vier uur was ze er – hadden we met de verloskundige afgesproken dat we bij de eerste tekenen meteen zouden bellen. Onzeker toetste ik haar nummer in. Want waarschijnlijk belde ik voor niets. Ik had namelijk nog geen pijn, dus het kon toch haast nog niet zijn begonnen?

Te relaxed

De verloskundige besloot toch langs te komen. De één centimeter ontsluiting die ze voelde, zei volgens haar niets. Omdat het mijn tweede
kind was, zou het goed kunnen dat ik al een tijdje met die ene centimeter rondliep. Bovendien vond ze me veel te rustig. Als de bevalling was begonnen, lag ik er echt niet zo relaxed bij, zei ze. Toen ze even na middernacht vertrok, gingen Paul en ik naar bed. Terwijl Paul snel in slaap viel, lag ik maar te draaien. Door die harde buiken lag ik niet lekker. Ik ging beneden op de bank liggen en zette de televisie aan. Ik baalde dat ik niet kon slapen, want de volgende dag zou Luna weer vroeg naast mijn bed staan. Rond kwart over twee begonnen de harde buiken toch echt op weeën te lijken. Ze deden meer pijn en het kostte me moeite om ze op te vangen. Omdat ik twee uur daarvoor nog maar die ene centimeter ontsluiting had, besloot ik de verloskundige niet te bellen. In plaats daarvan ging ik onder de douche, misschien dat het me daar lukte te ontspannen.

Ze komt

Een half uur later werd de pijn alleen maar erger. Het was nog uit te houden, maar de weeën deden wel écht zeer. Ik maakte Paul wakker om ze te timen. En toen kwamen we erachter dat ze al om de minuut kwamen… Paul belde tegen drieën de verloskundige, terwijl ik in een onhandige houding aan ons bed hing om de weeën op te vangen. Het werd opeens zo heftig. Ik pufte wat af, maar het hielp voor geen meter. Toen de verloskundige tegen Paul zei dat ze me graag even aan de telefoon wilde, kreeg ik opeens ontzettend het gevoel dat ik moest plassen. Op de wc braken mijn vliezen. “Paul, mijn vliezen!” riep ik. Hij hing meteen op en samen keken we of het vruchtwater helder was. Het is bijzonder hoe scherp je bent in zo’n situatie. Gelukkig was het vruchtwater helder. Omdat ik de badkamer schoon wilde houden – ja, zo nuchter dacht ik nog – stapte ik weer onder de douche. Tenminste, dat probeerde ik, want toen ik naar de douche schuifelde, kreeg ik een enorme persdrang. Opeens realiseerde ik me: oh nee, ik ga bevallen. Nú! Het gekke was dat ik niet in paniek was. Er schoot van alles door me heen, variërend van: de verloskundige is er nog niet, tot: als dit maar goed gaat. Terwijl ik me op handen en knieën liet zakken, besloot ik het over te laten aan mijn lichaam. Ik gilde naar Paul: “Ze komt! Ze komt nu echt!” en ik voelde dat ons meisje werd geboren. “Vang haar op,” riep ik, maar Paul had geen idee hoe. Ik zat met mijn billen bijna tegen de muur en hij kon er met geen mogelijkheid bij. Even was ik bang dat ik flink zou inscheuren. Daar waarschuwden ze me voor op de zwangerschapscursus: “Tijdens de persweeën niet te hard mee persen, anders heb je kans dat je helemaal inscheurt.” Ik wist het nog precies, maar toen ik tussen mijn benen keek, zag ik dat het hoofdje al was geboren. Ik had niet eens hoeven persen. Twee tellen later zag ik het hoofdje draaien. Ik dacht: oké, dit gaat precies zoals het moet. Dat stelde me gerust. Ik perste één keer en ving toen onze prachtige dochter op. Meteen zag ik dat de navelstreng om haar nekje zat. Nu kan ik het me niet meer voorstellen, maar ook toen bleef ik rustig. Ik hield haar tegen me aan en haalde hem los. En daar was ze, onze Tess. Mooi roze en huilend. Paul legde snel een schone badmat op de grond en terwijl ik op handen en knieën bleef zitten, legde ik Tess onder me neer. Ze keek me meteen aan. Mijn dochter, ónze dochter.

Tent in de tuin

De verloskundige was in shock toen ze hoorde dat ik al was bevallen. Ze zat nog niet eens in de auto, zo snel was het gegaan. Nog geen tien minuten daarvoor had ze Paul nog aan de lijn. Ze adviseerde Paul om Tess in handdoeken te wikkelen en ons samen in bed te helpen. Maar omdat de placenta er nog niet was, bleef ik liever in de douche zitten. Het was zo’n gek, maar ook prachtig moment. Zaten we daar met z’n drietjes in de badkamer, in onze roze bubbel. Ik bleef maar naar Tess kijken, naar hoe helder ze uit haar ogen keek en hoe mooi ze was. De verloskundige verbaasde zich over de rust in huis toen ze twintig minuten later binnenstapte. Paul knipte de navelstreng door en ik liep wankel naar ons bed. Toch werd het nog even spannend, want de placenta moest er nog uit. Dat moet binnen een half uur na de bevalling en dat half uur was bijna voorbij. Ik baalde als een stekker. Het ging allemaal zo mooi en nu dit! De verloskundige gaf me een spuit om de placenta los te laten en duwde daarna op mijn buik. “Dit kan even pijn doen,” waarschuwde ze. Het deed inderdaad veel pijn, maar de placenta kwam wel los. Tess deed het meteen supergoed en dronk zelfs al uit mijn borst. De verloskundige baalde dat ze te laat was geweest, maar realiseerde zich ook dat ze nooit op tijd had kunnen zijn. “Als je ooit een derde krijgt, zet ik een tentje in de tuin,” lachte ze.

Trots

Ik neem de verloskundige niets kwalijk. Als ik van tevoren had geweten dat ik zonder haar moest bevallen, was ik meteen in de stress geschoten. Maar het is zo goed gegaan. Ik ben juist supertrots op mezelf. Ik heb geluisterd naar mijn lichaam en erop vertrouwd dat het wist wat het moest doen. Toen de verloskundige om half zes vertrok, praatten Paul en ik na. Over wat er allemaal was gebeurd en dat ik zo blij was dat hij rustig bleef. Daardoor raakte ik ook niet in paniek. Daarna keken we naar dat perfecte meisje dat tussen ons in lag. Wat was ze mooi en lief. Om zeven uur hoorde ik voetstapjes op de gang. Luna! Die had de hele nacht doorgeslapen. Toen ik zei: “Je zusje is er!” was ze stomverbaasd. Logisch ook, zo ga je slapen en als je opstaat, heb je opeens een zusje.

Droombevalling

Ik ben nog steeds dolgelukkig hoe mijn bevalling is verlopen. Bij Luna moest ik vanwege een hoge bloeddruk in het ziekenhuis bevallen, wat ik jammer vond, nu kon ik lekker thuis blijven. Het ging totaal anders dan ik had verwacht, maar ik had het geloof ik niet anders gewild.
Van een bevalling als deze, kon ik alleen maar dromen.’